De eeuwige deadline

Hoe oud word je, als je onsterfelijk bent? Het antwoord is: ongeveer drieduizend jaar. Laat ik deze paradox even uitleggen. Stel dat de medische wetenschap alle ziekten heeft uitgebannen en van ons lichaam een perfect Zwitsers horloge heeft gemaakt dat eeuwig en altijd doortikt. Collega-columnist Piet Borst houdt u goed op de hoogte van de enorme praktische obstakels om anti-verouderingsmiddelen te ontwikkelen, maar ik hoop dat u mij toch dit frivole gedachte-experiment toestaat. In deze medische utopie zal er geen natuurlijk einde aan het leven zijn en zal iedereen eeuwig jong blijven.

Maar, pas op! Dat betekent nog niet dat we oneindig lang zullen leven. Want zelfs als wij gevrijwaard zijn van alle verouderingsverschijnselen en ziekten, dan kunnen we nog steeds op niet-natuurlijke wijze bezwijken, door bijvoorbeeld onder een tram te lopen, van een trap te vallen of het slachtoffer van een misdrijf te worden. Tegen déze bedreigingen kan de medische wetenschap ons niet beschermen, die hebben we grotendeels in eigen hand.

In Nederland zijn de risico’s op een niet-natuurlijke dood gelukkig relatief klein. Van alle sterfgevallen wordt ‘maar’ vier procent niet door ziekten of ouderdom veroorzaakt. De jaarlijkse kans om aan een ongeluk of misdrijf te overlijden is ruwweg één op drieduizend. Ik hoop dat dit gegeven u aan het begin van dit nieuwe jaar enigszins geruststelt. Met de koele logica van de levensverzekeraar is daarmee de verwachte levensduur van een denkbeeldige Nederlander zonder ziekten of gebreken ongeveer drieduizend jaar. Deze leeftijd gaat een eind in de richting van het record van 4.839 jaar dat een Amerikaanse naaldboom van de soort Pinus longaeva houdt als het oudste in leven zijnde organisme op aarde. Het is moeilijk voor te stellen, maar deze boom begon zijn leven aan het begin van de Tweede Dynastie van de Egyptische oudheid, net rond de geboorte van Methusalem, die trouwens volgens de Hebreeuwse Bijbel slechts 969 jaar werd.

Een terzijde voor de liefhebbers van de goede oude tijd: Door de eeuwen heen is er, ondanks grillige fluctuaties, een duidelijke trend naar steeds minder geweld. Men schat dat in de vroege geschiedenis ruwweg een derde van de mensheid een gewelddadige dood stierf. Dat lijkt misschien tegenstrijdig, omdat de primitieve mens niet de technologie bezat om enorme veldslagen en wereldoorlogen te voeren, noch massavernietigingswapens kende. Maar men was toen vrijwel continu betrokken bij schermutselingen. Op vrijdagavond ging men stammetje pesten. Als je iedere week een potje vecht, zelfs met maar een kleine kans op een levensbedreigende blessure, dan tellen die kleine kansen over de jaren uiteindelijk behoorlijk op. Tot zover de illusie van het paradijselijke verre verleden.

In het moderne leven van de welvaartsstaat speelt het risico om door eigen schuld aan je einde te komen nauwelijks een rol. Die kans is vaak te klein om daar op statistisch verantwoorde wijze mee om te gaan. Daarvoor ontbreekt ons ook iedere intuïtie. Dat verklaart waarom er veel meer mensen met vliegangst zijn dan met rijangst, ook al is een vliegreis aanzienlijk veiliger dan een autorit. Als u iedere dag met een willekeurig gekozen maatschappij zou vliegen, is het risico op een fataal ongeluk ongeveer één keer per twintigduizend jaar. Er zijn loterijen waar de kans om de hoofdprijs te winnen kleiner is dan de kans om op straat overreden te worden op weg naar de sigarenboer om het lot te kopen. Maar niemand zal zich door deze gedachte laten tegenhouden.

Mijn theorie is dat met de voortschrijdende medische technologie dat wel eens zou kunnen veranderen. De verwachte levensduur van drieduizend jaar is namelijk berekend gegeven de huidige levensstijl. In een wonderwereld zonder lichamelijke zorgen kunnen mensen wel eens een stuk voorzichtiger worden, zodat de verwachte levensduur nog hoger oploopt. Want waarom iets vandaag doen, als je in principe eeuwig de tijd hebt? Wie zet nog de wekker, wie wordt nog overspannen? Wie gaat nog parachutespringen of diepzeeduiken? Wie voelt nog de neiging tot reproductie? Er zal gelukkig geen enkele reden meer zijn om met topsnelheid door een woonwijk te rijden (in zoverre die er nu wel is). Maar zou überhaupt iemand nog wel in een auto durven te stappen? Denk aan de grote koppen in de krant in het geval van een ongeluk, zeker als er sprake is van schuld. Welk risicovol gedrag zal nog maatschappelijk geaccepteerd worden? Als we allemaal millennia lang gaan autorijden, dan wordt de kans op een aanrijding een zekerheid en daarmee een rijbewijs een licence to kill. Hoe gaan juristen hier tegenaan kijken? Zal het verlaten van het eigen huis zonder vergunning strafbaar worden gesteld?

Ik ben bang dat het leven van de onsterfelijken een concours hippique zal worden, waar de enige angst is dat er bij het doorlopen van het parcours een balk van de hindernis afvalt. Als wij uiteindelijk allemaal van de Fontein van de Eeuwige Jeugd hebben gedronken, dan zal het vermijden van risico’s tot een ware kunst worden verheven. Het zal de utopie van de uitsteller zijn, het paradijs van de procrastinator.

Uitstelgedrag was al bij de Romeinen bekend, het Latijnse werkwoord procrastinare betekent letterlijk (uitstellen) tot morgen. Ik zag laatst een affiche voor een cursus om van deze vervelende aandoening af te komen, georganiseerd door een vereniging van chronische uitstellers. Ga efficiënt met je tijd om, stel niet uit tot morgen wat u vandaag kunt doen — u kent dit soort oproepen wel. Op het affiche was met dikke pen geschreven: “De eerste bijeenkomst is uitgesteld tot volgende week.” Dat was natuurlijk een flauwe grap, maar uitstelgedrag is voor velen van ons een serieus probleem. We hebben de dreigende valbijl van de deadline nodig.

In een van mijn favoriete episodes van mijn favoriete strip, de werkelijk briljante Calvin and Hobbes van Bill Watterson, moet de hoofdfiguur Calvin – die trouwens wél eeuwig zes jaar weet te blijven – een werkstuk voor school maken. Maar ondanks de naderende deadline blijft hij rustig in de zandbak spelen. Wanneer zijn speelgoedtijger Hobbes vraagt of het niet eens tijd wordt om met het huiswerk te beginnen, antwoordt Calvin: “Je kunt creativiteit niet zomaar als een kraan opendraaien. Je moet eerst in de juiste stemming komen.” “In welke stemming?” vraagt Hobbes. Waarop Calvin uitroept: “Last-minute panic!”

Het feit dat het leven naast een begin ook een einde heeft, de ultieme deadline, is de enige echte drijfveer voor prestaties. Het is daarom maar helemaal de vraag of meer tijd per definitie ook meer resultaat geeft. Het is moeilijk iets te zeggen over de levensbeschouwing van de eendagsvlieg, maar mij dunkt dat er in die enkele dag aanzienlijk meer gebeurt dan we vanuit het menselijke tijdsgevoel kunnen vermoeden.

Vanuit fysisch perspectief is tijd bovenal een organiserend principe. Het was Einsteins briljante inzicht dat de elementaire bouwstenen van de natuurkundige werkelijkheid de individuele gebeurtenissen zijn, instantane verschijnselen die zich afspelen op een gegeven plaats en tijd, zoals een radioactief atoom dat hier en nu vervalt. Ruimte en tijd worden geweven door deze gebeurtenissen aan elkaar te verbinden. De ene gebeurtenis veroorzaakt de andere, die op haar beurt weer een derde beïnvloedt, enzovoorts, in lange ketenen van oorzaak en gevolg. Als er niets gebeurt, is er voor een fysicus ook geen tijd.

Mijn gevoel is dat dit het lot van de eeuwig jeugdigen zal zijn. Hun leven zal helemaal niets jeugdigs hebben. Jonge mensen met al hun onbesuisd en roekeloos gedrag mogen dan denken dat ze onsterfelijk zijn, ze zijn het niet. Nee, de waarlijke onsterfelijken zullen zich juist extreem ouwelijk en risicomijdend gedragen. Het leven van Homo longaevus zal oneindig vertragen en letterlijk tot stilstand komen, alsof iemand de pauzeknop heeft ingedrukt. Uiteindelijk doet niemand meer iets. De tijd stopt. Mensen worden als stenen die elkaar vanuit geologisch perspectief liggen aan te gapen. In een eeuwigheid zal men minder doen dan nu in honderd jaar.

    • Robbert Dijkgraaf