Ontwerpers steeds belangrijker voor theater

Kostuum van Rien Bekkers voor de voorstelling ‘Dark Lady’ uit 1999

Tentoonstelling: Backstage. Theater Instituut Nederland, Amsterdam. Inl.: www.tin.nl

Wie de nieuwe, semi-permanente expositie Backstage: Tentoonstelling over het maken van theater binnengaat, krijgt een vloed van stemmen over zich heen. Het is net of je voor aanvang een schouwburgzaal betreedt. Op een monitor spreken regisseurs, acteurs, schrijvers, licht-, decor- en kostuumontwerpers de belangstellende toe. Acteur Pierre Bokma laat bijvoorbeeld weten dat ‘de herhaling dodelijk is voor het toneelspel, want de tekst moet elke keer als nieuw klinken.”

De makers zijn gefilmd tegen een wit gestucte achtergrond en kijken rechtstreeks in de camera. Koos Terpstra van het Noord Nederlands Toneel rept over dromen die iedereen heeft, ook de theatermaker, dromen bijvoorbeeld over ‘dat jij de beste voetballer bent’. In een opzicht zijn de theatermakers het roerend met elkaar eens: het is hard werken. Overdag tijdens de repetities zoeken naar vorm, stijl, inhoud en ’s avonds optreden.

De tentoonstelling omvat twee ruimtes. De zaal met video’s biedt uitleg aan de zaal waarin de zes verschillende facetten van het theater maken - tekst, regie, spel, kostuums, decor, geluid, licht - een plaats krijgen in de historische ontwikkeling. Prominent hangt het laat-middeleeuwse schilderij Vlaamse boerenkermis van Pieter Balten. Op dit levendige, boordevolle schilderij met tal van taferelen is alles te zien wat des theaters is. Kostuums en verkleedpartijen, tragiek en klucht, het spel voor het gordijn en het spel achter het gordijn. Met enige fantasie kun je lijnen naar het heden trekken.

Interessant is de ontwikkeling van kostuum en decor sinds de negentiende eeuw. Vanaf dat ogenblik had het theater behoefte aan realisme en tegelijk aan exotische decors. De vraag naar uitbeelding van het oriëntalisme gaf de aanzet tot een exuberante stijl, die heden ten dage nog altijd in het theater is te zien, zeker in de opera. Maquettes tonen de ontwikkeling van een realistische toneelbeeld naar een abstracte ruimte.

De expositie is zorgvuldig opgebouwd. Toneelteksten van Vondel en Heijermans liggen opengeslagen. Van lichtontwerpers zien we de getekende lichtplannen. De aantekeningen in regieboeken laten zien hoe verschillende regisseurs met een tekst omgaan. Kostuumontwerpen, onder andere door Rien Bekkers, hebben de laatste decennia een revolutionaire ontwikkeling doorgemaakt. Ze zijn niet langer een illustratie van de rol, maar zelfstandige kunstwerken. Die laatste ontwikkeling geldt tegenwoordig voor alle onderdelen van een voorstelling. Regisseurs van de Nederlandse Comedie deden indertijd zelf ‘iets’ met decor, licht, muziek. Nu maken componisten en designers allemaal apart deel uit van een voorstelling. De kunst is dan om alle losse eenheden tot een geheel samen te voegen.

    • Kester Freriks