Collectief opvoeden op cadettenschool Tomsk

In het Rusland van Poetin zijn de cadettenscholen populair. Kansarme kinderen leren er „het Moederland te beminnen, de staat te respecteren en de familie te verdedigen”.

Met geld van patriottische zakentycoons stoomt men jaarlijks twintigduizend jongens van zes tot achttien jaar onder kazernetucht klaar voor de maatschappij. (Foto Oleg Klimov) Toms. Siberia. Kadet's school in Siberia. For the article by Coen van Zwol. Photo by Oleg Klimov Klimov, Oleg

„Rustig, rustig!” brult kolonel Maloekov. Inderdaad danst cadet Joeri wat ruw: na de Russische wals zakt zijn danspartner in negentiende-eeuwse hoepeljurk rood aangelopen en duizelig op de bank ineen. „Pfoe, jongens”, puft ze.

Generale repetitie voor het Grote Bal van de cadettenschool. Morgen komen de notabelen en de pers van de stad Tomsk kijken hoe ze Siberische dorpsjongens omvormen tot ‘officers and gentlemen’. Dat wordt zonder twijfel hartverwarmend: een cadettenkoor met veel te grote petten mangelt militaire liederen, het orkest mishandelt enthousiast het koperwerk, oudere cadetten in galatenue sleuren hun oefenmeisjes over het parket.

Een jaar geleden opende de eerste cadettenschool van Tomsk zijn deuren, een soort school waarvan Rusland er nu ruim honderd telt. Sinds het aantreden van Vladimir Poetin hebben cadettenscholen een hoge vlucht genomen. Het idee was aanvankelijk aan te knopen bij een oude tsaristische traditie: adellijke families stuurden hun zonen naar cadettenscholen, zij vormden de elite van het Russische leger.

„Helaas moesten we onze plannen bijstellen”, zegt kolonel Maloekov, hoofd onderwijs in Tomsk. „Kinderen van de huidige elite krijg je met geen mogelijkheid in het leger, ons imago is te beroerd. Daarom zijn cadettenscholen nu vooral gericht op liquidatie van de misdaad.” Officieel vallen de scholen niet onder het leger, wel zijn veel docenten afgezwaaide officieren. „We bootsen hier de legertucht na”, aldus Maloekov.

Cadettenscholen bieden plaats aan zonen van gesneuvelden, aan wezen, aan kinderen van alleenstaande moeders, aan jongens uit arme, kinderrijke gezinnen en aan jongens onder voogdij. Aan straatjeugd dus. Met geld van patriottische zakentycoons stoomt men jaarlijks twintigduizend jongens van zes tot achttien jaar onder kazernetucht klaar voor de maatschappij. Hoewel de meerderheid na afloop uiteraard in het leger belandt. Elke cadettenschool levert zijn eigen militaire specialisten: Tomsk chauffeurs, parachutisten en verbindingsmensen.

De meningen over cadettenscholen zijn verdeeld. Joeri Galani, een ideoloog van de cadettenbeweging, weerspreekt dat hij de hele Russische jeugd tot siloviki wil opvoeden: ‘sterke mannen’ met epauletten. „Onze studenten mogen ook artiesten worden, waarom niet? Wij streven ernaar patriotten en burgers te kweken door ze op zeer jonge leeftijd discipline en de juiste morele houding bij te brengen. Onze studenten gehoorzamen de wet, respecteren de staat, beminnen het Moederland en kunnen hun familie verdedigen, zonodig met koud staal.”

Liberalen zijn minder enthousiast. Valentina Melnikova van de ‘Bond van Soldatenmoeders’ erkent dat het moeilijk is bezwaar te maken tegen een instituut dat kansloze jongeren voedt en opvoedt. „Maar ik vind het hersenspoeling zoals ze die jochies via oorlogsspelletjes leren dat alleen wapens respect afdwingen. Militairen zijn geen pedagogen, zij kunnen alleen maar een nieuwe generatie totalitaire bolsjewieken kweken.”

Kolonel in ruste Maloekov, een praatgrage, springerige vijftiger met een dun snorretje, was vroeger politiek instructeur in het leger. Nu brengt hij zijn cadetten liefde voor volk, moederland en orthodoxie bij. „Ik wil niet zeggen dat de jeugd die sinds de perestrojka van Gorbatsjov is opgegroeid een verloren generatie is. Helemaal niet! Maar zij waren slechts op zoek naar geld en pleziertjes. Bij ons is dat uitgesloten. Op gewone scholen kunnen leerlingen na hun les doen wat ze willen, hier staan ze onder strakke controle, 24 uur per dag.”

In de winter volgen de cadetten een vol lesprogramma, in de zomer kamperen ze in de natuur. Daar leren ze militaire tactiek, vechttechnieken en zelfredzaamheid, maar ook rafting en kajakken. Andere groepen graven Russische en Duitse skeletten uit grote veldslagen van de Tweede Wereldoorlog op. In een lokaal zijn vitrines opgericht met roestig wapentuig en foto’s van jonge cadetten die trots naast hopen knekels en schedels poseren. „Die krijgen ze alleen om ’s nachts de wolven op afstand te houden”, zegt hun leraar haastig als mijn oog valt op een foto van een jongetje met een pistool in zijn knuist.

Kolonel Maloekov put inspiratie uit de pedagogie van Anton Makarenko. In het Westen staat die in een kwade reuk als de pedagoog van het stalinisme. Volgens de kolonel is zijn methode ‘oer-Russisch’. Makarenko ontwikkelde in de jaren twintig voor de Tsjeka, de voorloper van de KGB, een methode om de miljoenen zwerfkinderen in werkkampen tot Sovjetburgers op te voeden. Zijn idee was ‘opvoeding door het collectief’. Kinderen moesten in collectieven wedijverden. Presteerde een collectief slecht door een opstandig of lui individu, dan strafte niet de kampleiding, maar het collectief. Critici stellen dat deze pedagogie stalinistische beulen en fanatici kweekte. Aanhangers vinden dat de methode, mits ‘humaan’ toegepast, juist verbondenheid creëert.

Met kolonel Maloekov wandelen we door de onderbouw: zes tot twaalf jaar. Onder een portret van Poetin staat een jochie in uniform strak in het gelid. Hij loopt vanavond wacht terwijl zijn vriendjes op de bank tv kijken. Bij binnenkomst van de kolonel veren ze in de houding. Hun wachtmeester stampt op de kolonel af, salueert en piept: „Kolonel, niets ongewoons voorgevallen op afdeling 3!” In hun slaapkamers is geen persoonlijk accent zichtbaar: alleen kale muren. De bedden zijn messcherp opgemaakt, in de kasten liggen de vier uniformpjes op stapeltjes klaar: gala, camouflage, sportief en vrije tijd. „Alles is hier standaard”, zegt de kolonel tevreden.

In het geschiedenislokaal kijkt een tiental jongens naar een patriottische documentaire over de slag om Moskou uit 1941. Naast het beeldscherm staan portretten van Stalin en de maarschalken van de Tweede Wereldoorlog.

Opdat wij niet de verkeerde indruk krijgen, roept kolonel Maloekov de 14-jarige Jevgeni uit de groep. Hij won onlangs een prijs met een episch gedicht van 96 kantjes over Stalins grote zuiveringen en de Goelag, legt de kolonel uit. „Ziet u, wij kweken niet alleen sportlieden en soldaten, maar ook intellectuelen en artiesten”, zegt Maloekov. „Maar ik doe ook aan karate”, protesteert Jevgeni geschrokken.

Als we de cadettenschool verlaten, giebelt een groepje cadetten: „Hey, fuck you!” We complimenteren hen met hun Engels en vragen wat ze van hun school vinden. Een mooi opstapje naar het leger, daar komt het wel op neer. De 13-jarige Nikita is blij dat hij zijn kansloze dorp voor de grote stad kon verruilen. „Daar was het ieder voor zich, hier ben je altijd samen, in het klaslokaal, op school, op straat. En ik vind onze uniformen mooi.” Zijn doel is hetzelfde als dat van zijn vriendjes: de marine. Siberische jongens die de wijde wereld in willen. Over de krijgstucht halen ze hun schouders op: zo streng is het niet. Nikita: „Alleen kinderen van rijke ouders kunnen studeren, ik wil ook iets bereiken. En dit is de beste manier.”

    • Coen van Zwol