Zij was als zacht deeg

Ernst Weiss: Jarmila. Een liefdesgeschiedenis uit Bohemen. Vertaald door Dineke Bijlsma. Van Gennep, 102 blz. € 10,–.

Zo’n mooie novelle lees je niet alle dagen. Jarmila is het laatste werk van de Praags-Duitse schrijver Ernst Weiss (1882-1940), die als vluchteling voor het nationaal-socialisme in Parijs zelfmoord pleegde. Weiss had in Wenen en Praag medicijnen gestudeerd, was nauw bevriend met Kafka en werd bewonderd door Thomas Mann en Stefan Zweig. Tegenwoordig geldt Weiss, wiens verzamelde werk zestien banden omvat, als een van de grootste Duitstalige auteurs uit de eerste helft van de vorige eeuw. Zijn beroemdste werk is de roman Der Augenzeuge (1938); over een arts die aan het einde van de Eerste Wereldoorlog de psychisch gestoorde Hitler behandelde, en zo diens latere carrière mogelijk maakte.

Ernst Weiss was gespecialiseerd in pathologische gevallen (hij werd ‘de Oostenrijkse Dostojevski’ genoemd), en daarvan vind je ook iets terug in Jarmila. Deze novelle speelt zich af in Praag en op het Boheemse platteland, deels ook in Parijs.

Centraal staat de arme horlogemaker Bedrich, die vertelt over zijn langdurige affaire met de mooie, jonge boerin Jarmila. Deze sensuele vrouw heeft een zoon van Bedrich, maar is getrouwd met een rijke, veel oudere verenhandelaar, die uiteindelijk wraak neemt op zijn overspelige echtgenote door haar te laten verongelukken. Bedrich wordt naast het lijk van Jarmila aangetroffen en tot vijf jaar tuchthuis veroordeeld, ook al omdat hij kort daarvoor door een brand twee landlopers liet omkomen.

Als Jarmila niet zo tragisch zou aflopen, zou je van een idyllische dorpsgeschiedenis met welhaast bucolische elementen kunnen spreken. Prachtig is de landelijke sfeer die Weiss oproept, en net zo innemend is de zinnelijke kracht van zijn proza. De rendez-vous van Bedrich en Jarmila vinden plaats in de verenkamer van de boerderij, en na de liefde voelt haar lichaam aan ‘als fijn zacht gebaksdeeg dat in de lauwe warmte van de oven rijst’. Onduidelijk blijft wanneer de novelle speelt. Maar omdat Bedrich naar de VS wil emigreren en er sprake is van gesloten grenzen en de jacht op visa, zou je aan net vóór de Tweede Wereldoorlog kunnen denken.

Interessant is ook de vorm van Jarmila. Weiss koos voor een raamvertelling. De verteller is een in Parijs wonende fruithandelaar die naar Praag is gereisd en daar toevallig Bedrich ontmoet, die net zijn gevangenisstraf heeft uitgezeten. Tegen hem vertelt Bedrich zijn levensverhaal. Later komt het tot een nieuwe ontmoeting tussen beide mannen, en uiteindelijk zal het met Bedrich – net als met de schrijver – slecht aflopen. De spanning blijft tot in de laatste zin gehandhaafd. Jarmila is een juweeltje en hopelijk de opmaat tot meer Weiss-vertalingen.