Vergis je niet!

Orde scheppen uit chaos en het zoeken van een thuisgevoel, dat zijn opnieuw de dominante thema’s in de nieuwste bundel van de Zweedse succespoëet Ikea, Catalogus 2007. „Begin je dag in je garderobekast.”

Auteur Kester Freriks geniet van een Kramfors in de Ikea-vestiging in Amsterdam foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 21-12-2006 NRC Journalist Kester Freriks in de IKEA in Amsterdam Zuid-Oost PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

In de hele wereld is zijn naam bekend. En toch weet bijna niemand dat die toebehoort aan een mens. Want achter het merk Ikea gaat de succesvolle Zweedse dichter Ingvar Kamprad (1926) schuil. Zijn nieuwste bundel heet Catalogus 2007 en heeft als ondertitel: ‘Vergis je niet!’ Maar eerst wil ik even stilstaan bij het gedicht waarmee hij bijna dertig jaar geleden doorbrak bij het grote publiek: ‘Billy’, een ode aan een boekenkast.

„Man blir smart av böcker.Kolla bara vad vi har lärt oss.En bokhylla ska varaen hylla som man har böcker i.”

Zelfs voor wie het Zweeds niet machtig is, is het zonneklaar hoe puur deze dichtregels zijn. Zie de alliteratie van de twee ‘b’s’ in de eerste regel, ook nog eens perfect in de versvoet geschreven die trochee heet: een beklemtoonde lettergreep gevolgd door een onbeklemtoonde: dá-de.

Ook de tweede regel telt een stijlfiguur, de assonantie: dat komt door de herhaling van al die ‘a’s’. Het woord ‘bokhylla’ is een fraai neologisme, een nieuwvorming, en betekent zoiets als ‘schuilhut voor boeken’. Een treffende vorm van repetitio, poëtische herhaling, vinden we in het tweemaal voorkomen van ‘hylla’. Eenmaal als ‘bokhylla’ en een keer afzonderlijk. Paul van Ostaijen deed hetzelfde: ‘Venus is van koper/ de andere zijn goedkoper’.

Voor de niet-Zweedse lezer treft ook nog de assonantie van ‘smart’ en ‘har lärt’. Eigenlijk is het een rijmfout, want echt rijmen doen de woorden niet. Ze zien er alleen uit als rijm: oogrijm. Vrij vertaald luiden bovenstaande regels: „Van boeken word je wijs. Kijk maar wat wij hebben geleerd. In een boekenkast zet je boeken.”

In vertaling is er niets verloren gegaan, al is de trochee veranderd in een jambe (de-dá). De repetitio is behouden gebleven met maar liefst drie keer ‘boeken’. Ook allitereren deze regels volop met ‘word’ en ‘wijs’ en ‘wij’. Dit drieregelige gedicht heeft zelfs een fraaie clou. Boeken maken ons iets wijs, namelijk dat zij in een boekenkast thuishoren. Dit is een gedicht als een syllogisme, een sluitende redenering. Eigenlijk zou er na ‘geleerd’ een dubbele punt moeten staan, zodat regel twee in een redegevend verband staat tot regel drie.

Ikea houdt ook van metaforen: „Billy heeft nog veel meer in huis”, aldus de dichter „Billy kan het heel goed vinden met Benno.”

Elk jaar kijk ik verlangend

uit naar Ikea’s nieuwste. Hij debuteerde in 1951 met de bundel Med Ikea. Die heb ik altijd bewaard. Een leesfauteuil sierde het omslag, versierd met een feestelijke slinger. Dit jaar verscheen ook een in kleine oplage uitgegeven bundeltje, bestemd voor de fijnproever. Werkplekken heet het.

De naam Ikea is een acrostichon: de ‘I’ en ‘K’ zijn de initialen van Ingvar Kamprad. De ‘E’ staat voor Elmtaryd en de ‘A’ voor Agunnaryd, respectievelijk de boerderij en het dorp waar Kamprad opgroeide. In 1943, op zeventienjarige leeftijd, bedacht hij dit pseudoniem.

Bij Ikea moet ik onvermijdelijk denken aan Slauerhoffs vers ‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.’ En natuurlijk aan wat de Duitse dichter Rainer Maria Rilke schreef: ‘Wer jetzt kein Haus hat baut sich keines mehr.’ Deze regel, die bij Rilke over de liefde gaat, heeft Ikea letterlijk genomen.

Ikea plaatst altijd afbeeldingen van meubels, bedden, tafels, keukenspullen bij zijn gedichten. Veel van die voorwerpen zijn niet af. Ze moeten nog in elkaar worden gezet. Hij ziet zijn werk daarbij als een handleiding, lijkt het. De dichter schrijft niet alleen met een pen maar geeft de lezer er een inbussleutel bij. Met dat essentiële stuk gereedschap, een metalen draaiertje met zeshoekige doorsnede, ontsluit de lezer dan op zijn beurt Ikea’s oeuvre. Zoals de dichterspen orde schept in de woorden, zo schept de inbussleutel orde in de chaos die elk mens thuis onophoudelijk bedreigt.

Orde en thuis-zijn – het zijn de twee

hoofdthema’s van Ikea’s dichterschap. Uit het voorwoord: „Voor echt leven ot hoef je niet ver weg, dat vind je thuis. Creëer een plek waar je rust vindt en weer tot jezelf en elkaar komt. Het wordt tijd om in de echte wereld te gaan leven: thuis.”

Dit motief van ‘orde scheppen’ uit zich in de verschillende afdelingen, zoals bijvoorbeeld de reeks gedichten over de keuken, het keukengerei en de slaapkamer.

In de Nederlandse poëzie voerde enige tijd de zogeheten readymade de boventoon. Dat was een dichtsoort die alles wat de dichter op straat hoorde, in de krant las of anderszins buiten een poëtische context aantrof, toch als poëzie beschouwde. De literaire truc van deze stijlvorm is dat elke taaluiting poëzie kan zijn, mits je er maar oog en oor voor hebt.

Ikea’s nieuwste bundel wemelt ervan. „Het eten is klaar. Kat in het bakkie” („Maten är klar – lätt som en plätt”). Of: „Begin je dag goed in je garderobekast”. Of: „Met goede verlichting zie je het verschil tussen bloem en bakpoeder.” Of: „Een zitbank wordt gebruikt door vergeten sokken.” Of: „Lig jij in bed met iemand die zich 30.000 keer per nacht omdraait? Wij wel...” En, tot slot: „Waar is dat topje gebleven? In de was? Op een stoel? En is het schoon? Het is een veel voorkomend probleem.”

Echt light-verse zou ik Catalogus 2007 niet willen noemen. De poëzie heeft iets zwaar-op-de-hands. Overal loert immers chaos die in woorden bezworen moet worden. Het zijn grote thema’s die Ikea aanroert.

In Älmhult in Zuid-Zweden,

in het ‘Landskap’ (provincie) Småland, is het allemaal begonnen, in 1953. Het ligt tussen uitgestrekte meren en naaldbossen. Het oord oogt wat vervallen en verwaarloosd, ja, morsig. Dat past een dichter. Bij een Saab-garage staat een stel verroeste Saab 90-wrakken. Er groeien mos en struiken op de bekleding. Het huis van Ikea is blauw geverfd met knalgele letters erop. In Älmhult zijn een Ikea-laan, Ikea-gatan, en een Ikea Hotell & Restaurang. De dichter heeft zelfs een naam bedacht voor een lokale lekkernij, de Blåbärskaka – taart van bessen en een zuivere onomatopee, een woord waarvan klank en betekenis samenvallen.

In hetzelfde oord werd de geleerde en natuurkundige Carolus Linnaeus (1707-1778) geboren. Het lijkt haast geen toeval: Ikea en Linnaeus hebben een gemeenschappelijke passie voor naamgeving, ordening, classificatie. Linnaeus schiep orde in de natuur; hij verdeelde flora en fauna in ordes, soorten en families. Ikea schept orde in het menselijk bestaan. „Design your own life”, luidt het motto van de jongste bundel. De dichter heeft als het ware zijn eigen huis ontworpen, dat overal ter wereld wordt nagebootst.

Inmiddels heeft Ikea meer dan tienduizend voorwerpen benoemd, bedacht met een naam. Zo tracht hij greep te krijgen op het leven – letterlijk; volgens één hardnekkig verhaal gaven die namen hem houvast bij zijn dyslexie. Want pas als iets een naam heeft, bestaat het echt.

Als een detective raadpleegt hij daartoe rijmwoordenboeken, gewone woordenboeken, kruiswoordpuzzels, atlassen, geboorteaankondigingen en lijsten met plaatsnamen.

De associaties die hij daarbij heeft lijken traditioneel. Zo krijgen zijn gordijnen en tapijten frisse, noordse meisjesnamen (Signe, Britt), heten kussenslopen en handdoeken koel-plantaardig (Blom) en dragen zijn stoelen stoere jongensnamen (Stefan, Olle). Erkend lieve zoogdieren, zoals konijntjes en herten komen in Ikea’s kinderkamer terecht. Verder zijn namen van Noorse, Laplandse en Zweedse dorpen en gehuchten, de namen van dagen en maanden in gebruik, evenals rivieren en beekjes.

Voor lichtbronnen gebruikt Ikea, als om hun knusheidsgehalte te onderstrepen, onder meer meteorologische en seizoensnamen (Storm, November). En fruit, paddenstoelen, bessen en kruiden lenen hun naam op natuurlijke wijze aan keukenspullen.

Het woordbeeld is altijd onmiskenbaar fraai. De klinkers å en ö zijn favoriet; ze klinken exotisch en toch degelijk. Scandinavisch. Ze roepen associaties op met eeuwig zingende bossen, zuivere meren en sneeuw.

In een interview verklaarde Ikea eens dat de naam Duktig zijn geliefdste trouvaille is. Het betekent ‘slim, knap’. Hij schenkt de naam aan kinderspullen. „Zo worden kinderen vanzelf ‘duktig’ ”, aldus de dichter.

Toch moet Ikea geworsteld hebben

bij al dat dopen. Dat een dichter die het moet hebben van orde en reinheid probeert schuttingtaal en andere ongelukkige woorden te vermijden, ligt voor de hand. Maar als je werk in 53 landen wordt gelezen, is dat geen sinecure. Een koksmes Skärpt noemen klinkt goed: we herkennen er ‘scherp’ in. Ordning voor een bestekbakje is ook logisch. Maar anders zou het zijn wanneer een notenkraker of oestermes als Klotblixt (‘vuurbal’ in het Zweeds) door het leven zou moeten.

Nöken, een Zweedse voornaam, in theorie ideaal voor een zomerse dekbedhoes, zul je inderdaad niet vinden. Noch de theemuts Trut (meeuw) of de vouwstoel Knödde (‘Knödden’ is slang uit Göteborg en betekent ‘jezelf ergens in persen, voordringen’. Het Göteborgs kent knödden-uitdrukkingen als met ‘zijn allen in bed duiken’ of 'veel mensen in een Fiat 500 persen’. Knödde is de verleden tijdsvorm ). Maar wat moeten we met de afzuigkap Hoo Moo? En hoe weten we zeker of Högbo niet een vreselijke Hongaarse vloek is?

In een vorige bundel heetten sommige glazen Groggy. Dat was gewaagd, al te gewaagd. Zowel in het Nederlands als Engels betekent ‘groggy’ immers dronken. Wijnglazen klinken nu anders, abstracter, Parilin of Skir. De dichter besefte kennelijk dat hij te ver was gegaan. „In glazen kan je meer serveren dan een drankje alleen”, schreef hij later. En het in Catalogus 2007 afgebeelde wijnrek Gorm, lijkt niet voor niets gevuld met blauwe flessen mineraalwater.

Maar misschien houd ik wel het meest van Ikea’s poëzie als ze helemaal niets betekent. Of bijna niets. Catalogus 2007 bevat klankgedichten die Jan Hanlo’s befaamde regels ‘Kneu kneu ote kneu eur/ Kneu ote ote ote ote’ of ‘Sulina, Braila/ Sulina, Brest/ Sulina, Senegal’ van Jan Engelman naar de kroon steken. Zoals het gorgelrijm ‘Nieuw!’ uit de reeks ‘Woonkamer’: „Poäng Hoes Såganäs/ Lack Karlanda Fornbro/ Billy/ Billy Byom Gustav Septim.”

Het is een heel eenvoudig gedicht, dat niet meer noemt dan een fauteuil met voetenbank plus een driezitsbank met een tafeltje, een vitrinekast en een kast met boeken. Maar kijk om je heen en het komt tot leven. Het is een klankgedicht dat op treffende wijze universeel huiskamergeluk oproept.

Ikea: Catalogus 2007. Uitgave: Ikea Nederland, 370 blz, € 0,00 bij Ikea-vestigingen. Inl.: www.ikea.com