1 CHINA: EFFECTIEVE CENSUUR MET STEUN UIT HET BUITENLAND

Internet is het meest vrije medium in China. Op internet kan veel meer gezegd worden dan in de kranten en op radio en televisie, hier vindt je de meest levendige en felle discussies over actuele maatschappelijke kwesties. Maar het heeft ook bewezen dat het de besluitvorming aan de Chinese top kan beïnvloeden.

Internet functioneert als een informeel inspraakorgaan van de Chinese burgerij.

Neem de zaak Sun Zhigang. Sun, een grafisch ontwerper, was 27 toen hij in de gevangenis werd doodgeslagen. Hij werd in 2003 opgepakt omdat hij de verplichte verblijfsvergunning voor de Zuid-Chinese stad Guang-zhou niet bij zich droeg. Daarop werd hij overgebracht naar een speciaal opvangkamp voor migranten. Toen hij van daaruit naar de gevangeniskliniek moest omdat hij klaagde over hartklachten, bleef hij maar schreeuwen en protesteren tegen zijn behandeling. Daarop zette het ziekenhuispersoneel zijn medegevangenen aan om hem een stevige aframmeling te geven. Sun overleed aan zijn verwondingen.

Zijn dood leidde tot grote verontwaardiging op internetfora. Er kwam kritiek op het systeem dat tot de dood van Sun had geleid, waarbij het de politie was toegestaan om migranten zonder de juiste papieren voor onbepaalde tijd in kampen op te sluiten.

Die opvangkampen waren berucht onder migranten. Ze moesten er werken om voor hun verblijf te betalen. Zo werden zij een extra bron van inkomsten voor de politie, die de migranten soms eindeloos vasthield zonder dat familieleden op de hoogte werden gesteld. Volgens sommige berichten zijn er zelfs migranten doorverkocht aan fabrieken, boerderijen en bordelen als rechteloze arbeidskrachten.

De regering heeft het nooit met zoveel woorden toegegeven, maar de felle, negatieve reacties op internet hebben er waarschijnlijk toe geleid dat China kort na de dood van Sun besloot om de wetgeving te herzien.

Migranten hebben nu recht op gratis opvang en assistentie als het ze niet lukt om in de steden te overleven.

Toch is het internet in China aan sterke beperkingen gebonden. De Amerikaanse president Bill Clinton was er in 2000 nog heilig van overtuigd dat China door internet zou veranderen in een democratie naar westers voorbeeld. 'Vrijheid zal zich in de 21ste eeuw verspreiden via de mobiele telefoon en het modem', zei Clinton toen. China kon nog zo hard proberen om het net te censureren, Clinton hield dat domweg voor onmogelijk. 'Dan kun je net zo goed proberen om een drilpuddinkje tegen de muur te spijkeren', zei Clinton.

Vijf jaar later, in 2005, kwam Clinton naar China om een congres over internet bij te wonen. Dat bezoek werd deels betaald door het Chinese internetbedrijf Alibaba.com, waarvan Yahoo zo'n 40 procent van de aandelen bezit. Kort voor het congres ontstond er een internationale rel, toen bleek dat China de journalist Shi Tao had kunnen traceren op basis van gegevens die Yahoo aan de Chinese overheid ter hand had gesteld.

Shi kreeg tien jaar gevangenisstraf omdat hij een intern document van de communistische partij naar een buitenlandse website had doorgestuurd. In het stuk legde de communistische partij journalisten uit hoe ze moesten schrijven over bepaalde gevoelige onderwerpen. Shi werd veroordeeld omdat hij staatsgeheimen zou hebben doorgespeeld aan het buitenland.

Clinton ontweek op de conferentie vragen van journalisten over de morele aspecten van de zaak, maar zei later wel dat internet in China toch van een heel andere aard is dan in Amerika. Is China er dan toch in geslaagd om een drilpuddinkje tegen de muur te spijkeren, daarbij geholpen door buitenlandse internetbedrijven als Yahoo?

China is daar in elk geval verder mee gekomen dan welk ander land ook ter wereld. China, waar ongeveer een op de tien mensen toegang heeft tot internet (het land telt 130 miljoen internetgebruikers), beschikt ook over het meest verfijnde systeem van internetcensuur ter wereld. Het is een systeem dat zich, vaak met behulp van technologische innovaties die door westerse bedrijven worden geleverd, voortdurend aanpast aan de nieuwste gebruiken van internet.

Een aantal websites wordt volledig geblokkeerd, vaak al op het moment dat een gebruiker buitenlandse sites in China oproept en probeert 'de grens over te komen'. De unieke cijfercode die aan een bepaalde website hangt, wordt herkend door de systemen die de informatie in China distribueren, en de site wordt geblokkeerd. Dat maakt het bijvoorbeeld onmogelijk om de website van bcc News of van Amnesty International in China te raadplegen.

Verder zijn er filters geïnstalleerd die speuren naar bepaalde verboden woorden. Het gaat om een lange lijst van begrippen, sommigen spreken van duizenden woorden, anderen zelfs van tienduizenden. Het gaat om woorden als 'democratie', en combinaties van woorden als 'Tibet Vrij', en veel minder om termen die naar seks verwijzen. Vaak wordt niet de hele website geblokkeerd, maar alleen dat deel van een site dat ongeoorloofde informatie bevat.

Daarnaast houdt de Chinese overheid internetproviders en webmasters verantwoordelijk voor de berichten die er op hun sites verschijnen. Als die ongeschikt of opruiend geacht worden, dan haalt een webmaster ze vaak kort na hun verschijnen weer van het web. Het gaat dan bijvoorbeeld om berichten die oproepen tot het vrijlaten van internet-dissidenten.

Verder moet je je registreren voordat je in een internet-café achter een computer kunt plaatsnemen. Internet-providers zijn verplicht om te registreren welke gebruiker welke sites bezoekt: de politie kan altijd naar die informatie vragen. Naar verluidt zijn er zo'n 30.000 mensen in China ingezet om toezicht te houden op het gebruik van internet. Zij baseren zich daarbij op een geheel van wetten en regels dat de individuele burger wel veel verplichtingen oplegt, maar dat hem geen enkele bescherming biedt tegen het optreden van de overheid. Volgens de in Parijs gevestigde organisatie Verslaggevers Zonder Grenzen zitten er momenteel 52 mensen in China gevangen voor kritiek die ze hebben geuit via websites of via een blog.

Chinees googlen

Buitenlandse internet-bedrijven raken steeds meer betrokken bij censuur in China. Zo heeft Google in de Chinese versie van zijn zoekmachine een filter ingebouwd waardoor kritische informatie over bijvoorbeeld de opstanden op het Plein van de Hemelse Vrede ontoegankelijk is geworden. Het Amerikaanse bedrijf Cisco levert fijnmazige technologie die de Chinese overheid steeds eenvoudiger in staat stelt om te volgen wie er wat op internet doet.

Dat China er zo goed in slaagt om het internet te censureren, schept kansen voor een nieuw Chinees exportproduct: internettechnologie compleet met geïntegreerde systemen voor censuur, te leveren aan ontwikkelingslanden die net als China graag internet willen, maar alleen als het geen wapen wordt in de handen van groepen met kritiek op de zittende regering. Verslaggevers Zonder Grenzen vermoedt dat China dit soort systemen al te koop aanbiedt in Afrika en Zuid-Amerika.

China is er dus niet alleen in geslaagd om buitenlandse bedrijven efficiënt in te zetten voor een uitzonderlijk goed functionerende censuur in eigen land, maar is ook hard op weg om deze Chinese vorm van gecensureerd internet naar andere landen te exporteren.

Garrie van Pinxteren was correspondent van NRC Handelsblad in China. Zij werkt nu bij de NOS.

    • Garrie van Pinxteren