De nieuwe Marokkanen

De mensen wonen dicht op elkaar in een stad. Dat geeft reuring, maar ook ruzie en overlast. Paul Andersson Toussaint doet elke maand verslag van grootsteedse strubbelingen.

Ik was laatst op bezoek bij een Molukse, die zich 'pleinmoeder' noemt van een klein pleintje met een voetbalkooi. Twee kleine meisjes kwamen huilend naar haar toe. Een dotje van vijf was door een Marokkaanse jongen van 17 met de bal vol in het gezicht getrapt. De jongen was weggerend, zijn vader, weet de Molukse, zit in Marokko, zijn moeder spreekt geen Nederlands.

Hangjongeren worden ze vaak eufemistisch genoemd. Ik kom nogal eens op buurtbijeenkomsten over problemen met hangjongeren, maar daar tref je ze nooit aan. Dat zijn altijd feestjes der welwillenden, met actieve buurtbewoners, lokale politici, veel stichtingsallochtonen en andere professionals. Een enkele keer heeft een jongerenwerker vijf 'hangjongeren' meegetroond, die met zichtbare tegenzin het debat uitzitten. Marokkaanse jongeren zijn moeilijk te bereiken, heet het dan.

Maar laatst was ik op een bijeenkomst in het wijkcentrum Eigenwijks in de Jan Tooropstraat in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart. Het was ramadan. De avond heette provocerend: 'Wij zijn de baas in Slotervaart.' Het zaaltje was bomvol. Er waren wel 150 Marokkaanse jongens, bijna allemaal in het zwart, veel opgeschoren slapen en petjes. De zaal zat vol Marokkaanse Nederlanders, jonge vrouwen en mannen. Na de gezamenlijke iftar-maaltijd barstte iedereen van de energie. Achterin op een rijtje zaten tien beleidsmedewerkers van het stadsdeel en belangstellenden, een minuscule minderheid.

Het geheime wapen van die avond is de stichting 24-Karaat, een club van een heel nieuw slag Marokkaanse jongeren. Naziha Daoudi, een jonge meid met hoofddoek en een vet Amsterdams accent en Safoan Mokhtari, een rijzige hbo-student en rapper, die zichzelf Kami-Kazi noemt, leiden het debat. Er is een dj en een Marokkaanse drum- en feestband. Vanavond is er duidelijk geen plaats voor slachtoffer-denken. Er klinkt een totaal andere toon.

Een paar weken later spreek ik Kami-Kazi. Safoan Mokhtari (22) is geboren en getogen in stadsdeel Geuzenveld. Hij studeert cultureel-maatschappelijke vorming aan een hbo, is rapdocent, oppasmeester en actief lid van jong-PvdA. Ik tref hem in een shoarmatent aan de Bos- en Lommerweg in Amsterdam Nieuw-West, samen met Moufid Farah (29), beveiliger van beroep en onderwijzeres Meriem Ameriane (26). Ze popelen om hun verhaal te vertellen.

24-karaat is ontstaan in stadsdeel Geuzenveld, heeft een bestuur, een raad van toezicht en een jongerenraad van 25 jongens en meisjes die het beleid bepalen. Ze hebben 500 jongeren op hun mailinglijst. Ze organiseren debatten, alternatieve Suikerfeesten, geven sollicitatietraining, maar zijn ook op straat actief. Toen jonge Marokkaantjes deze zomer hun eigen school in de fik hadden gestoken, vroegen ze hen: 'Waar zijn jullie mee bezig? Jullie vernietigen je eigen school, je eigen toekomst.' Ze willen met de jongens nu een buurtsurveillance opzetten.

'Wij bereiken de jongeren die de reguliere organisaties bijna niet bereiken', zegt Moufid Farah, 'Doordat wij zelf uit die groep komen en weten wat ze interessant vinden.'

'En wij likken niemands reet', voegt Safoan eraan toe. Hij praat als Brugman, ritmisch, ongeduldig, half-rappend. 'Je moet in de jeugd investere, anders gaat hun toekomst naar de kolere.'

Allochtone jongeren hebben nul komma nul belangstelling voor politiek, constateert hij. Dus hun toekomst wordt altijd door anderen bepaald. 'Ik vecht voor mijn vrijheid, maar je moet je vrijheid zelf pakken. Niet vragen: Wat doet de overheid voor mij? Maar wat kan ik zelf voor de buurt doen.' 24-karaat wil jongeren inspireren. In hun jongerenraad zitten bijvoorbeeld vijftien meisjes, 'uniek' voor een Marokkaanse organisatie.

Dat was tijdens het debat in de Jan Tooropstraat pijnlijk duidelijk geworden: de meiden en de jongens lopen op totaal verschillende versnellingen. Een jongen riep: 'We moeten niet zoals de Nederlanders worden.' Maar veel meiden voelden wel degelijk voor Hollandse waarden en normen, als gelijke rechten en plichten voor mannen en vrouwen. Waarom moeten meisjes bijvoorbeeld om zes uur thuis zijn en mogen de jongens tot middernacht op straat hangen?

Eén van de meiden liep het podium op: 'Eén lijn voor iedereen.

Is dat duidelijk? Zes uur thuis, of je nou ballen tussen je benen hebt hangen of niet. En de ouders moeten tijd aan hun kinderen besteden.' Een gesluierde vrouw zei dat ze zelf nooit vijf kinderen zou nemen, zoals haar ouders. Dan kom je tijd te kort. Dat ging de jongen te ver: 'Wij zijn geen Nederlanders.'

Stadsdeelvoorzitter Achmed Marcouch hield ter afsluiting een donderspeech: 'Wees de architect van je eigen geluk. Dit is een fantastische bijeenkomst, maar we hebben grote problemen met een hele groep Marokkaanse jongeren in deze wijk. Ik kom veel jongens tegen die zich vervelen.

Ik snap dat niet. Er komen jaarlijks miljoenen mensen naar Amsterdam omdat het zo'n interessante en mooie stad is. Eén en al kansen! En die gasten hier, zijn maar aan het klagen. Grijp je kansen! Als je iets van je leven wil maken, heb je geen tijd om rond te hangen. Vrije tijd, zonder invulling is een ziekte.'

Eerder op de avond grepen twee kleine jongetjes van twaalf hun kans: een Marokkaantje en een negertje. Beatboxers. De één stootte en siste beats in de microfoon, waar de ander op rapte. De energie spatte er vanaf. Het publiek reageerde wild enthousiast.

Tips voor deze rubriek naar stadsrumoer@nrc.nl