Cruciale keuze

Jongeren met laag opgeleide ouders beginnen hun schoolloopbaan vanuit een nadelige startpositie. Daar kun je als overheid weinig tegen doen. Wat je wel kunt doen, is ernaar streven dat die nadelen zich beperken tot de start en niet het hele vervolgtraject lang blijven doorwerken. Dat is momenteel wel het geval. Bijvoorbeeld bij de keuze van een school voor voortgezet onderwijs.

Een van de aardigste kanten van het Nederlandse schoolsysteem is dat ouders ruime mogelijkheden hebben bij de keuze van een school. De verschillen tussen scholen zijn de laatste jaren toegenomen en dat past in de trend van de diversificatie die we ook zien op allerlei andere terreinen, zoals de wijzen waarop mensen hun vrije tijd besteden, waar en hoe ze hun vakantie doorbrengen, het aanbod op televisie, en nog veel meer.

Het grote aanbod aan keuzemogelijkheden brengt met zich mee dat bepaalde scholen meer gewild zijn dan andere. Je moet er dus op tijd bij zijn. Ook moet je weten wat die verschillen zoals montessori of dalton inhouden. En omdat scholen die gewild zijn allerlei eisen voor toelating stellen, moet je weten hoe daaraan tegemoet te komen. Zelfs goed in het onderwijs ingevoerde, hoog opgeleide ouders raken soms gefrustreerd doordat ze hun kind niet krijgen op de school van hun voorkeur en genoegen moeten nemen met tweede of derde keus. Dit geldt voor de basisschool en vervolgens ook weer voor het voortgezet onderwijs.

Enkele weken geleden nam ik deel aan een conferentie over een project dat door het leven gaat onder de naam school ’s cool. Leerlingen krijgen daarbij aan het eind van de basisschool een mentor toegewezen, een vrijwilliger die contact onderhoudt met gezin, de school en, zo eens in de week, met de betrokken leerling zelf. Het gaat om risicoleerlingen van wie de ouders niet die ondersteuning (kunnen) verlenen die jongeren in die cruciale fase van hun schoolloopbaan, eind basisschool en eerste fase voortgezet onderwijs, nodig hebben.

Sommige mentoren vonden dat er op de leeftijd waarop zij met hun taak beginnen vaak al zoveel is misgegaan, dat de begeleiding eigenlijk al veel eerder van start zou moeten gaan, wellicht al op de kleuterschool. In vergelijking daarmee was mijn wens zeer bescheiden.

In de huidige opzet krijgt de leerling zijn of haar mentor toegewezen als de keuze van de school voor voortgezet onderwijs al is gemaakt. Daarmee, zo werd me in de wandelgangen duidelijk, was vaak al veel kwaad geschied.

Deze constatering werd me niet in dank afgenomen door de directeur van een basisschool. Die beschouwde dat duidelijk als een motie van wantrouwen. Zo’n mentor zou in zijn ogen absoluut niets bijdragen aan een meer verantwoorde schoolkeuze; dat deden de basisscholen al goed genoeg. Daar denk ik dus heel anders over.

De keuze van de school voor vervolgonderwijs is de meest cruciale fase in ieders schoolloopbaan. De middelbare schooltijd is voor sommigen een periode uit hun leven waar ze later met plezier op terugzien, en voor veel anderen het tegendeel, soms ronduit een hel. Niet omdat de school niet deugde, maar omdat die school niet de geschikte school was voor die leerling. Daarbij gaat het niet alleen om het niveau van onderwijs, maar ook om de aanpak, het systeem, de sfeer, het pedagogische klimaat. De keuze van de school dient dan ook gebaseerd te zijn op velerlei overwegingen. Het advies van de basisschool is er daar één van.

Zit u op een verjaarspartijtje verlegen om een gespreksonderwerp, vertel dan over uw ervaringen met toets en advies en ik garandeer u een geanimeerde discussie.

lgm.prick@worldonline.nl

    • Leo Prick