Voor dendrofielen

Colin Tudge: The Secret Life of Trees. How they live and why they matter. Penguin, 452 blz. € 16,–

Colin Tudge: The Secret Life of Trees. How they live and why they matter. Penguin, 452 blz. € 16,–

Spreekt iemand wel eens van dendrofielen, of is die term nog niet ingevoerd? De tijd is er rijp voor. Dendrologen zijn de geleerden die alles van bomen afweten, de dendrofielen zijn dan de liefhebbers die er over willen horen en lezen. Voor hen lis nu het boek beschikbaar van Colin Tudge, The Secret Life of Trees, dat is volgepakt met informatie over alle boomsoorten van de wereld.

Zijn kennis van zaken is overweldigend: hij beschrijft hoe bomen ontspruiten, hoe ze zich voeden en opgroeien en zich vertakken, hoe ze hun water naar boven krijgen, wat ze met insecten hebben te stellen, hoeveel variëteiten er van iedere soort bestaan, hoe ze leven, in welke mate ze zich aan klimaatveranderingen kunnen aanpassen – en dit is nog maar een kleine greep uit de onderwerpen die Tudge behandelt, en die hij verfraait door overal de graeco-latijnse termen bij te zetten.

Maar na verloop van tijd moet toch worden toegegeven dat hele hoofdstukken beter als een catalogus dan als een lopend verhaal gepresenteerd hadden kunnen worden. Alleen een geschoolde bioloog kan er steeds geconcentreerd bij blijven, en misschien ook onverstoorbaar heenlezen over een onhandige vergelijking, zoals waar Tudge aangekondigt dat alle bossen van elkaar verschillen: zij zijn net ‘art galleries; they all have pictures, but they don’t have the same pictures’.

Wat een verrassing als Tudge tenslotte best een klinkend betoog blijkt te kunnen houden, als hij al zijn soorten en varianten heeft afgewerkt. ‘The Future of Trees’ heet een van de laatste hoofdstukken, waarin hij de vooruitzichten voor de uitgebuite aardbol bespreekt. Tussen de vooruitzieners van onze tijd vertegenwoordigt hij niet de geruststellende richting waar de verwachting is dat het wel mee zal vallen met de klimaatverandering. Hij vat het zwaarder op, onder verwijzing naar de uitstoot van de industrieën. Hij is terughoudend in zijn verwachtingen, helder in het definiëren van de onzekere factoren, en tenslotte gematigd somber (‘I have two grandchildren and I fear for them’). Wat hij er tegenover stelt om de schade te beperken is natuurlijk in de eerste plaats een zorgvuldiger bosbeheer: minder roofzuchtig kappen, meer doordacht planten. In zijn laatste hoofdstukken is Tudge zo verstandig en leerzaam en welbespraakt dat zijn verhouding tot de lezer een ommekeer doormaakt.

    • J.J. Peereboom