Stadse jongens, dorpse muziek

Met een mengvorm van hardrock en folklore is het Moldavische Zdob si Zdub populair geworden in Oost-Europa. Nu wil de band het Westen veroveren.

Zanger Roman Iagupov van Zdob si Zdub foto Paul Alexander Alexander, Paul

Op het podium gaan ze te keer als wilde zigeuners met een voorkeur voor heavy metal. In het dagelijks leven zijn het ideale schoonzonen die boven alles hechten aan sport, rust en natuur. Althans, dat is wat de Moldavische rockgroep Zdob si Zdub het grote publiek wil doen geloven. Een paar jaar geleden kon een meereizende Roemeense journalist nog een reportage schrijven over een tournee vol seks & drugs & rock & roll.

„Dat vonden de bandleden een leuk verhaal”, zegt bureaumanager Arina Cretu in het ruime managementkantoor van de band. „Toen maalden de ‘Zdubs’ nog niet om hun reputatie.” Nu benadrukt Arina dat de voormalige wildebrassen na een optreden op een Donauschip het liefst een idyllisch plekje aan het water opzoeken om gezamenlijk te hengelen. Om het nog minder rock‘n’roll te laten klinken voegt ze er aan toe: „Zanger Roman zit het liefst met zijn dochtertje bij de open haard.”

In een paar jaar tijd is Zdob si Zdub (‘Sla de trom’) uitgegroeid tot een succesvolle onderneming met een overvolle agenda en een almaar groeiende afzetmarkt. Daar hoort een zorgvuldige bewaking van het imago bij. Hun gedrevenheid, commercieel instinct en liefde voor muziek doen de rest.

Het hoofdkwartier van de band is gevestigd in de vleugel van muziekschool Poljakov aan de rand van de hoofdstad Chisinau. Het oude sovjetgebouw is als gevolg van de regens van vorig jaar ernstig aan het verzakken. In de hal liggen houten vlonders over de gaten in de vloer, de muren zijn aangevreten door betonrot, maar de verschillende kamers zijn omgebouwd tot luxe kantoorruimte, oefenruimte en een studio voorzien van de modernste apparatuur.

Oververmoeid maar fris gewassen en geschoren verschijnen de bandleden op de repetitie. Terwijl de drummer, gitarist en de twee blazers alvast opstellen en stemmen, zakken zanger Roman Iagupov en bassist Mihai Gincu met een grote mok oploskoffie neer op de bank. Ze zijn midden in de nacht thuisgekomen van een concert in het Roemeense Tirgu-Mures voor een optreden op het Staryj Melnikfestival in hun eigen woonplaats. De dag daarop vertrekt er al weer om zes uur ’s ochtends een vliegtuig om hen naar Moskou te vervoeren, waar ze op het zoveelste festival staan. Geen wonder dat deze handelsreizigers in Moldavische rock & roll een wat uitgebluste indruk maken.

Het plan is om alleen de nummers door te nemen die tijdens de afgelopen concerten misgingen, en daarna weer snel naar huis te gaan om op krachten te komen. Maar eenmaal aan de slag slaat de werkdrift toe. Al bij het eerste nummer, Hora Kosmica (‘Kosmische Hora-dans), raken de muzikanten in een principiële discussie verstrikt over de gitaar in hardrockmuziek. „De distortion maakt van de gitaar een ritme-instrument,” betoogt zanger Roman. „Daarmee druk je geen melodische timbres uit.” Als drijvende kracht Gincu subiet de discussie afkapt, zet de band zich aan het nummer Tiganul si OZN (Zigeuner en UFO). Wat was bedoeld als een korte repetitie, wordt een lange zondagmiddag van zwoegen, zweten, bekvechten en bovenal intensief muziek maken.

Zdob si Zdub is de hardst

werkende rockgroep van Oost-Europa. De formule is simpel: combineer stevige rock met elegante Moldavische dorpsmuziek. Het mag in het straatarme Moldavië opmerkelijk heten dat een alternatieve band internationaal doorbreekt. In 2005 nam Zdob si Zdub, geheel tegen de fatsoensnormen van alternatieve rockkringen in, deel aan het Eurovisie songfestival in Kiev – „een daad van vaderlandsliefde, die ook goed was voor de publiciteit”, verantwoordt Gincu de deelname.

Terwijl de voormalige Sovjetrepubliek, die ingeklemd ligt tussen Oekraïne en Roemenië, in economisch isolement verkeert, is Zdob si Zdub erin geslaagd van de Moldavische noden een deugd te maken. Door zowel in het Russisch als in het Moldavisch (nauw verwant aan het Roemeens) te zingen, bedienen de Zdubs de reusachtige Russische en Oekraïense, én de Roemeense markt. In Roemenië, dat kleine broer Moldavië ziet als een bewaarplaats van Roemeense cultuur, gelden ze zelfs als de populairste band.

Bureaumanager Arina noemt bassist Gincu „componist en leider van de band, een genie”. Zijn stijl van leidinggeven is even dwingend als zijn manier van bas spelen. Samen met Iagupov en Anatol Pugaci (drums) introduceerde hij in 1994 in hun woonplaats Straseni, een voorstadje van Chisinau, een in Moldavië geheel onbekend genre: hardrock. Ze hadden zelf net kennis gemaakt met bands als Rage Against The Machine, Guns & Roses, Nirvana en Red Hot Chili Peppers op MTV, nadat de lokale ijskastenfabriek in het stadje de eerste satellietschotel van het land had geïnstalleerd, bij wijze van geschenk aan de werknemers. De ‘Zdubs’ golden als vernieuwers. „In feite deden we niets anders dan het naspelen van bands in het westen”, geeft Gincu toe.

Aanvankelijk speelden ze Russischtalige heavy metal waarmee ze in Moskou in kleine, alternatieve kring naam maakten. De grote doorbraak kwam in 1998 met het nummer Hardcore Moldovanec, dat als parodie bedoeld was. Op snoeiharde gitaarmuziek zetten ze een grappig volksdeuntje waarin alle clichés over Moldavië verpakt zaten. De tekst: ‘We gingen een weekendje naar het bos/we dronken wijn/we namen een meisje mee/we dronken wijn/we gingen aan het werk/we dronken wijn/we plukten druiven/we dronken wijn.’

Zo scoorden ze met een Moldavisch liedje hun eerste grote hit in Rusland. Uit Moskou kwam het verzoek van de platenmaatschappij om meer van dat soort liedjes uit te brengen. Gincu: „We begrepen dat folklore de sleutel was tot ons succes.”

Vóór Hardcore Moldovanec hadden ze nooit belangstelling voor folklore gehad. Nu zijn de muren van de oefenruimte bekleed met doeken van kleurig Moldavisch borduurwerk. Zanger Roman loopt met een catrinta, een traditioneel schort, om zijn heupen. Gincu heeft een schouderbrede tatoeage van Moldavische motieven. Trombonist Victor Dandes wisselt zijn trombone af met fluiten als fluyera, kaval en talinka. Voor de muziek gebruiken ze traditionele melodieën, de teksten baseren ze op volksgedichten. Voor de laatste cd 450 de Oi (450 Schapen) verbleven Roman en Mihai maandenlang in verschillende bergdorpen. Puristen zien de Zdubs als stadse jongens die zich vergrijpen aan dorpse muziek. Van Roemeense critici krijgen ze wel het verwijt dat ze in Rusland geld verdienen aan de Moldavisch-Roemeense cultuur. Wees blij dat dankzij hun succes in het buitenland notitie wordt genomen van muziek uit Moldavië, is het weerwoord van de fans.

Nu lonkt de rest van Europa. In het kantoor hangt een grote landkaart van Europa. De rechterhelft, de voormalige Oostbloklanden, is bezaaid met oranje stippen: de plaatsen waar de band heeft opgetreden. De linkerhelft telt slechts een sporadische stip. „Daar moet verandering in komen”, zegt Zdub-manager Igor Donga. Volgens hem is er één manier om Europese roem te verwerven: „Optreden, optreden, optreden en de oude succesnummers uitventen.” Deze zomer stonden ze al op Europa’s grootste rockfestival in Roskilde, naast idolen als Bob Dylan, the Stooges en Guns & Roses.

Onlangs verscheen speciaal voor de West-Europese markt de cd Ethnomecanica met hoofdzakelijk oude, geremasterde hits. En prestigieuze wereldmuziek-labels, waaronder het Duitse Asphalt Tango Records (Fanfare Ciocarlia), staan in de rij om hen te contracteren.

Eerst hebben ze nog een thuiswedstrijd te spelen in het stadion van de Technische Universiteit Moldavië op het rockfestival Staryj Melnik, gesponsord door een groot Russisch biermerk van dezelfde naam. Er staan acht Russische en vijf Moldavische acts op het programma, waarvan Zdob si Zdub de afsluiter is. Al bij opening om één uur ’s middags staat de jeugd in kennelijke staat te headbangen en te pogoën op de muziek van de Moskouse rockgroep Kirpichi (de Bakstenen). „Buitenlucht, zon, bier, rock & roll, wat wil een mens nog meer”, verwoordt de zanger de essentialia van de dag.

Gaandeweg wordt het publiek aangevuld met iets oudere jongeren en is de sfeer meer ontspannen. De kledingsvoorschriften zijn: matzwart, aan flarden gescheurd, gothic. Wie dat te warm vindt, loopt gewoon in ondergoed en sportbeha. Zowel de Moldavische als Russische bands spelen hoofdzakelijk doorsneerock. Opvallend is dat elke act een trombonist in de gelederen heeft, die aan de muziek een Moldavisch respectievelijk Slavisch tintje verleent.

Achter het podium achtervolgt een verslaggeefster van MUZ-tv – de Moldavische MTV – Iagupov, maar als blijkt dat de de half-Russchisch/half-Moldavische zanger liever interviews in het Russisch geeft, wendt ze zich tot de trompettist. Een fotograaf klaagt over de hoge opkomst: een festival puur gewijd aan Roemeense rock trok vorig jaar nauwelijks publiek, terwijl Russische bands horden fans op de been weten te krijgen. Bandleider Gincu verkondigt ondertussen aan iedereen die het horen wil dat hij zich in de toekomst weer meer op hardcore en minder op folklore toe gaat leggen. Zo lijkt iedereen op een eigen manier te worstelen met de gespleten identiteit van de jonge republiek, die met de grote Russische minderheid en veel Russischtalige Moldaviërs nog sterk op Rusland is georiënteerd.

Wanneer het donker wordt,

dekt bureaumanager Arina in de artiestentent de tafel, smeert boterhammen met kaas, ontkurkt een fles Negru de Purcari uit 1987 – een Moldavische topwijn – en zet ook een fles Red Label neer voor de Zdubs, die tegen de zenuwen wel een glaasje kunnen gebruiken. „Roman, Roman, Roman”, klinkt het ondertussen aan de voorkant van het podium, waar het publiek vol spanning afwacht voor een totaal duister podium.

Het circus Zdob si Zdub opent met de betoverende fluit van de in scherfvest gehulde Victor Dandes alias de slangenbezweerder. Meteen daarop barst het gitarengeweld los. Zanger Roman, tegelijk clown, spreekstalmeester en evenwichtskunstenaar, trekt in zijn Moldavische schort sprintjes van het ene uiteinde van het podium naar het andere, terwijl zijn stem boven de muziek uit schalt. „Digli digli da, open het vat, neem je pijp mee, schenk de wijn in de glazen”, zingt hij het gebruikelijke thema. Moldavische melodieën smeden de klanken aaneen tot stevige rock. De koperinstrumenten zorgen voor het feestelement, terwijl de drummer en bassist met een stuwende beat hun hardrockachtergrond niet verloochenen. Zelfs van een afgekloven balkandeuntje als ‘Ciocarlia’, bekend van de Kusturica-films, weten ze iets onmiskenbaar eigens te maken, door de tomeloze energie en de enorme drive.

Hier is sprake van een hartstochtelijk huwelijk tussen gipsy en hardcore. De bezielde passie van het dorp doet niet onder voor de intensiteit van de stad. Mihai Gincu weet de uitbundigheid samen te ballen tot een groots, strak georganiseerd spektakel.

De band eindigt met de Russischtalige cover Videli Notsj (We zagen de nacht) van de legendarisch Petersburgse rockgroep Kino, waarmee een hele post-Sovjetgeneratie is opgegroeid. Snelle elegante trompetpartijen en een swingende en tegelijk stevige afterbeat vormen dit nummer om tot ware ‘petrecere’, Moldavische feestmuziek. Zwierig als trapezewerkers slingeren de Zdubs van Moldavië naar Rusland en weer terug naar Moldavië.

    • Paul Alexander