Bij vaderschapstwijfel zorgen mannen niet zo goed voor het kind

Vaders die investeren in hun kind denken dat het hun eigen kind is. foto merlin daleman 'Vader & zonen' Tilburg, 15-06-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Mannen die vermoeden niet de biologische vader van hun kind te zijn en die toch met de moeder in een gezin blijven wonen, investeren minder tijd en middelen in dat kind dan vaders die erop vertrouwen wel de biologische vader te zijn.

Dat was al voorspeld, maar nu is het ook eens uitgezocht. De conclusie van dat onderzoek luidt dat biologisch vaderschap binnen gezinnen zwaar telt. Laag of geen vaderschapsvertrouwen hangt bovendien sterk samen met scheidingen.

Amerikaanse antropologen van de Universiteit van Nieuw Mexico onderzochten een grote groep mannen in Albuquerque (Evolution and Human Behavior, januari). In totaal 1325 mannen beantwoordden uitgebreide vragenlijsten. Bij 49 van de 3066 aan hen toegeschreven zwangerschappen (ofwel 1,46%), hadden de vaders zo hun twijfels.

Ten opzichte van mannen met een hoog vaderschapsvertrouwen scheidden deze wantrouwige of zelfs illusieloze mannen veel vaker. En ook na correctie voor het hoge scheidingspercentage bleek hun investering in het kind relatief klein. Ze brachten aanmerkelijk minder tijd door met het kind. Ook hielden ze zich minder bezig met de ontwikkeling van het kind – zoals met vorderingen op school.

De onderzoekers benadrukken wel dat het hier niet simpelweg om een kwestie van oorzaak en gevolg hoeft te gaan. Een vrouw kan bijvoorbeeld besloten hebben buitenechtelijke relaties aan te gaan juist omdat ze een weinig investerende man heeft.

Zeker is wel dat vaderschapsvertrouwen erg belangrijk is voor vader-kindrelaties en voor man-vrouwverhoudingen binnen huwelijken.

DNA-onderzoek bracht eerder aan het licht dat bij mensen en andere sociale en ‘monogame’ dieren heel wat mannen onwetend voor kroost zorgen waarvan zij niet de biologische vader zijn. De gangbare schatting is dat ongeveer een op de tien kinderen een ‘onecht’ kind is. Met dat cijfer in het achterhoofd waren de onderzochte mannen in Albuquerque nog redelijk goedgelovig.

Hoe dan ook vinden mannen vaderschapszekerheid, met hoge en langdurige investering in individuele kinderen, een belangrijk goed. Dat blijkt trouwens ook uit de obsessie met het uiterlijk van een baby. De schoonfamilie van de moeder stelt vooral graag vast dat de nieuwe mens de neus of ogen ‘van z’n vader’ heeft. Dat geeft de nodige zekerheid in de veeleisende periode na de geboorte van een kind. Frans van der Helm

    • Frans van der Helm