Voor vrouwen ben ik een mijlpaal

Jan Cremer: De Cremer Tapes. Voetnoten bij een schelmenroman. Samenstelling: Rob van Essen.De Bezige Bij. 432 blz. € 19,90.

Of Jan Cremer nu in Rusland zit, in Italië, Afrika, IJsland, bij de Eskimo´s of op de Seychellen: overal voelt hij zich thuis. Even een paar dagen de kat uit de boom kijken en dan wordt hij overal geaccepteerd. ‘Ook bij de zogenaamde primitieve volkeren heb ik vrienden voor het leven gemaakt’, meldt hij in De Cremer Tapes. Dat komt door zijn ‘aangeboren beschaving’, maar het helpt natuurlijk ook dat hij ‘alle talen’ vloeiend spreekt en dat er ‘op de hele wereld’ meiden voor hem klaar staan.

In dit ruim 400 bladzijden tellend boek met als ondertitel ‘Voetnoten bij een schelmenroman’ kan de kennismaking vernieuwd worden met de schrijver van Ik Jan Cremer (1964). Hoe het onze globetrotter op dit moment, in zijn 66ste levensjaar vergaat, is mij niet bekend. De Cremer Tapes hebben betrekking op de Cremer in de bloei van zijn leven, toen hij rond de 35 was. Het boek is samengesteld uit de cassettebanden en aantekenboeken die hij in 1974 en 1975 vulde met autobiografisch materiaal toen hij in New York woonde. Dertig jaar lang lagen die banden en boeken in de kelders van het Chelsea Hotel te verstoffen.

Samensteller Rob van Essen maakte een royale keuze uit het verloren gewaande materiaal, zodat wij nu kunnen zien hoe het de schrijver tien jaar na zijn roemruchte en in diverse talen vertaalde debuut verging. Of wij met De Cremer Tapes ook een ‘onthullend tijdsbeeld’ van de jaren zeventig krijgen, zoals de uitgever ons wil doen geloven, lijkt mij zeer de vraag. Cremer maakt er althans weinig woorden aan vuil: ‘Geen reet gebeurd, in deze jaren. De grote slampampertijd.’

De onthullingen hebben allemaal betrekking op Cremer zelf, die niet moe wordt uit te leggen hoe ferm en onverzettelijk hij in het leven staat. ‘Mijn leven lang’, schrijft hij, ‘hebben ze er alles aan gedaan om mij in de stront te trappen.’ Maar hij heeft zich door al die tegenwerking niet laten kisten. Hij kwam zijn moeizame jeugd glansrijk te boven en ook andere problemen – periodieke geldzorgen, verbroken relaties – wist hij steeds weer het hoofd te bieden.

In De Cremer Tapes wordt een lans gebroken voor wat je het ware leven zou kunnen noemen en voor een ‘eerlijke rechtdoorzee-mentaliteit’, zoals Cremer die er zelf op na zegt te houden. Hij schrijft zonder poespas over wat hij zelf heeft meegemaakt. ‘Ik noteer de werkelijkheid’. Ook als schilder voelt hij zich een ambachtsman en geen intellectueel. Hij huldigt een eenvoudige levensinstelling: hard werken, vroeg op, goed eten en drinken, geen gezeur over pijn en veel seks, want ‘dat ben je aan je jongeheer verplicht, dat is natuurlijk.’ Elders heet het dat ‘de loop’ af en toe doorgeblazen moet worden. Van een vrouw verwacht hij dat ze in hem ‘haar heer en meester’ erkent, zijn potje kookt, er verleidelijk uitziet en een goed gebit heeft. Hij heeft het liefst een blauwogige, blonde vrouw, ‘al dan niet geblondeerd’. Zij mag niet roken, althans niet de hele dag. Een enkel sigaretje op straat mag weer wel, want dat staat geil.

Veel nieuwe inzichten leveren deze ‘voetnoten’ niet op. We wisten immers al dat Cremer in Enschede is opgegroeid, dat zijn moeder Hongaars was en zijn vader een vagebond, die vroeg overleed. Het is meer van hetzelfde. Opmerkelijk is vooral het hoge zelffeliciterende gehalte van de aantekeningen, waarmee Cremer vermeende vijanden of concurrenten de loef lijkt af te willen steken. ‘Literatuur lees ik vrijwel nooit’, merkt hij bijvoorbeeld smalend op. ‘Ik schrijf zelf. Ik lees niet, ik word gelezen.’ Hij meent niet alleen de beste schrijver, maar ook de beste schilder van Nederland te zijn. Ook roemt hij zijn eigen integriteit, zijn goedheid, zijn pioniersgeest, zijn ‘geniale’ gevoel voor publiciteit, zijn knoflookverslaving, zijn hoge pijngrens, zijn kookkunst, zijn scherpe ogen, oren en neus, zijn puike gezondheid, zijn slanke lijn, zijn vermogen om iedereen onder de tafel te drinken en natuurlijk zijn aantrekkingskracht op vrouwen, over de hele wereld. ‘Voor elke vrouw ben ik een mijlpaal in haar leven geweest.’ Zijn relatie met Jayne Mansfield moest hij op zeker moment wel verbreken omdat zij hem beknotte in zijn vrijheid. En Janis Joplin wilde te graag. Dus liet hij haar een blauwtje lopen.

Er is eigenlijk maar één conclusie mogelijk als we De Cremer Tapes overzien. En wie kan dat beter en kernachtiger uitdrukken dan Cremer zelf: ‘Met mij is niets mis’.