Achttien uur per dag met acht man op cel

In 2006 zaten zo’n 12.500 asielzoekers in de gevangenis, sommigen meer dan een jaar. En dat terwijl in de wet staat dat vreemdelingenbewaring pas als uiterst middel zou moeten worden ingezet. „Mijn delict is dat ik niet terugkan naar mijn land.”

(Foto: Dirk-Jan Visser / Rotterdam: 05-01-2007)Mamun Enamur, een dertig jarige vluchteling uit Bangladesh. Zijn asielprocedure is afgelopen, hij heeft net bijna een jaar vastgezeten. Nu woont hij drie hoog achter in het oude noorden. Visser, Dirk-Jan

Sheila Kamerman

Mamun Enamur (30) zit op zijn bed onder het schuine dak van de zolderkamer driehoog achter in Rotterdam-Noord. Aan de andere kant van het kamertje staat het bed van een vriend met wie hij de kamer deelt. De afgelopen tien maanden zat Manum Enamur in de gevangenis in Tilburg. Op de afdeling vreemdelingenbewaring. Hij is sinds 2004 uitgeprocedeerd asielzoeker en moet terug naar Bangladesh. Volgens Mamun kan dat niet omdat de ambassade van Bangladesh niet de juiste uitreispapieren verstrekt. Volgens de immigratie- en naturalisatiedienst (IND) doet Mamun onvoldoende moeite om die papieren te krijgen.

Hoe het ook zij, drie dagen voor Kerst, om zes uur ‘s avonds, kreeg Enamur via een bewaker een fax: ‘De hulpofficier van justitie te Tilburg besluit de op 15/2/2006 opgelegde maatregel met ingang van 22/12/2006 op te heffen’, stond er. Een uur later stond hij op straat, met een tasje met kleding en een treinkaartje naar Rotterdam.

Manum Enamur is nog steeds illegaal en wanhopig. „Ik heb geen idee hoe het verder moet met mijn leven”, zegt hij. Toch staan zijn zwarte ogen minder dof dan een maand geleden in de gevangenis. Daar sprak hij in een spreekkamertje met zijn advocaat Sandra Greve van het kantoor Collet International lawyers & associates. Hij deelde zijn cel van vijf bij vijf meter, met daarin vier stapelbedden, met zeven mannen uit Ghana, Sudan, Pakistan, China, Nigeria en twee uit Afghanistan. Een uur per dag kon hij recreëren: tafeltennis, biljarten of sjoelen. En een uur per dag werd er gelucht. Vier uur per dag werkte hij - Enamur soldeerde een onderdeel in lampen voor tuinbouwkassen. Daarvoor kreeg hij achttien euro per week. De overige achttien uur brachten de acht mannen samen door op hun cel. „Het was voortdurend ruzie”, zegt Enamur. „Je zit zo dicht op elkaar, iedereen is gestresst. De cultuurverschillen zijn groot.” Enamur had geen kamergenoten die korter dan drie maanden in detentie zaten. Waarvoor, vraag hij zich af. „Mijn delict is dat ik niet naar mijn land terug kan.”

Een keer per etmaal, om vier uur ‘s middags, bracht de bewaking een pakket voedsel voor de komende 24 uur. Brood, boter, kaas en jam, en voorverpakte avondmaaltijden die de mannen konden opwarmen in een magnetron. „Die waren niet te eten”, zegt Enamur. „Maar écht gek werd ik van de onzekerheid. Je zit in de cel omdat je illegaal bent. Je hebt geen idee hoe lang het gaat duren. Je weet niet wat ze met je gaan doen.”

De wet stelt geen maximum aan de detentieduur van uitgeprocedeerde asielzoekers die terugmoeten naar het land van herkomst, zegt Anton van Kalmthout, hoogleraar straf- en migratierecht in Tilburg. Hij deed recent onderzoek naar de vreemdelingendetentie en bundelde 61 interviews in het boek ‘Ook de illegaal heeft een verhaal’. „Aanvankelijk werd zes maanden detentie als maximum beschouwd, maar de afgelopen jaren is dat steeds verder opgerekt.” Van Kalmthout trof een illegale vreemdeling die twee jaar in de gevangenis zat, anderhalf jaar is volgens hem geen uitzondering.

Uit cijfers van het ministerie van justitie blijkt dat in 2005 12.382 illegale vreemdelingen een of meer dagen doorbrachten in de gevangenis, de gemiddelde verblijfsduur was 60 dagen. De officiële cijfers van 2006 zijn nog niet beschikbaar, maar volgens een woordvoerder van justitie zijn die „niet veel hoger” dan die van 2005. Uit het onderzoek van Van Kalmthout bleek dat de gemiddelde verblijfsduur rond de 80 dagen lag. Veertig procent van de gedetineerde vreemdelingen wordt uiteindelijk daadwerkelijk uitgezet. Volgens Van Kalmthout is dat percentage geflatteerd omdat naar schatting tien procent weer naar Nederland terugkomt. De overige vreemdelingen worden vroeg of laat op straat gezet. Net als Manum Enamur vlak voor Kerst.

Asieladvocaat Michel Collet van Collet International merkt dat uitzettingen alleen in de eerste twee maanden voorkomen. „Die overigen maanden in detentie hebben dus eigenlijk geen zin.”

Illegale vreemdelingen in detentie worden behandeld als criminelen, zegt Van Kalmthout. „Dat past in het beleid van afschrikking en ontmoediging: laat ze gewoon zitten en schenk er vooral niet teveel aandacht aan.” Vreemdelingenbewaring, zegt Van Kalmthout, is een uiterst middel, als minder ingrijpende alternatieven zijn uitgeput. „Zó staat het in de wet.” Een alternatief kan bijvoorbeeld een dagelijkse of wekelijkse meldplicht zijn. „Als de vreemdeling zich daar aan onttrekt, dán wordt hij vastgezet. Heb je ook die 3.000 cellen niet nodig.”

Enamur durft niet terug naar Bangladesh. Als student was hij lid van een partij die probeerde de arme boeren in Bangladesh te mobiliseren om in opstand te komen tegen de landheren die hen uitbuitten, vertelt hij. „Het verschil tussen arm en rijk in mijn land is enorm. Ik vond dat dat moest veranderen.” De landeigenaren dachten daar anders over, hij werd bedreigd en een oom betaalde een smokkelaar die hem naar Nederland bracht. Dat was begin 1999.

De IND stelt dat Bangladesh veilig genoeg is om naar terug te keren. De vader van Manun Enamur raadt hem af terug te komen. Toch heeft Enamur besloten mee te werken aan terugkeer. „Alles beter dan een bestaan in de marge.” Advocaat Greve bevestigt dat hij verschillende keren naar de ambassade is geweest.

Heeft Enamur nog hoop op een generaal pardon, nu daar in de Tweede Kamer een meerderheid voor is? „Mijn advocaat zegt dat ik de moed niet moet verliezen. Dat probeer ik dan maar.”

    • Sheila Kamerman