Zalen vol geroofde antiquiteiten

De museale aankoop van een oud-Griekse vaas in 1972 was het startsein voor meer handel in roofkunst. Dat blijkt uit een gedetailleerde reconstructie.

Een vrouwfiguur uit Griekenland, uit de 6de eeuw v. Chr. Drie kunstwerken die het Amerikaanse Getty Museum illegaal verkreeg en restitueert aan de landen van origine Foto's Reuters en AFP A photograph released by the Greek Culture ministry in Athens depicts a 6th century BC marble "kori" statue of a woman, one of the two objects the J.P. Getty Museum will return to Greece December 11, 2006. Greece on Monday declared an end to an 11-year dispute with the Getty on Monday after the U.S. institution agreed to return two ancient artefacts which Greece has long said were the result of illegal excavation and smuggling. FOR EDITORIAL USE ONLY REUTERS/Greek Culture Ministry/Handout (GREECE) REUTERS

Peter Watson en Cecilia Todeschini: The Medici Conspiracy. The Illicit Journey of Looted Antiquities from Italy’s Tomb Raiders to the World’s Greatest Museums. Public Affairs, 379 blz. € 27,–

Het verhaal, zoals onderzoeksjournalist Peter Watson gedetailleerd vertelt in The Medici Conspiracy, begint in januari 1994 met een roofoverval in Melfi, een slaperig stadje bij Napels. De bewakers van het kasteel van Melfi met zijn 365 kamers waren geen partij voor de vier gewapende rovers, die acht Apulische vazen uit de 4de eeuw voor Christus in hun Lancia laadden en verdwenen. De auto had een Zwitsers nummerbord, zag een van de bewakers nog. Dit zou dus een klus worden voor de in 1969 opgerichte speciale eenheid van de Carabinieri in Rome, die zich met diefstal en illegale handel van kunst- en archeologische schatten bezighoudt.

Het onderzoek van de ‘Art Squad’ leek vast te lopen totdat er in oktober 2005 een uitnodiging van de politie in München kwam. Of de Carabinieri wilden deelnemen aan een huiszoeking bij een Italiaanse kunsthandelaar die in Griekenland verdacht werd van illegale handel in kostbare oudheden. De Romeinse politiemannen konden hun ogen nauwelijks geloven: in het zwembad van de handelaar, in een mengsel van water en chemicaliën om de schatten te ontdoen van aangroeisels, stonden drie van de Apulische vazen die in Melfi waren geroofd, plus vele andere antieke vazen en potten, uit veelal Italië maar ook Griekenland en Bulgarije.

In de administratie van de betrokken kunsthandelaar dook de naam op van een voormalig hoofd van de Guardia di Finanza, de Italiaanse financiële en douanepolitie, destijds berucht wegens corruptie. De Art Squad had de man al maanden afgeluisterd, maar vond geen bewijzen voor zijn rol in de roof van kunst en antiquiteiten die Italië al jaren op grote schaal teisterde. In augustus 2005 kwam hij bij een auto-ongeluk om het leven. Huiszoekingen in zijn Romeinse woning en bij familie leverden behalve tachtig geroofde antieke kunstvoorwerpen een gedetailleerd ‘organigram’ op – van veelal in Zwitserland gevestigde, Amerikaanse, Italiaanse, Griekse en Libanese kunsthandelaren, van restauratiebedrijfjes, en van maffiose ‘capo’s’, de ‘middelaars’ van de ‘tombaroli’, zoals de grafplunderaars en rovers van antieke kunstschatten in Italië heten.

De Art Squad had een maand later wederom geluk: Sotheby’s publiceerde een catalogus voor een veiling van antieke kunst met daarin een foto van een in Rome gestolen sarcofaag, aangeboden door een firma in Genève. De firma bleek eigendom van Giacomo Medici, een Italiaanse kunsthandelaar met een sleutelpositie in het genoemde ‘organigram’ van de ondergrondse internationale handel in geroofde antieke kunst. De Zwitserse autoriteiten, doorgaans niet coöperatief, stemden ditmaal – er was geen twijfel dat het om diefstal ging – snel in met huiszoekingen in de opslagruimten die Medici huurde in de ‘freeport’ van Genève. En die leverden een gedetailleerd beeld op van de internationale ‘samenzwering’ tussen de malafide kunsthandelaars en beroemde musea als het Getty Museum in Los Angeles en het Metropolitan Museum in New York.

Warenhuis

In het Geneefse ‘warenhuis’ van Medici – geen relatie met de Florentijnse Medici’s – vond de politie 3.800 objecten, waaronder een paar vervalsingen, 35.000 pagina’s aan belastende documenten en duizenden foto’s. Medici werd in juni 2005 in Italië veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf en een boete van 10 miljoen euro, te betalen aan het Ministerie van cultuur. Bijna alle in Genève aangetroffen voorwerpen werden in beslag genomen. Medici ging in hoger beroep en dat is nog in behandeling.

Daarmee was de zaak niet afgedaan. Want bij de eerste huiszoeking in Genève gebeurde een ongelukje dat nog een lange nasleep zou krijgen. Een Zwitserse politieman tilde een zogenaamde Euphronios-vaas op aan de twee ‘oren’. De Griekse vaas, sterk gerestaureerd, viel meteen in stukken uiteen. Medici had er bijna 800.000 dollar betaald, want Euphronios, die in de 6de eeuw voor Christus leefde, geldt als een groot meester in het decoreren van vazen.

In 1972 betaalde het New Yorkse Metropolitan Museum of Art voor het eerst een miljoen dollar voor een voorwerp uit de oudheid, eveneens een vaas van Euphronius. Dat leidde destijds tot een heftige en nooit opgeloste controverse tussen experts in antieke kunst, onder meer door hardnekkig onderzoek van de New York Times naar de herkomst van de circa veertig centimeter hoge vaas. Maar belangrijker was dat de ‘tombaroli’ in Italië en elders, de maffiosi en de handelaren in roofkunst begrepen dat er veel geld te verdienen was. ‘Kwaliteit betaalt’, zei een van hen. Naar schatting zijn sindsdien in Italië honderdduizend graven en andere vindplaatsen geplunderd en werd er – volgens een Engelse berekening – voor 500 miljoen dollar aan antieke kunst geroofd.

Voor een groot deel gebeurde dat in samenwerking of opdracht van twee grote ‘cordata’ (netwerken). Aan een daarvan stond Giacomo Medici aan het hoofd, het andere werd geleid door zijn gehate concurrent Gianfranco Becchina, beiden woonachtig in Zwitserland. Er waren ook Britse, Libanese en Griekse handelaren in roofkunst, zoals de Engelsman Robert Symes die in botsing kwam met de Engelse justitie, twee jaar gevangenisstraf kreeg, en bij wie 17.000 artefacten ter waarde van ongeveer 210 miljoen dollar, verborgen in 33 opslagruimtes, in beslag werden genomen. Alle ‘organigrammen’ van de verdachte Italiaanse kunsthandelaren eindigden bij Robert Hecht, de man van de Euphronios-vaas van het Metropolitan Museum, die al in de jaren zeventig in Turkije en later in Italië tot ongewenst vreemdeling was verklaard wegens illegale praktijken. Een jaar geleden begon in Rome een proces tegen de in Parijs wonende Hecht , onder meer vanwege zijn rol in de verkoop van een Siciliaanse ‘zilverschat’ die twee ‘tombaroli’ bij Enna op Sicilië opdolven. Ze verkochten tientallen zilveren voorwerpen die ze hadden opgedolven voor 27.000 dollar aan een Siciliaanse ‘bemiddelaar’ in Zwitserland, die 875.000 dollar van Hecht ontving, die op zijn beurt in 1982 drie miljoen dollar van het New Yorkse Metropolitan Museum in handen kreeg. De waarde van dit zilver, nog steeds in bezit van het Metropolitan, wordt nu op 100 miljoen dollar geschat.

Peter Watson, behalve onderzoeksjournalist sinds 1997 ook archeologisch onderzoeker aan de universiteit van Cambridge, is deskundig in deze materie. Hij schreef eerder een kritisch boek over de rol van Sotheby’s in deze illegale handel. Watson en zijn Italiaanse co-auteur Cecilia Todeschini onthullen tot in de kleinste details hoe Giacomo Medici en zijn netwerk van handlangers te werk gingen om musea en verzamelaars, vooral Amerikaanse maar ook Europese, roofkunst te verkopen. Hij concentreert zich op Medici omdat die als getuige in Italiaanse processen inzage had in de vele duizenden documenten die in de tergend langzame procesgang worden overlegd. Zo had Medici een handlangster bij de Zwitserse douane, een archeologe, die duizenden valse ‘certificaten van herkomst’ tekende. Medici kocht soms zijn eigen artefacten terug van Sotheby’s – omdat ze met een label van het veilinghuis ‘echt’ en dus ‘verhandelbaar’ waren geworden. Rijke Amerikanen kochten roofkunst om aan musea te geven en dat leverde weer belastingaftrek op.

Plunderaars

Maar dat zijn slechts smakelijke details. Watson laat er geen twijfel over bestaan wie – zoals hij schrijft – ‘de echte plunderaars zijn: de musea van de wereld’, met bovenaan het Getty Museum dat zeker 42 antieke kunstschatten van Medici kocht, alle geroofd in Italië, zoals blijkt uit de polaroids die Medici had gemaakt en bewaard. Het Getty museum, beheerd door een trust die over 5 miljard dollar beschikt, verkeert in een bijzondere positie: het moet zijn omvangrijke rente-inkomsten grotendeels uitgeven om zijn fiscaal bevoorrechte status als culturele instelling te behouden. En dat deed het in de jaren tachtig en negentig: bij kenners in Italië staat het Getty Museum bekend als het ‘museum van de tombaroli’, sneert Watson. Hij maakt ook gehakt van de academische zesdelige publicatiereeks Greek vases in the J. Paul Getty Museum ( 1983-2000): ‘er is waarschijnlijk geen equivalent in de geschiedenis van antiquiteiten dat zijn hoge idealen zo verraden heeft.’

Het laatste woord is binnen afzienbare tijd aan de rechtbank in Rome waar behalve Robert Hecht ook Marion True terechtstaat voor het aankopen van gestolen kunst. True, werkzaam bij het Getty Museum, is de eerste conservator van een vooraanstaand museum die ooit is aangeklaagd voor deelneming aan samenwering om geroofde kunst te (ver)kopen. Overigens heeft het Getty in oktober j.l. een nieuw aankoopbeleid aangekondigd waarbij ‘volgens de hoogste ethische normen en in overeenstemming met alle geldende wetten’ zal worden gehandeld.