Echte problemen zitten achter de voordeur

Sloop en renovatie kunnen niet alle problemen oplossen in achterstandswijken. Kansarme huurders kunnen beter worden gespreid of begeleid, maar Utrecht is nog niet zo ver.

Verloedering in de Utrechtse wijk Overvecht. Foto Merlin Daleman Verloedering in Overvecht. Utrecht, 05-01-07 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Iedere keer als er een gezin uit de portiekflat van Bertus (76) en Jannie (72) Knopper vertrekt, komt er een probleemgeval voor terug. Met negen andere families wonen de Knoppers al bijna veertig jaar in het laatste portiek tegenover het fonkelnieuwe winkelcentrum De Gagelhof in Overvecht-Noord. Nou ja, wonen. Handhaven is volgens Bertus een beter woord.

Het portiek is er één die je in alle naoorlogse wijken ziet. Een zware bekraste voordeur die met een luide klap dichtvalt. Kapotte en ooit rode brievenbussen zonder naambordjes. De schilderijen, planten en de deurmat zijn gestolen. Een schoonmaker veegt wekelijks het spuug en een fietswrak weg.

De Knoppers zelf wonen in een genoeglijke driekamerflat. Ze hebben een tuintje op het zuiden. Daar zit je ’s zomers lekker rustig „want al dat spul zit dan in Marokko”, in de woorden van Bertus. Wat het huis betreft hebben ze niets te klagen. De troep op straat, het dealen, de hangjongeren en de herrie van buiten kunnen ze wel hebben. Dat de problemen de laatste jaren het portiek binnensijpelen, niet.

Drie jaar geleden vond op hun dreef de eerste poging tot stadsvernieuwing in Overvecht plaats. Dat heeft niet geholpen. Een nieuw winkelcentrum zou de verpauperde buurt weer leven inblazen. De helft van de winkelruimte is nooit verhuurd. Ongeveer vijftig luxe huurappartementen daarboven moesten kapitaalkrachtigen trekken. Eenderde van de woningen staat na drie jaar leeg.

Toch blijft de gemeente rijkere, of in ieder geval modale stadsgenoten naar Overvecht toe lokken. De gedachte is dat met nette en prettige mensen de straat vanzelf netjes en prettig wordt.

Maar het werkt juist andersom, zegt Pieter Hooimeijer, hoogleraar sociale geografie aan de Universiteit Utrecht. „Mensen met geld gaan wonen waar het al prettig ís.” Van meer realisme getuigt volgens hem de recente oproep van minister Winsemius (VROM, VVD): de zeer urgente herstructurering van achterstandswijken kan niet zonder ‘sociale herovering’. De problemen in 140 Nederlandse achterbuurten zijn zo groot, dat renovatie, sloop en nieuwbouw alleen geen soelaas bieden. De bewoners moeten de middelen krijgen en de vaardigheden aanleren om zelf de leefbaarheid op peil te krijgen. Dat vergt een enorme inzet en investering, maar de gemeente moet iéts met de mensen beginnen.

Hoe groot die opgave is, blijkt wel uit het portiek van de Knoppers. De eerste twintig jaar was het prima leven in de flat voor gemeenteambtenaren. De mensen waren netjes, het portiek ook. Halverwege de jaren tachtig kwam daar een einde aan. Een buitenlands gezin met zes kinderen kreeg het bovenste appartement. Bertus: „Het leek verdomme wel de Hof van Eden daarboven. We hebben dat gezin echt met zijn allen moeten opvoeden.” De Knoppers zorgden voor wat meubels (die doorgaans meteen werden doorverkocht), gordijnen en een bloemetje op de vensterbank. De buurvrouw gaf de kinderen extra taalles.

Een coffeeshop opende rond dezelfde tijd aan de overkant de deuren. Het gevolg: drugsrunners, overlast tot ’s avonds laat en hangjongeren. Langzaam kroop de criminaliteit het dagelijks leven binnen. De eerste inbraak bij de buren was een schok. Nu kijkt Bertus er niet meer van op als de buren gestolen waar proberen te slijten. Een geestelijk gehandicapte vrouw gooit steeds water in de lift – door sommigen gebruikt als toilet – waardoor kortsluiting ontstaat. Haar buurvrouw, met borderline, heeft geen greep op haar twee opgroeiende zonen.

Bertus: „We wonen hier met tien gezinnen, waarvan vijf asocialen. Twee anderen bemoeien zich nergens mee, dus komt het op de schouders van de drie overigen.”

Merijn van Elsäcker, voorheen vice-voorzitter van de wijkraad Overvecht, vindt dit een typisch voorbeeld van wat verkeerd gaat in de wijk. „De pest is dat Overvecht er nog redelijk goed uitziet. De meeste flats zitten netjes in de verf. Als er iets kapot gaat, wordt het snel gemaakt. De echte problemen blijven verscholen achter de voordeur.”

In andere delen van de stad wordt de laatste jaren flink gesloopt. Die bewoners, vaak de moeilijke gevallen, komen al dan niet tijdelijk, in een wisselwoning in Overvecht terecht.

Hoe kan de sociale herovering hiertegen helpen en wat betekent het in de praktijk? Voor het wijkraadslid is het duidelijk: spreiden. „De herstructurering duurt nog jaren. Tegen die tijd bestrijden we nog steeds de problemen van gisteren, want het gaat maar door.” Overvecht heeft een adempauze nodig. Ondertussen kunnen gemeente, politie, onderwijs, hulpverleners en bovenal bewoners de grip op de wijk, straat en het portiek heroveren.

De gemeente Utrecht wil niet van spreiding weten. Van Elsäcker: „Ze vinden het te stigmatiserend. Natuurlijk moeten kansarmen ook ergens wonen, maar de gemeente is ook verantwoordelijk voor de huidige bewoners.”

Verhuurder Mitros erkent dat sommige bewoners reden tot klagen hebben. „Herstructurering is een lang proces. Dat vergt geduld. Het is echter niet zo dat wij al die kansarmen daar hebben neergezet. De woningmarkt is een vrije markt. Je kunt niet zomaar mensen weigeren”, aldus een woordvoerder. Hij vindt dat de verschillende partijen tegenwoordig wel degelijk oog hebben voor de sociale problematiek. „Maar intensieve begeleiding is toch echt een verantwoordelijkheid van de gemeente en hulpverlening.”

Hooimeijer denkt dat de oplossing bij de bewoners zelf ligt. Dat lijkt simpel, maar dat is het niet. Op de Oranjerivierdreef is geprobeerd een bewonerscommissie op te richten. Er was alleen niemand te vinden met genoeg vaardigheden om zo’n commissie te dragen.

En daar ligt nu de taak voor de gemeenten en woningcorporaties, aldus Hooimeijer. „Het vergt alleen een onconventionele aanpak.” Wooncomplex De Peperklip in Rotterdam-Feijenoord ging gebukt onder enorme problemen. Een drietal hulpverleners is in de flat gaan wonen en heeft met de bewoners projecten opgezet. Zo werden bewoners per soort bij elkaar gezet: de rustzoekers bij de rustzoekers, de gezinnen bij de gezinnen. Onconventioneel is ook dat in dit wooncomplex en in de Molenbuurt in Almere werknemers van een onderzoeksbureau min of meer ‘under cover’ in de buurt woonden: op die manier ervoeren ze direct welke problemen waar speelden. Maar het aantal geslaagde initiatieven is volgens de hoogleraar op één hand te tellen. „Ze kosten veel geld en inzet, maar hebben meer effect dan grootschalige sloop en nieuwbouw. Bovendien levert het snel resultaat op.”

Bertus Knopper komt min of meer tot dezelfde conclusie. „De gemeente denkt alles met geld op te kunnen lossen. Maar de bewoners moeten het zelf doen. Maar dat werkt alleen als niet alle probleemgevallen bij elkaar worden gezet.”

    • Dimitri Tokmetzis