Dijen en wat dies meer zij

Een seizoensarbeidster in een rijstveld in de Povlakte veroorzaakte in 1949 een sensatie in de bioscoop. En niet vanwege de schandelijke uitbuiting, maar vanwege haar dijen. Deze maand Bittere rijst van Giuseppe de Santis.

Hèt beeld is die jonge vrouw. Ze staat tot haar knieën in het water. Een korte broek, ronde dijen, tot halverwege bedwongen door geladderde zwarte kousen. Kikkers kwaken, het licht tussen hemel en water is helder, je voelt de speciale warmte van de vroege zomer. Intussen benadrukt het zandlopermiddel van de vrouw de breedte van haar heupen en hoe zwaar haar boezem zwoegt. Dit is geen lijf, dit is een torso. Haar hoofd neigt naar haar nek, ze kijkt neer in de lens, neer op ons. Hoe krijgt ze het voor elkaar om die blik zo zwoel te laten zijn?

De film van dit beeld was wereldwijd een sensatie: Riso amaro (1949). Bittere rijst, van filmer en scenarist Giuseppe de Santis, over de misère van de seizoensarbeidsters in de rijstvelden van de Italiaanse Povlakte, met de mugjes, de hitte, het schurende water. Met lange dagen van gebukt werken en nachten op een strozak in een van de enorme voorraadschuren. Een schande die het verdiende om aangeklaagd te worden.

Maar voor het gretige publiek was Riso amaro niet het verhaal van de uitbuiting door grote rijstboeren, of de gluiperigheid van de parasitaire tussenmannetjes.

Dat publiek liet zich betoveren door Silvana Mangano, de vrouw met die dijen. Ze was 19 toen deze film werd gemaakt, actrice sinds haar 15de. En waarom ook niet. Mangano was een vulkaan van jachtige vrouwelijkheid, en De Santis had die in de peiling. Maar hij liet het daar ook niet bij. Hij zette Mangano's onverschrokken sensualiteit ook psychologisch in, als het instrument van een hypochondrische vrouw. Haar fundamentele onrust is alomtegenwoordig, ze maakt krachten los die ze niet aan kan, en meer en meer vrees je dat haar levenslust haar alleen nog maar kan aanzetten tot een fatale daad.

Postpuber

Silvana (haar personage kreeg de naam van de actrice) treitert. Onberekenbaar is ze, roekeloos, maar ook ineens lief als een poesje. Ze is een postpuber en anderzijds is ze een volwassen vrouw in gevecht met existentiële wanhoop: wie ben ik, wat moet ik, lieve heer, kan ik alsjeblieft ontsnappen aan het bestaan dat voor mij uitgestippeld ligt en waar ik niets anders in aantref dan misère?

Tot haar enthousiasme komt ze in aanraking met wat zij voor de grootsteedse wereld verslijt: juwelendieven die zijn ondergedoken in de rijstproductie. Een gladde mooie crimineel heeft zichzelf, net als zij, gemodelleerd naar wat hij uit de bioscoop kent, maar voor haar is hij een man van de wereld die net zo goed kan dansen als zij.

Silvana pikt een gestolen collier van de dieven, maar dat verstopt ze niet. Ze draagt het. Om te laten zien wat ze durft. Om aan te geven dat ze geen dorpsmeid is, dat ze het verdient deel te zijn van die andere wereld. Ze daagt de gangster uit, ze verleidt hem tot een sadomasochistisch liefdesspel. Ze speelt met vuur, want ze hunkert ernaar om zich te branden, dan gebeurt er tenminste iets. En ze laat zich niet weerhouden door de betrouwbare, knappe ex-militair uit de omgeving die naar haar gunsten dingt en haar ook een uitweg biedt. Een keurige. Emigreren. Naar Zuid-Amerika. Als het nou Noord-Amerika was.... Silvana peinst er niet over. Ze heeft liever de dief met zijn Amerikaanse hoed en zijn bijpassende onaangename gedrag.

Escapisme

Riso amaro is een puur voorbeeld van het neorealisme, het Italiaanse filmgenre dat direct na de Tweede Wereldoorlog wilde afrekenen met de glitter die in de vooroorlogse Romeinse filmstudio's was afgekeken van de Amerikaanse film.

In reactie op het escapisme van de Amerikaanse film, werd gestreefd naar films over echte mensen, met hun echte problemen herkenbaar neergezet in de echte wereld. Over al die films hangt de sluierbewolking van de voorbije oorlog, vooral de personages zijn er steeds sterk door gekleurd. Wat ontstond was een explosief soort films die fatalistisch denken paarde aan de aanklacht tegen sociale misstanden - dit altijd met behoud van pathos en gevoel voor opera. Leve Italië.

Voor Riso amaro werd uiteraard gefilmd op een echte rijstboerderij, die nog altijd bestaat, met zijn cour, zijn toren en zijn hoge bijgebouwen, nabij het stadje Vercelli. In alle opzichten dook De Santis in de realiteit van de rijstcultuur. Nu is die geautomatiseerd. In de jaren veertig van de vorige eeuw werd nog gewerkt volgens eeuwenoude methoden, dat wil zeggen met de seizoensarbeid van vrouwen tegen een hongerloon.

In Riso amaro zien we er honderden arriveren in afgeladen treinwagons en in de laadbakken van vrachtwagens. Deze van de werkelijkheid geleende figuranten zijn goed voor fabuleuze beelden. Hand in hand soppen ze over de overstroomde akkers, hun rijen vormen geometrische patronen met de lijnen van de dijkjes. Kijk ze werken als beesten, kijk ze zich vervelen in de slaapschuren, kijk ze lonken naar de mannen uit de buurt die, op de muren en in de bomen geklommen, contact zoeken. Omdat praten tijdens het werk verboden is, zingen ze op schelle slepende toon wat ze elkaar te zeggen hebben. Allemaal levensecht, want het was echt.

Maar de neorealisten konden het niet laten en gelijk hadden ze: ze voorzagen hun films van glamour. De glamour van het dagelijks leven. Daarmee werd de Hollywoodaanpak clandestien weer binnengelaten, en zonder kleerscheuren ging dat niet, dat maakte het eens zo spannend. Want de neorealistische glamour is ruig. Het is de glamour van twee vrouwen die vertrouwelijk praten, dicht bij elkaar met hun naakte schouders, alleen zijn ze niet in avondjapon maar in onderjurk. En zo voort en zo meer. In Riso amaro werkt die alledaagse glamour nog dubbelop, omdat de hoofdpersoon dweept met het Hollywood dat ze kent uit de buurtbioscoop.

Figuranten

Silvana danst. Haar anker is haar koffergrammofoon, als er genoeg volk is doet ze hem open en draait ze een plaat met Amerikaanse jazz. Het schetterende koper is haar identiteit. Ze wordt omringd door een kring van meedeinende figuranten, vrouwen van allerlei soort. Hun authenticiteit versterkt de hare, die dus geacteerd is - en De Santis zet haar neer op zijn Hollywoods, maar dan net een beetje anders.

Silvana doet een zelfbedachte vorm van de jive. Sexy en lichtelijk onbeholpen swingt ze, zich verlatend op traditionele pin-upposes. Haar kleding is goedkoop. Haar oksels zijn niet onthaard - allemaal zaken waar Hollywood ogenblikkelijk iets aan had gedaan. Met een choregraaf, een costumière, een make-upartist was dat allemaal zo gepiept. De Santis doet dat juist niet. Hij houdt Silvana doodgewoon, maar wèl legt hij haar vast met de égards een Hollywoodiaanse filmgodin waardig. Hij adoreert haar met zijn camera, hij zet lichtjes in haar ogen. Eenzelfde behandeling schenkt hij ook zijn andere hoofdpersonages: hij zet ze neer in de kleinheid van de gewone mens, hij brengt ze als filmhelden in beeld. Godgelijk. Klaar voor kauwgomplaatjes bij wijze van bidprentjes.

Diamanten zijn niet voor altijd, en ook niet Silvana's beste vrienden. Ze ontdekt de waarheid, ze beseft dat ze zal blijven wie ze is. Haar reactie is compromisloos. Een misdaad - wat haar dus brengt waar ze wilde zijn, in de waan dat ze een andere wereld najoeg. Is dat hysterie of opzet? De Santis laat het in het midden en stuurt Silvana, beroofd van haar dromen, door de menigte vrouwen, die door haar verraden zijn, misschien zelfs geruïneerd, om een man te behagen die dat niet verdiende. Niemand heeft haar door, iedereen juicht haar toe en toch is ze alleen. Het licht en de camera achtervolgen haar, zetten haar apart, sluiten haar op, maken haar gek.

Haar spel is ontaard in een tragedie en we weten allemaal hoe tragedies eindigen.

Dit is de tweede aflevering van de serie De Italiaanse magistralen. In februari: Porte aperte (1990) van Gianni Amelio.

De dvd is verkrijgbaar voor € 17,95. Wanneer u zich abonneert op de gehele serie, dan koopt u deze dvd voor € 12,95. Voor meer informatie zie de advertentie op pagina 66 of bestel via de webwinkel: www.nrc.nl/extra.

    • Joyce Roodnat