De Balkan zingt mee met Ceca

In Nederland leeft het Songfestival alleen nog als camp. In Oost-Europa is het een bloedserieuze aangelegenheid. Westerse deelnemers kunnen wel inpakken.

Cd’s van de omstreden Servische zangeres Ceca. Foto Janine Prins Prins, Janine

Grote gebeurtenissen werpen hun schaduw vooruit. Op 10 en 12 mei zal Montenegro voor het eerst als zelfstandige staat deelnemen aan het Eurovisie Songfestival, waarvan de halve finale en de finale in Helsinki plaats vinden. Vesna Banovic, woordvoerster van de staatszender CGTV, zegt op een site voor fans dat het land zelfs klaar is om in 2008 de prestigieuze maar kostbare finale te organiseren – als Montenegro wint.

Het aantal deelnemende landen dreigt dit jaar uit te groeien tot een onhandelbaar recordaantal van 42: niet alleen debuteren behalve Montenegro ook Tsjechië en Georgië, ook Hongarije en Oostenrijk zijn voornemens terug te keren in het deelnemersveld. Zelfs Servië is weer van de partij.

Vorig jaar zag de toen nog net niet opgeheven statenbond met Montenegro gedwongen zich terug te trekken na een rel in de nationale finale. De winnaars van de regionale voorronden, ‘Montevizija’ en ‘Beovizija’ geheten, waren door de telefonische stemmen van kijkers In Servië (10 miljoen inwoners) en Montenegro (600.000) zo beoordeeld dat het Montenegrijnse liedje won. In het kleinste deel van de duo-natie had men systematisch voor de eigen inzending gekozen, terwijl de Serviërs er voor een deel ook op hadden gestemd. De politieke rel nam zulke proporties aan dat tactisch terugtrekken de verstandigste oplossing leek.

Het zijn zulke combines, ook bij het stemmen voor de internationale finale, die het Eurovisiesongfestival buiten de Balkan zo’n slechte naam hebben bezorgd. Monaco houdt het dit jaar voor gezien en traditionele deelnemers als Ierland, IJsland, Portugal, België en Nederland dreigen het Oost-Europese onderonsje eveneens te verlaten. In dit oostelijke deel van het continent wordt het songfestival veel serieuzer genomen dan in West-Europa, waar het festijn al jarenlang als ‘camp’-fenomeen gezien wordt. In Nederland lijken alleen Paul de Leeuw en zijn kompaan/juryvoorzitter Cornald Maas er nog in te geloven. In landen als Oekraïne, Estland en Letland – om een paar recente winnaars te noemen – maar ook in alle landen van voormalig Joegoslavië zijn twee factoren aan te wijzen die het meedoen en zo mogelijk winnen van het Eurovisiefestival tot een belangwekkende aangelegenheid maken. Allereerst: zingen is hier belangrijk. Tijdens de jaarwisseling in Dubrovnik zingt minstens een op de drie Kroaten op straat alle door populaire zangers (met name idool Gibonni) gezongen nummers uit volle borst mee.

De tweede reden is het vurige nationalisme. De Oekraïense overwinning werd geduid in het kader van de oranje revolutie van president Jevtsjenko. Liedjes en popzangers spelen een rol in de nationale mythologie. Toen in Servië begin jaren negentig het Milosevic-regime de westerse popmuziek taboe verklaarde, werd die functie overgenomen door de ‘narodna’, internationaal beter bekend als ‘turbo-folk’. Oude volksmuziek over de fatale liefde voor foute mannen of vrouwen werd opgepept met een zware beat en in onze oren oriëntaals klinkende instrumentale intermezzi. Als je naar de cd’s van Ceca luistert, de ongekroonde koningin van de narodna, dan lijkt het ook wel een beetje op wat er in een Grieks restaurant uit de jukebox komt.

De populariteit van Svetlana Raznatovic (33) alias Ceca strekt zich uit tot ver over de landsgrenzen van Servië. Ze trekt volle stadions van Ljubljana tot Sofia, maar krijgt geen visum voor de Verenigde Staten, Canada of het Verenigd Koninkrijk. Zelf weigert ze principieel op te treden in Kroatië en Bosnië, waar ze een forse aanhang heeft, maar waar de officiële radiostations haar muziek boycotten. Dat heeft te maken met de politieke betekenis van Ceca, het boegbeeld van Servië in oorlogstijd. In 1995 volgde de hele natie haar sprookjeshuwelijk met Zeljko Raznatovic alias Arkan: zakenman, bankovervaller, extreem-rechts politicus,leider van de paramilitaire, uit hooligans van Rode Ster Belgrado samengestelde Tijgers, die in 1991 in Vukovar honderden uit een ziekenhuis gehaalde Kroaten afslachtten. Arkan werd in 1979 in Nederland tot zeven jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens zijn aandeel in drie bankovervallen, maar wist binnen twee jaar te ontsnappen. In 2000 werd hij vermoord in een restaurant in Belgrado. Zijn weduwe nam een deel van zijn politieke en zakelijke belangen over. In 2003 werd ze gearresteerd en enige tijd ondervraagd op verdenking van betrokkenheid bij de moord op de Servische premier Djindjic.

Een deel van het publiek en van de media, zelfs in Servië, wil niets meer van Ceca weten. Een Montenegrijnse intellectueel hoorde ik van de week narodna beschrijven als „muziek zonder proteïne of vitamine”. Maar zij zingt ook niet voor hem, maar voor ‘het volk’. In een interview met The Guardian zei ze: „Als ik in de Verenigde Staten woonde, zou ik zeker country zingen. Dat is de muziek die de mensen aanspreekt.”

Op 14 december koos Moldavië zangeres Natalia Barbu uit om in Helsinki Fight te gaan zingen. De Albanese finale werd op 24 december gewonnen door Aida en Frederik Ndoci met Balada e gurit.

De kans dat Ceca Montenegro of zelfs Servië zal vertegenwoordigen in Helsinki is zo goed als non-existent. Daarvoor is haar positie te controversieel geworden.

Maar als ze Ceca, of zelfs een van haar klonen, zouden afvaardigen, dan kan heel West-Europa wel inpakken: de televoters in minstens een dozijn landen die daar twelve points/douze points voor zouden overhebben, doen dat omdat dit nu eenmaal de muziek is waar ze hun eigen levensgevoel in menen te herkennen.