‘Dat talige is niks voor jongens’

Martine Zuidweg

Freerk Ykema: “Het voortgezet onderwijs is erg talig. Dat sluit veel meer aan bij hoe meisjes leren dan bij hoe jongens dat doen. Daardoor doen jongens het vaak minder goed dan meisjes.” Foto Freddy Rikken 25/12/2006 Foto Freddy Rikken Freerk Ykema Schagen Rikken, Freddy

Jongens worden op school niet echt gekend, vindt Freerk Ykema. Daarom richtte hij vijf jaar geleden het Rots & Water Instituut op.

U vindt dat het onderwijs weinig oog heeft voor de ontwikkeling van jongens. Wat bedoelt u?

“Ik ben 25 jaar in het onderwijs werkzaam geweest. Eerst als gymdocent, later ook als begeleider van leerlingen met hulpvragen en als remedial teacher. Gymnastiek is de afgelopen jaren steeds meer weggesnoeid uit het voortgezet onderwijs. Terwijl jongens maar één werkwoord kennen en dat is: doen. Jongens leren door dingen te doen, door te stoeien, door te bewegen. Dat is in ons middelbaar onderwijs nauwelijks mogelijk. Je zit met z’n dertigen stil in een lokaal, na een uurtje mag je tien meter lopen en dan zit je weer in een ander lokaal stil te zitten. Op het moment dat je een jongen dwingt om stil te zitten wordt hij in zijn ontwikkeling geremd.”

Hoe merk je dat als docent?

“Als jongens de gymzaal binnenkomen, is het de eerste tien minuten alleen maar stoom afblazen. Ze zijn zo lang stilgezet, dan moet alles even uit de kast. Voor heel veel jongens is de middelbare schoolleeftijd een vervelende periode om op school te zijn. Je ziet ook dat zij het steeds minder goed doen. Ze blijven vaker zitten, halen minder vaak hun einddiploma dan meisjes.”

En dat komt door het stilzitten?

“Het is meer dan dat. Jongens volgen een fysiek-emotionele ontwikkelingsweg: door te bewegen en te stoeien komen ze tot zelfkennis, ontwikkelen ze vriendschappen en leren ze met respect omgaan met anderen. Een meisje ontwikkelt zich ook door te doen, maar meisjes zijn taliger. Ze praten meer met elkaar, wisselen gedachten en emoties uit via taal. Als je het zwart-wit bekijkt, kun je zeggen dat taal voor jongens minder toegankelijk is dan voor meisjes. In het moderne onderwijs staat juist die talige kant, die verbale ontwikkelingsweg, centraal. Ik denk dat dat een gevolg is van de feminisering van het onderwijs. Geen wonder dat meisjes het beter gaan doen, die voelen zich op hun plek. Jongens juist niet, die voelen zich miskend, ondergewaardeerd. Maar zo’n jongen gaat er meestal niet over praten. Die gaat lastig gedrag vertonen.”

Staan ‘meesters’ meer open voor typisch jongensgedrag?

“Ik denk het wel. Meesters vinden het vaak niet zo erg als er gerommeld of gestoeid wordt in de klas. Een vrouwelijke leerkracht geeft de voorkeur aan wat meer rust en als je een probleem hebt, geef je die ander niet een stomp, dan ga je erover praten.”

Uw antwoord is het Rots & Waterprogramma?

“Het programma beweegt zich op het snijvlak van sociale vaardigheidstraining, sport en bewegingsonderwijs. We gebruiken bijvoorbeelden elementen uit zelfverdedigingssporten als karate. In een verdedigingsoefening betekent rots dat je al je spieren aanspant, je blokt een aanval met een harde arm. Je kunt ook reageren als water en je proberen te verbinden met de ander. Maar de ontwikkeling van de fysieke weerbaarheid is geen doel op zich. Het is vooral een middel om mentale en sociale vaardigheden te ontwikkelen. Toen ik het programma schreef, dacht ik: er zullen wel honderden programma’s zijn zoals dit. Maar tot mijn verbazing was dat niet zo. De sociale vaardigheidstrainingen in het onderwijs zijn allemaal heel verbaal.”

En, werkt het?

“Leerlingen krijgen vooraf een vragenlijst voorgelegd en een paar maanden later nog eens. Na het volgen van het programma blijkt het merendeel beter in z’n vel te zitten. Zelfverzekerder, beter in staat om problemen op te lossen, meer bewust van zichzelf en ook beter in staat een eigen weg te gaan. Dat het programma aanslaat, blijkt ook wel uit de snelle verspreiding. Het draait nu in zeven landen in het basis- en voortgezet onderwijs. Een groot deel van het jaar zit ik in Australië. Een week Sydney, een week Melbourne. Ik train leraren, hulpverleners, politie, zodat ze zelf met jongeren aan de slag kunnen. In Nederland hebben we nu meer dan tweeduizend leraren en docenten getraind. Ook juffen. En ze reageren positief. ‘Eindelijk een programma dat werkt’, zeggen ze.”

www.rotsenwater.nl

    • Martine Zuidweg