Vervelende digitale vandalen

Ilja Pfeijffer is deze weken correspondent van nrc.next in Second Life.

In de virtuele wereld begint ook misdaad een rol te spelen.

De MisBeHaven Club is verdwenen. De hele club is gestolen. Foto Lilith Lunardi De MisBeHaven Club is verdwenen. De hele club is gestolen. Foto Lilith Lunardi Second Life is een snelgroeiende virtuele wereld waarin mensen onder een zelfgekozen identiteit, vanachter hun computer, met elkaar praten en handelen. Ook echte bedrijven hebben er filialen geopend.

Weet je wat echt freaky is? Om in een wereld te wonen waar misdaad niet bestaat. Second Life kent op dit moment ruim twee miljoen inwoners, maar iedereen kan met een gerust hart zijn deur open laten. Dit is niet omdat mensen in hun tweede leven opeens allemaal goed zijn, al is dat ook zo, maar omdat misdaad met behulp van een paar simpele ingrepen onmogelijk is gemaakt. Niet door repressie, veel blauw op straat en zware straffen, maar door twee eenvoudige basisprincipes in de programmatuur van de wereld waarin Second Life zich afspeelt.

Ten eerste kun je niet dood. Je kunt niet bloeden, niet stikken en niet te pletter vallen. Dat betekent dat niemand je kan neersteken, wurgen of van een wolkenkrabber afduwen. Dat gebeurt ook in First Life niet zo vaak, maar de theoretische onmogelijkheid van fysieke schade in Second Life elimineert elke vorm van dreiging. Niemand hoeft zijn Linden Dollars af te staan omdat een mes op zijn keel staat. Een onschuldig meisje kan bij nacht en ontij in nauwelijks een negligé door de onguurste achterbuurten huppelen zonder dat haar vader zich zorgen hoeft te maken. Het kostte wel enige tijd om te wennen aan de afwezigheid van gevaar. Ik was door First Life zo getraind om op mijn hoede te zijn of om althans niet al te rare dingen te doen, althans niet op rare plekken, althans niet de hele tijd, dat ik aanvankelijk ook in Second Life voorzichtig was om mij op bepaalde tijden op bepaalde plaatsen te begeven.

Ten tweede kan iedereen alleen aan zijn eigen spullen komen. In de programmatuur van elk object, elke stoel, elke boom, elke sigaar, elke duikplank, elk cocktailjurkje, elke limousine, elk kasteel, is vastgelegd wie de eigenaar is. De eigenaar en niemand anders dan de eigenaar kan voor elk afzonderlijk object bepalen of het mag worden gebruikt, veranderd, gekocht of gratis gekopieerd. Je kunt goede vrienden of deskundige monteurs tijdelijk het recht verlenen om aan jouw spullen te morrelen, zodat ze je kunnen helpen om iets te bouwen. Maar op elk moment kun je dat recht herroepen en dan is er niemand in de wijde wereld die zelfs maar een salontafeltje dat van jou is, kan verplaatsen.

Weet je wat nog meer freaky is dan te wonen in een wereld waar misdaad niet plaatsvindt? Als het toch plaatsvindt. Je moet er de programmatuur voor omzeilen, maar hackers bestaan. Zogenaamde Griefers, de vandalen van Second Life, maken er een sport van om vervelend te zijn op manieren die in principe onmogelijk horen te zijn. Soms zijn hun acties ludiek. Wanneer de beroemde vastgoedmagnate Anshe Chung zich laat interviewen voor een publiek van honderden avatars, laten ze reuzendildo’s door het auditorium zweven. Soms zijn hun acties ronduit malicieus. Ze hebben het hele grid wel eens laten crashen. Nu Second Life echt groot begint te worden, is het ook in toenemende mate doelwit van dit soort digitale geweldpleging.

En een paar weken geleden ging ik naar de MisBeHaven Club, waar ik in die tijd kind aan huis was. Er was geen club te bekennen. Het hele gebouw, met al zijn danszalen, salons, kantoren, podia en casino’s was verdwenen. Op een onafzienbare kale vlakte stonden een paar danseressen hulpeloos te verkleumen. Niemand wist wat er was gebeurd. Toen arriveerde Felony Fabre, het hoofd personeelszaken. Ze vertelde dat de hele club was gestolen, inclusief het vermogen en alle uitstaande tegoeden. Alles stond op naam van Jason Brennan, de eigenaar. Iemand had zijn password gekraakt. De danseressen werden er stil van. „Wat nu?” vroeg een van hen. Niemand wist het antwoord.