'Cultureel erfgoed mag niet achter slot en grendel'

Internet zet de bijl aan de wortel van het copyright.

Films, boeken, muziek, games, alles wordt illegaal gedownload en gratis verspreid. Dat roept fel verzet op van de muziekindustrie, de filmbusiness, auteurs en kunstenaars.

De Amerikaanse jurist Lawrence Lessig is de uitvinder van Creative Commons, een nieuwe vorm van auteursrecht waarbij de eigenaar een deel van zijn rechten aan de gemeenschap afstaat.

Het is de gewoonste zaak van de wereld geworden. Al in de jaren tachtig werd de eerste software voor consumenten, nog niet op schijfjes maar op geluidscassettes, op grote schaal illegaal gekopieerd. Zodra cd-branders in zwang kwamen, een paar jaar voor de eeuwwisseling, ging ook muziek voor de bijl. Iedere leek kon iedere cd oneindig vaak perfect kopiëren en weggeven of verkopen.

Maar sinds de grote massa beschikt over internet via adsl of kabel zijn alle remmen los. Films zijn net zo gemakkelijk uit te wisselen als de relatief kleine muziekbestanden. Volgens schattingen van het internetbedrijf Cachelogic bestaat 50 tot 90 procent van alle internetverkeer uit 'peer-to-peer'-verkeer - en dat is voornamelijk het gratis downloaden van auteursrechtelijk beschermd werk.

Niet alleen de grote filmstudio's en platenmaatschappijen hebben last van een grijpgraag publiek. Ook tekstschrijvers en fotografen zien hun producten, of fragmenten daaruit, opduiken op websites, in weblogs en in vage nieuwsbrieven. Gepubliceerd werk kopiëren is zo makkelijk geworden dat het auteursrecht handhaven een heidens karwei is geworden.

De entertainmentindustrie weigert dit te accepteren. Liefhebbers die via software als Kazaa en LimeWire commerciële films of muziek beschikbaar maken voor anderen, worden genadeloos vervolgd. Websites die verwijzen naar illegale kopieën worden uit de lucht gehaald en hun internetproviders aangepakt. Webwinkels met muziek en films verkopen hun waren met ingebouwde antikopieertechnieken oftewel digital rights management (drm). De komende generatie videoapparatuur voor consumenten is voorzien van een heel scala van dergelijke technieken.

Waar mogelijk kiest de industrie zelfs de aanval. Toen in 1998 het copyright op Mickey Mouse dreigde te verlopen, wist Disney door een lobby in het Congres de duur van het Amerikaanse auteursrecht te verlengen van 70 tot 95 jaar (voor bedrijven), zodat het alleenrecht op de figuur Mickey nog tot 2023 duurt.

Uitvinder en activist

Een van de leiders van het verzet tegen deze harde lijn in het auteursrecht is de Amerikaanse jurist Lawrence Lessig. Tot aan het Hooggerechtshof heeft hij tegen de verlenging van het auteursrecht geprocedeerd - hij verloor de zaak. Maar zijn belangrijkste bijdrage aan de discussie over het auteursrecht is constructief geweest. Hij is de uitvinder van Creative Commons, een alternatieve vorm van auteursrecht waarbij een rechthebbende een zelfgekozen deel van zijn rechten aan de gemeenschap cadeau kan doen.

Lessig heeft gestudeerd in Cambridge en Yale, en gedoceerd aan Harvard en Stanford. Hij werkt nu bij de American Academy in Berlijn. Hij is een gezette, ietwat kalende figuur met een brilletje, die mede door zijn blauwe hemdsmouwen toch een jeugdige indruk maakt. Zijn verzet tegen de verlenging van het Amerikaanse auteursrecht ontstond omdat hij zich zorgen maakte om het cultureel erfgoed van de mensheid. 'Van alle werk dat, laten we zeggen, vijftien jaar oud is, is maar een klein percentage nog commercieel verkrijgbaar. Dat kleine percentage profiteert van zo'n maatregel. Maar de grote meerderheid van dat werk, in Amerika schatten we dat het gaat om 98 procent, is niet meer leverbaar. Het auteursrecht sluit dit werk op. In veel gevallen is niet eens meer te achterhalen wie de rechthebbende is aan wie je toestemming zou moeten vragen.' Volgens de drukbezette Lessig, na een langdurige e-mailwisseling eindelijk te spreken in Berlijn ('Heeft u genoeg aan 25 minuten?'), is door de digitale techniek de rol van het auteursrecht essentieel veranderd: 'Als je vroeger een boek las, leverde dat geen kopie op.

Je kon het aan een vriend geven en ook daarbij kwam het auteursrecht niet in actie. Je kon de ideeën van een auteur bespreken of zijn liederen zingen - allemaal zonder dat het auteursrecht er iets mee te maken had.'

In de digitale context is dat anders. Via internet naar muziek luisteren, iemand een digitale tekst toesturen, video op je website zetten, er ontstaat altijd een kopie. Als de rechthebbende niet te vinden is, zijn veel inmiddels normaal geworden manieren om cultuur tot je te nemen niet meer legaal. Lessig snapt dat rechthebbenden willen dat hun auteursrecht zo lang mogelijk in stand blijft. Maar de commerciële waarde van hun producten neemt ook toe door de digitale technologie. Omdat informatie zo makkelijk te vinden is, kun je onbekend werk ontdekken. 'Maar breid de duur van het copyright dan alleen uit voor die auteurs die voldoende geïnteresseerd zijn om één aanvraagformuliertje in te vullen om hun auteursrecht op een bepaald werk te verlengen. En laat het werk anders het publieke domein ingaan. Dan weten we ten minste precies welke werken beschermd zijn en welke niet.'

'Toen ik de zaak rond de termijn van het auteursrecht had verloren werd me duidelijk dat de wereld veel te simpel over auteursrecht dacht. Een van de opperrechters zei tegen me: Jij wilt het recht andermans boeken te stelen. Als je zo zwart-wit denkt, begrijp je niet wat voor belangrijke veranderingen er hebben plaatsgevonden.'

Sampling

In 2002 richtte Lessig Creative Commons op, een organisatie die licenties ontwerpt en op het web publiceert. Een auteur kan per werk een licentie uitzoeken en aan het werk koppelen. Zo kan hij bijvoorbeeld commercieel of niet-commercieel gebruik door anderen toestaan, of goedvinden dat zijn werk, of een gedeelte daarvan, als grondstof voor nieuw werk wordt gebruikt (sampling).

Lessig: 'Dat gaat dus niet over de gebruiker die iets gratis opeist. Het gaat over de auteur die zegt: ik geeft díe rechten aan het publiek en houd andere voor mijzelf. Niet: álle rechten voorbehouden, maar: sómmige rechten voorbehouden.

'We hebben Creative Commons in december 2002 gelanceerd. In een jaar tijd hadden we een miljoen licenties. In juni 2006 waren dat er al 138 miljoen. Zo hopen we duidelijk te maken dat er andere vormen van auteurschap zijn dan die van Hollywood.'

Lessig zelf heeft zijn boek Free Culture uitgegeven onder een cc-licentie. Daardoor is het gratis te downloaden op www.free-culture.org. Was zijn uitgever daar blij mee?

'Het was het idee van de uitgever! De redacteur die het manuscript las mailde me: waarom doen we dit niet onder een cc-licentie? We hebben gekozen voor een niet-commerciële licentie die afgeleide werken en bewerkingen toestond. Meteen nadat mijn boek was gepubliceerd, verschenen er allerlei vertalingen, er was een gesproken versie, het werd geconverteerd voor allerlei leesapparaten voor digitale boeken, een html-versie met voetnoten, en er is een wiki van gemaakt zodat mensen het werk zelf konden aanpassen. De laatste keer dat ik telde, alweer een hele tijd geleden, waren er ruim een half miljoen downloads wereldwijd.'

Voor bestseller-auteurs als John Grisham is dit misschien niet het ideale model, vindt Lessig, maar wel voor academici als hijzelf, die vooral hun ideeën willen verspreiden. Grisham en zijns gelijken hoeven geen CC-licentie te nemen. Ze zijn vrij te kiezen voor het strenge auteursrecht. 'Maar hoe minder bekendheid een werk uit zichzelf krijgt, hoe groter de kans dat weggeven de verkoop bevordert. Mijn favoriete voorbeeld is de Zuid-Afrikaanse Human Sciences Research Council. Die hebben zo'n 250 onderzoekers in twaalf onderzoeksprogramma's. Ze publiceren en verkopen onderzoeksrapporten. De oplagen waren klein; de meeste exemplaren gingen naar de familie van de auteur en de rest bleef in voorraad. Sinds 2001 laten ze alles vrijelijk downloaden, terwijl mensen als ze dat willen een papieren exemplaar kunnen kopen. Vier jaar later bleek dat er vier keer zoveel rapporten waren verkocht.'

In dienst van de cultuur

Lessig probeert de wettelijke regels rond digitale techniek in dienst te stellen van de cultuur. Zijn mening over vrijelijk downloaden en digitaal rechtenbeheer vloeien daar logisch uit voort. 'Ik hou niet van digitaal rechtenbeheer. Je kunt heel gemakkelijk een situatie krijgen dat materiaal dat met digital rights management (drm) is beschermd niet meer toegankelijk is. Bijvoorbeeld als het bedrijf dat de sleutels distribueert niet meer bestaat. Dan is het materiaal niet meer bereikbaar tenzij je de bescherming weet te kraken.' (Dat op zichzelf is veelal illegaal - hb).

'Stel dat de complete inhoud van onze bibliotheken door drm zou worden beheerst en dat je over 10 jaar 80% niet meer zou kunnen bekijken. Je moet er niet van opkijken als het zo loopt met werken die nu in digitale vorm op de markt komen, zoals films. Uit oogpunt van cultuurbehoud is dat uiterst verontrustend.

'Ik ben er niet voor dat mensen met downloaden andermans rechten schenden. Maar veel gebruiksvormen zijn in feite nuttig voor de rechthebbenden en voor de mensen van wie het werk wordt verspreid. Dat geldt bijvoorbeeld voor het verspreiden van werk dat niet langer in de handel is. Dat schaadt niemand en het is gunstig voor de gebruikers. Wat is daar verkeerd aan? Als je door metingen uitzoekt wiens werk wordt gekopieerd en dan de artiesten compenseert via een systeem van heffingen, zou downloaden helemaal in orde zijn.

'In sombere buien vrees ik dat op een dag alle werk is opgesloten in drm-technieken.

De mogelijkheid om leuke, verrassende dingen te doen met de technologie zal dan verloren zijn. Alle economische druk werkt in die richting. Dat is moeilijk tegen te houden. Daarom zijn projecten als Creative Commons zo belangrijk. Daarmee kunnen we een deel van de drm vermijden.

'Heel gevaarlijk zijn internationale verdragen zoals het Broadcast Treaty. Dat roept een heel nieuw copyright-achtig recht in het leven voor werk dat wordt uitgezonden. Dan heb je bijvoorbeeld een tv-programma met cc-licentie dat vrij gekopieerd mag worden, maar volgens het Broadcast Treaty alleen nog maar met toestemming van de zendgemachtigde. Maar een zender is toch geen auteur? De zender mag niet machtiger zijn dan de maker, want het doel van het auteursrecht is het beschermen van de auteur en niemand anders.'

Herbert Blankesteijn is internetjournalist.

Roger Cremers (Hollandse Hoogte) is fotograaf.

    • Herbert Blankesteijn