Boekverkopers vieren jubileum met grafherstel

De Nederlandse Boekverkopersbond wil zijn 100-jarig bestaan vieren door de graven van schrijvers die de afgelopen 100 jaar overleden, op te knappen. „Ze behoren tot ons cultureel erfgoed.”

Annie M.G. Schmidt heeft het mooiste graf, vindt hij, op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied. „Het is een opvallend kleurrijk, vrolijk monument. Je ziet het ondeugende van Schmidt terug in deze grafsteen. Die doet recht aan wie zij was. En het graf is heel goed verzorgd.”

Directeur Ari Doeser van de Nederlandse Boekverkopersbond (NBb) kan met opvallend enthousiasme praten over grafstenen. Grafmonumenten, noemt hij ze liever. In het kader van het 100-jarig bestaan van zijn organisatie wil hij een fonds oprichten voor het behoud en de restauratie van graven van overleden auteurs – maar alleen als de nabestaanden daar mee instemmen. „Zeggen de nabestaanden: ‘Waar bemoei je je mee’, dan houdt het op. Want we bedoelen dit aardig.”

Natuurlijk is het niet alleen narigheid dat het 100-jarig bestaan van de bond siert. Zo organiseert de bond ook, naar voorbeeld van het jaarlijkse boekenbal, een boekverkopers-gala en een debat over de positie van het boek. Maar het fonds voor het behoud en de restauratie van grafmonumenten van overleden auteurs trekt de meeste aandacht.

Het primaire doel is, aldus Doeser, de graven te behoeden voor ruiming. „Ze behoren tot ons cultureel erfgoed.” Daarnaast hoopt hij op deze manier eer te bewijzen aan de overleden schrijvers, en hun werk nog eens onder de aandacht te brengen van een breder publiek.

Vooralsnog gaat het om ruim 250 schrijvers. Die schatting is gebaseerd op drie bronnen. De eerste is het boek Hun laatste rustplaats van de huidige directeur van uitgeverij De Bezige Bij, Robbert Ammerlaan. Daarnaast is er Waar ligt Poot? van Hans Heesen, waarin ‘literaire pelgrims de begraafplaats en het grafnummer’ van hun favoriete schrijver kunnen opzoeken. En dan zijn er nog de gegevens van de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), dat sinds enkele jaren tijdens de nationale boekenweek een ‘moment voor overleden schrijvers’ creëert, de zogenoemde ‘Dag van de ode aan de doden’.

Naar schatting ligt een kwart van de schrijversgraven er slecht bij, meent de auteur Heesen. En daar, zegt Doeser, zal de aandacht zich in eerste instantie op richten.

Het bestuur van de Nederlandse Boekverkopersbond heeft al vijftigduizend euro in het fonds gestopt; Doeser hoopt de andere vijftigduizend euro te halen bij onder meer uitgeverijen, verzekeringsmaatschappijen en de overheid. Hij heeft nog geen toezeggingen, maar deed zijn bedelbrieven dan ook pas net voor Kerst de deur uit, dus „het antwoord laat nog even op zich wachten”. Het geld wordt vervolgens in een fonds op naam gestopt, waarna het bestuur van dat fonds zich zal buigen over de vraag welke auteurs in aanmerking komen.

„Leuke en pittige discussies” verwacht Ari Doeser daar. „Wat mij betreft gaat het geld naar de grafmonumenten van auteurs die er toe doen. Maar ja, daar gaan we al. Want wie doet er toe?”

Zelf heeft vooral het graf van de schrijver W.G. van der Hulst hem in het hart getroffen. „Ik ben christelijk opgevoed, moest als jochie naar de zondagsschool, en hoorde daar van de christelijk moralistische boeken van Van der Hulst. Die tijd heb ik achter me gelaten, maar onlangs heb ik toch zijn graf bezocht op een begraafplaats in Utrecht. Het graf lag er redelijk bij, maar zijn naam was helaas amper nog te lezen.”

    • Yaël Vinckx