Vernieuwer in de Nederlandse kerkprovincie

Walter Goddijn pleitte voor diverse moderniseringen binnen de katholieke kerk. Tot zijn verdriet reageerde de paus met conservatieve bisschopsbenoemingen.

Na de benoeming van paus Benedictus XVI, nog geen twee jaar geleden, sprak godsdienstsocioloog en publicist Walter Goddijn de hoop uit dat de nieuwe kerkleider gehuwde priesters zou toestaan, om het „dramatisch tekort” aan priesters op te lossen. Het was niet de eerste keer dat Goddijn daarvoor pleitte. Hij deed dat al als secretaris-generaal van het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout (1965-1970), waar de meerderheid van de Nederlandse bisschoppen, met aan het hoofd kardinaal Alfrink, op het beëindigen van het priestercelibaat aandrong.

De franciscaan Goddijn, die gisteren op 85-jarige leeftijd in zijn Brabantse woonplaats Haghorst overleed, speelde een aanzienlijke rol in de vernieuwingsbeweging binnen de Nederlandse kerkprovincie. Hij was de rechterhand van Alfrink, onder wiens leiding de nationale bisschoppen méér moderniseringen wilden invoeren, zoals de priesterwijding van vrouwen. Deze ideeën werden, tot groot verdriet van Goddijn, hard afgewezen door het Vaticaan, dat prompt conservatieve bisschoppen benoemde in Nederland, onder wie Gijsen in Roermond.

Maar de charmante, graag sigaren rokende Goddijn bleef loyaal aan de kerk. Als praktiserend priester volgde hij de ontwikkelingen kritisch, tot op hoge leeftijd. Onder meer met tal van publicaties in NRC Handelsblad.

Goddijn (1921, Leiden) trad in 1941 in bij de franciscanen. Na zijn priesterwijding ging hij in 1948 in Leuven politieke en sociale wetenschappen studeren en in Münster communicatieleer. Hij promoveerde in 1957 in Nijmegen op een proefschrift over de sociologische verhoudingen tussen katholieken en protestanten in Nederland, vooral in Friesland.

Hij was van 1963 tot en met 1972 directeur van het Pastoraal Instituut van de Nederlandse Kerkprovincie (PINK), dat onder meer het secretariaat van het Pastoraal Concilie vormde. De weerstand in (behoudende) kerkkringen tegen het Pastoraal Concilie en PINK werd zo groot, dat Goddijn in 1970 moest terugtreden als directeur. Hij werd in 1972 benoemd tot hoogleraar in de sociologie van kerk en godsdienst aan de Theologische Faculteit Tilburg.

Enige ijdelheid was Goddijn niet vreemd. Bij zijn afscheid in Tilburg (1986) werd de volgende grap gemaakt: ‘Waar twee of meer camera’s bijeen zijn, daar is Goddijn in uw midden’.

De karaktervolle Goddijn schreef veel boeken. In 1960 publiceerde hij samen met zijn broer Godsdienstsociologie. In Rode oktober. Honderd dagen Alfrink (1983) beschreef hij de beslissende fase in het Pastoraal Concilie, waar het merendeel van de bisschoppen zich voor afschaffing van het priestercelibaat uitsprak.

Een van de tegenstanders was bisschop Simonis. De huidige kardinaal reageerde als volgt op de dood van Goddijn: „Pater Goddijn heeft zonder twijfel zijn beste krachten willen wijden aan de kerk, Gods volk onderweg. In de reeds eerder ontstane polarisatie is hij geen onomstreden figuur gebleken. Ik bid voor de zielenrust van deze markante persoon in een zeer onstuimige periode van de kerkgeschiedenis.”

    • Guido de Vries