Benoît Hermans: 'Die Pontormo was een vreemde snuiter'

In deel 19 van een serie over kunstenaars en hun inspiratiebronnen vertelt Benoît Hermans over zijn fascinatie voor het schilderij De Kruisafname (1525-1528) van Jacopo di Pontormo (1494-1556).

'In 1998 maakte ik een reis door Italië, eigenlijk om het werk van Michelangelo beter te leren kennen. In een kerk in Florence, de Santa Felicità, zag ik toen deze Kruisafname van Pontormo, een van de belangrijkste representanten van het Florentijns maniërisme. Ik was er meteen kapot van. Ik denk dat ik het werk al eens eerder in een boek had gezien, maar pas toen ik hem in het echt zag viel me op hoe mooi en complex het was. Wat je op een reproductie nooit goed kunt zien, is de context eromheen.

Het schilderij hangt in een apart kapelletje, de Cappela Capponi, met een hekje ervoor. Om het schilderij zit een hele dikke gouden lijst. Ertegenover is een schildering van de Annunciatie. En erboven, in de vier hoeken van de kapel, bevinden zich ronde voorstellingen van de vier apostelen. Ik was zo onder de indruk dat ik aan mijn vriend vroeg om een foto van mij te maken in de kapel. Hij flitste, en kreeg direct een oud vrouwtje op zich af dat gilde: 'You are ruining this beautiful work of art!'

'Het is een absurd schilderij. Je kunt je bijna niet voorstellen wat Pontormo bezielde toen hij het maakte. Enerzijds past het thema netjes binnen de iconografie die in de vroege zestiende eeuw gangbaar was: een kruisafname, met Christus die omringd wordt door een groot aantal figuren. Maar anderzijds kan ik me niet indenken dat het in die tijd geaccepteerd was dat een schilder zo extreem met licht en kleur omsprong. Pontormo schilderde allerlei rare varianten op het menselijk lichaam, in suikerzoete kleuren die zo fel zijn dat het licht van binnenuit lijkt te komen. De huid van de man die de benen van Christus ondersteunt is zo roze dat het net is of hij een duikerspak aanheeft. En daar heeft Pontormo dan weer een complementaire kleur mintgroen naast durven zetten. De kleurwerking is zeer extreem.

Bijzaak

'Traditioneel gezien zou bij zo'n schildering het centrale thema zich in het midden van de compositie moeten bevinden. Maar hier heeft Pontormo juist een totaal onbenullig motief in het centrum geschilderd: een vrouwenhand met een doekje. Alle figuren kronkelen daaromheen, zijn naar de randen van het schilderij gedrongen. Bij Pontormo vraag je je voortdurend af hoe serieus hij het geloof nam. Voor hem lijkt het geloof een bijzaak, een aanleiding om zijn technieken te kunnen etaleren. Michelangelo was veel serieuzer. Die experimenteerde ook met nieuwe vormen en andere kleuren, maar hoe hij dat ook deed, het blijft het werk van een overtuigd christen.

'Toch heeft dit werk een plek gekregen in de kerk. Het is geaccepteerd. Dat vind ik fascinerend. Want was is hier nog serieus aan? Met welke intentie heeft Pontormo dit werk gemaakt? Die vragen komen vanzelf bovendrijven als je naar dit werk kijkt. Er zitten zoveel elementen in die ik niet snap, die voor ontregeling zorgen. Pontormo moet wel een vreemde snuiter geweest zijn.

Zijn biograaf Vasari schreef over hem dat ie overal buiten viel en dat hij een neurotische, geesteszieke man was. Hij schilderde over the top, en dat is precies wat mij zo in hem aanspreekt.

'Voor mijn eigen collages haal ik vaak inspiratie uit kunsthistorische voorbeelden. Maar door die werken te gebruiken, door ze na te schilderen, moet je ze ook aantasten. Je valt ze als het ware aan. Ik heb ook wel geprobeerd om het werk van Pontormo te gebruiken. Maar het feit dat ik het zo goed vind, maakt dat wel ingewikkeld. Ik durf het niet zomaar te infiltreren. Wel heb ik ooit een zwarte tekening over de voorstelling heen gezet, zodat het leek of de figuren getatoeëerd waren. Maar ik kan me nog niet vrijelijk door het beeld bewegen of elementen wegsnijden. Daarvoor is mijn fascinatie voor zijn werk te groot.

Grijstonen

'Ik heb erover nagedacht om het schilderij van Pontormo na te schilderen. Ik zou het zo graag fysiek bij me hebben. Maar ik durf het nog niet aan. Technisch gezien is het een heel complex werk, opgebouwd uit eindeloze lagen verf. Zo is die enorme diversiteit aan tussentinten ontstaan. Maar ik borduur voort op een negentiende-eeuwse manier van schilderen: de verf in één keer op het doek. Ik heb het geduld niet om mijn schilderijen zo op te bouwen zoals ze dat vijfhonderd jaar geleden deden. Die oude meesters waren er tevreden mee dat de voorstelling maandenlang alleen uit grijstonen bestond. Zij wisten dat de kleur later wel zou komen en dat je dan het effect pas echt zou zien. Ze vertrouwden erop dat het op termijn allemaal in elkaar zou vallen en zou kloppen. Maar ik heb er de rust niet voor om een jaar gaan zitten werken aan een schilderij waarvan ik in beginsel niet kan bevroeden hoe het eruit zal komen te zien. Ik werk het liefst aan twintig dingen tegelijk. Dat is het fijne van de collagetechniek: je ziet onmiddellijk wat het wordt.

'Ik houd van ontregeling, net als Pontormo. In mijn werk wordt de zuivere esthetische benadering van kunst in eerste instantie onderuit gehaald. Je kunt niet lekker gaan zitten kijken hoe goed zo'n schilderij in elkaar zit. Want op het eerste gezicht is het voornamelijk irritant (en vervelend). Die Pontormo is zo zoet dat hij bijna op je smaakpapillen inwerkt. Daardoor kun je niet meer ongehinderd genieten. Mijn werk is ook nooit zomaar mooi. Je moet er eerst een lange omweg voor afleggen voordat je het kunt waarderen.

'Een paar jaar geleden heb ik een werk gemaakt dat Annunciatie heet. Daarvoor had ik de engel van Caravaggio geleend, die de heilige Fransciscus ondersteunt. En die ligt weer op schoot bij een vrouw die ik heb nageschilderd van de negentiende-eeuwse schilder Valleton. Maar op de een of andere manier werd het beeld maar geen eenheid. Ik had al eens de achtergrond geel gemaakt en daarna weer weggeschuurd. Er moest een bindend element bij. Toen heb ik uit bruin, transparant plexiglas een soort badpak uitgesneden en dat op het naakte lichaam van de vrouw geplakt. En opeens werd het een geheel. Pas later, toen het werk allang af was, besefte ik: dat badpak is precies wat ik bij Pontormo heb gezien. Zo is hij onbewust toch mijn werk binnengekropen.'

Werk van Benoît Hermans is t/m 25 februari te zien op de tentoonstelling 'Schnitt mit dem Küchenmesser aux quatre mains' in de Stadsgalerij Heerlen.

www.stadsgalerijheerlen.nl