Onkel Wolf, zo’n enige man

Met hun ‘De zuster van Nietzsche’ schreven Ton Vorstenbosch en Kiek Houthuijsen een historisch toneelstuk over een vrouw die het Duitse culturele erfgoed verkwanselde aan de nazi’s. „Vrouwen zijn dramatisch interessanter omdat ze complexer zijn dan mannen.”

Kiek Houthuijsen en Ton Vorstenbosch foto Leo van Velzen Amsterdam, 04-01-07. Ton Vorstenbosch en Kiek Houthuijsen . Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

‘De kolonie Nueva Germania bestaat nog steeds”, zegt toneelschrijver Ton Vorstenbosch, „maar er heerst veel inteelt. De een heeft een merkwaardig armpje, de ander een slepend beentje. Of ze zijn gewoon simpel.”

„Als je gaat googlen op Nietzsche en Übermensch”, zegt zijn compagnon Kiek Houthuijsen, „kom je al snel op allerlei nazisites terecht. En dat is de schuld van zijn zuster.”

Vorstenbosch en Houthuijsen schreven samen het toneelstuk Ik ben Nietzsche, over Elisabeth Nietzsche (1846-1935), de zus van de grote filosoof, die het gedachtegoed van haar broer verdraaide en zo panklaar maakte voor het naziregime. Ik ben Nietzsche is het eerste deel van de nog te voltooien Trilogie van de Waan, drie historische toneelstukken over Duitse vrouwen die het erfgoed van grote Duitse cultuurdragers hebben verkwanseld aan de nazi’s. Deel twee, Ik hield van Hitler, gaat over Winifred Wagner, schoondochter van de componist. Deelt drie gaat over Erna Göring, die van het Freud-instituut een nazibolwerk maakte.

Vorstenbosch: „Elisabeth Nietzsche leefde eerst in de schaduw van haar broer. Toen hij verliefd werd op de Russische schrijfster Lou Salomé, brak ze met hem. Daarna trouwde zij met de antisemiet Bernhard Förster en richtte met hem in 1886 in Paraguay de kolonie Nueva Germania op.”

Houthuijsen: „De kolonie was

geheel op de rassenleer en het antisemitisme gestoeld, een gemeenschap van puur arisch bloed. Maar Förster en Elisabeth maakten er een zootje van, waardoor de kolonisten al snel honger en armoede leden. Förster pleegde zelfmoord en Elisabeth ging terug naar Duitsland om voor haar broer te zorgen, die krankzinnig was geworden. Overigens moest ze ook wel weg uit Nueva Germania, want de boeren stonden op het punt om haar te lynchen.”

Vorstenbosch: „Ze beheerde Nietzsches archief en begon zich steeds meer als Nietzscheaanse autoriteit op te stellen, terwijl ze niets van zijn ideeën begreep. Als een teek zoog ze zich aan haar broer vast.”

Houthuijzen: „En toen de nazi’s opkwamen, stond zij vooraan om Nietzsches ideeën aan ze uit te leveren. Zo werd Übermenschen een naziterm voor de ariërs die over de andere rassen, de Üntermenschen, moesten heersen. Terwijl Nietzsche met de Übermensch juist een werkelijk vrij mens voor ogen had, die zijn kleinheid en angsten overstegen is, zijn slavenmoraal en kuddementaliteit. Nietzsche wilde het humanisme redden. Dat had niets met ariërs of Duits nationalisme te maken. Hij keek zelfs neer op Duitsers: ‘Hoeveel bier is er in het Duitse intellect’, schreef hij.”

Vorstenbosch: „Het klinkt misschien wat zwaar, maar het is een komedie, hoor. Een belangrijk uitgangspunt voor mij is dat de toeschouwer geen enkele voorkennis nodig heeft. Je kunt het stuk ook volgen als je niets van Nietzsche en de nazi’s weet. Verder hou ik altijd in de gaten: hoe krijg ik het voor elkaar dat de toeschouwers kunnen meeleven met een vreselijke vrouw als Elisabeth. In het begin van het stuk is ze ook helemaal niet zo vreselijk. Dan is ze nog de underdog, een zorgzaam, eenvoudig meisje dat door Nietzsche wordt uitgescholden voor ‘dom gansje’. Hij noemt haar ook ‘lama’, omdat ze zo koppig was. Zo volgen we eigenlijk de omgekeerde lijn van bijvoorbeeld Wilhelmina: die begon heel groot en machtig, en werd gaandeweg kleiner en menselijker.”

Houthuijsen: „Je stuit vanzelf op leuke dingen, hoor. Zo lazen we dat Richard Wagner na zijn breuk met Nietzsche een brief heeft gestuurd aan diens arts, om deze te wijzen op het ‘bovenmatig onaneren’ van Nietzsche, wat zou wijzen op homoseksualiteit. Hoe kinderachtig kunnen grote mannen zijn. Zo wilde hij Nietzsches goede naam vernietigen”

Vorstenbosch maakte aanvankelijk naam samen met partner Guus Vleugel als schrijver van actueel pamfletdrama, als Srebrenica! en Angst en ellende in het rijk van Kok. „Maar actuele thema’s, hoe scherp ook verwoord, dicteren toch altijd een zekere oppervlakkigheid. Daarom ben ik historische drama’s gaan schrijven, daarmee kun je met meer diepte en afstand over de samenleving schrijven.”

Na de dood van Vleugel maakte Vorstenbosch naam met Wilhelmina: Je Maintendrai, met in de hoofdrol Anne-Wil Blankers. Een hele reeks drama’s over andere Oranjes volgden, deels met groot succes gespeeld door actrice Nel Kars. Nu is Vorstenbosch voorlopig even klaar met het koninklijk huis. Na Vleugel heeft hij weer een nieuwe compagnon gevonden in Kiek Houthuijsen.

Vorstenbosch: „Over de oorlog en de jodenvervolging is al veel geschreven, maar er is niet zoveel bekend over de culturele voedingsbodem waarop het nazisme ontstond. Wij willen met deze trilogie een geschiedenis schrijven van de intellectuele aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Europeanen geloven graag dat de nazitijd een korte, atypische onderbreking was op de West-Europese weg van Verlichting en democratie. Maar het nazisme zat diep verankerd in het 19de-eeuwse Europese denken. De rassenleer, het antisemitisme, het nationalisme, de homohaat, zijn allemaal veel ouder, wijdverbreider en hardnekkiger dan het nazisme. Het zijn waandenkbeelden die nog steeds leven.”

Houthuijsen: „Mensen zijn altijd gaarne bereid om blind achter leiders als Pim Fortuyn aan te lopen, of achter nieuwe waandenkbeelden. Zie ook de hetze die nu tegen moslims bezig is.”

Hoewel ‘Ik ben Nietzsche’ nu

voltooid is, komt het pas in oktober in het theater. De andere delen volgen in 2008 en 2009. De stukken worden dan niet gespeeld, maar gelezen, door het schrijversduo, en acteurs als Peer Mascini en Marisa van Eyle. De reden: geldgebrek en gebrek aan belangstelling van de schouwburgen.

Is de naam van Vorstenbosch, de man die Wilhelmina maakte, niet genoeg om de schouwburgdeuren te openen? Vorstenbosch: „Waarschijnlijk wel als ik een nieuw toneelstuk over het koningshuis had gemaakt, of iets over een binnenlands onderwerp. Maar dit is buitenlands, nog Duits ook, en dan nog over nazivrouwen. Dat verkoopt blijkbaar niet zo gemakkelijk. Verder is het klimaat voor nieuwe Nederlandse stukken überhaupt slecht. In de kleine zalen worden veel oorspronkelijke Nederlandse teksten gespeeld, maar in de schouwburgen nauwelijks. Het Toneel Speelt probeert het en het Zuidelijk Toneel, maar het gaat uiterst moeizaam.”

Overigens is het geen straf om Vorstenbosch een stuk van zichzelf te horen voorlezen. Zij die in 1994 bij zijn lezing van Hendrik en Wilhelmina waren, de voorloper van Wilhelmina, bezweren dat Vorstenbosch’ vertolking van de koningin onovertroffen is. Iedere maand leest hij in het Amsterdamse Parool Theater voor uit eigen werk.

Waarom kiest Vorstenbosch dikwijls een vrouw als hoofdpersoon van zijn stukken? Vorstenbosch: „Vrouwen zijn dramatisch interessanter omdat ze complexer zijn dan mannen, en omdat ze gewend zijn om onder woorden te brengen wat ze bezig houdt.”

Houthuijsen: „En in het geval van de trilogie geloof ik dat vrouwen vatbaarder zijn voor adoratie dan mannen, ze kunnen beter dwepen, zich laten meeslepen, zich helemaal vastzuigen aan een aanbeden man.”

Vorstenbosch: „Winifred Wagner werd in de jaren zeventig nog geïnterviewd voor de televisie. Toen de camera uitging, maar de microfoon nog aan stond, zei ze: ‘Als Hitler nu binnen zou komen, zou ik weer net zo vrolijk en gelukkig zijn als toen.’ ”

Houthuijsen: „Onkel Wolf, zo’n énige man.”

Vorstenbosch: „En die ógen van hem.”

Inl. www.ministerievanculturelezaken.nl