Kronkel in de tijd

In de nieuwe tv-serie ‘Life on Mars’ ontwaakt Sam Tyler in 1973. Of niet, en zien we slechts de wanen van zijn coma?

De belangrijkste personages uit de tv-serie ‘Life on Mars’ met v.l.n.r. Gene Hunt (Philip Glenister), Sam Tyler (John Simm) en Annie Cartright (Liz White) foto BBC Gene Hunt (Philip Glenister), Sam Tyler (John Simm) en Annie Cartright (Liz White) BBC-tv-serie Life On Mars over de jaren 70 BBC

‘Is dit uw auto?” vraagt de agent. „Nee, ik rijd in een jeep”, antwoordt de man. „U heeft dus een militair voertuig?” De man heet Sam Tyler en dit gesprekje vol spraakverwarring met die agent is het eerste dat hij voert als hij opstaat in een wereld die hem volledig vreemd is. Alleen de muziek herkent hij: David Bowie’s liedje Life on Mars uit 1973. Dat draaide hij net nog op de iPod in zijn auto. Uit de ouderwetse wagen naast hem klinkt nu tot zijn verbazing dof dezelfde muziek. Door het raam ziet hij in het dashboard een primitieve cassettespeler. De moderne flats en de snelweg om hem heen zijn een vervallen industriewijk geworden.

In de eerste tien minuten van de nieuwe tv-serie Life on Mars lijkt het alsof je in een vlotte eigentijdse Britse politiereeks terecht bent gekomen. Dan neemt het verhaal een geniale wending. Rechercheur Sam Tyler wordt door een auto geschept en ontwaakt in 1973. Zijn donkerblauwe colbert is een zwartleren jasje geworden waar de kraag van zijn overhemd overheen steekt. Zijn auto is niet meer een SUV Jeep Grand Cherokee, maar een blauw jaren zeventig modelletje.

Zo’n val in de tijd kan alleen in sciencefictionseries. Het bijzondere van Life on Mars is dat het daar verder niets van heeft. Geen laserguns, ruimteschepen of rare aliens. Wel oude auto’s, revolvers en mannen zoals die zich 33 jaar geleden kleedden en gedroegen. Met zo nu en dan flashbacks (forwards eigenlijk) naar 2006, het jaar waarin Sam Tyler in coma ligt. Je hoort doktoren hem vragen zich te verroeren. Maar of dit echt is, of dat het zich afspeelt in zijn hoofd – misschien is hij toch gewoon een gek uit 1973 – weet je niet, want Life on Mars wordt subjectief vanuit zijn gezichtspunt verteld.

Behalve die stemmen ervaart Tyler meer vreemde dingen, zodat je gaat twijfelen aan de ‘werkelijkheid’ van zijn belevenissen. Zo ziet hij soms het van het Britse testbeeld bekende meisje met clownspop in zijn kamer verschijnen. Ze spoort hem aan de strijd op te geven en te gaan slapen. Het testbeeld op de televisie is op dat moment leeg.

Life on Mars is geen retroversie van een politieserie, geen terug naar de tijd van Grijpstra & De Gier, want Tyler herinnert zich dat hij uit de toekomst komt. Hij loopt weg van de auto en de politieman en komt bij een billboard met een plaatje van een aan te leggen snelweg: „Coming soon: Manchester’s Highway in the Sky”. De weg waar hij 33 jaar later verongelukt.

Als Tyler even later zijn politiepasje in zijn binnenzak vindt, weet hij het zeker: er is iets ‘vreemds’ aan de hand.

Hoe dan ook, Tyler

gaat naar het politiebureau. Omdat hij dat in 2006 ook zou doen en omdat hij niet anders kan dan het spel meespelen. Het politiebureau staat nog op dezelfde plaats. Er is zelfs op zijn komst gerekend: volgens zijn nieuwe collega’s is hij de nieuwe politie-inspecteur die net is overgeplaatst uit een andere stad.

De aankleding van Life on Mars is prachtig. Door de manier waarop een straatbeeld geschapen is – een platenzaak vol elpees, wijde pijpen, lange haren, een Ford Cortina Mark III GLX die een Capri achtervolgt – waan je je echt helemaal in de jaren zeventig. De achtergrondmuziek zorgt dat je je steeds bewust blijft van de gespletenheid van de tijd. Zo is er de muziektrack met moderne dance-thema’s en pakkende ritmes. Daarnaast is elke aflevering een feest der herkenning met geweldige nummers van David Bowie, Roxy Music, The Sweet, Status Quo, The Who, Cream en andere eigenzinnige rockers uit 1973. Die muziek heeft 33 jaar gewacht op een kans als soundtrack van een spannende politieserie.

Een van de beste dingen aan Life on Mars is dat Tyler als een buitenstaander tegen de handelingen aankijkt terwijl hij het spel meespeelt. „Ben ik gek, in een coma of terug in de tijd?” zegt hij in zichzelf. „Wat er ook gebeurd is, het lijkt of ik op een andere planeet ben.” Life on Mars gaat daarmee over ultieme eenzaamheid, die je ervaart als je omgeving niet meer klopt met jezelf. Niet alleen is Tyler zijn vertrouwde wereld ontnomen, hij weet evenmin of hij zijn ogen kan geloven. Hij beseft dat hij anders is dan zijn nieuwe tijdgenoten en dat hij met de stroom moet meegaan. In de hoop dat duidelijk wordt waarom hij in 1973 is beland en tegelijkertijd wachtend op het moment dat hij terug kan keren naar de werkelijkheid van 2006.

„Ik ben hier met een bedoeling”, houdt Sam Tyler zich voor als remedie tegen de voortdurend dreigende wanhoop. Het zou iets te maken kunnen hebben met zijn vader die hij in 1973 voor het laatst zag. Vanuit zijn coma hoort hij de stem van zijn moeder die hem aanmoedigt vol te houden. In 1973 bezoekt hij haar in het huis waar ze toen woonden. Zelf ligt hij als jongen van vier boven in zijn slaapkamertje. De hele serie werkt toe naar een confrontatie tussen Sam en zijn vader. Als Sam in de slotaflevering oog in oog met zijn vader staat, die dan iets jonger is dan hij nu, hoop je dat hij inderdaad ontdekt waarom hem dit allemaal overkomt. Zonder iets te willen verklappen: de laatste twintig minuten van deze politieserie zijn ontroerend mooi.

Sam Tyler zit in werkelijk iedere scène van Life on Mars, alle 8 delen van vijftig minuten lang. Zo’n presentie haalt zelfs Jack Bauer in 24 niet. Acteur John Simm, hij speelde eerder een fantastische hoofdrol als onderzoeksjournalist in de miniserie State of Play (2003), is niet mooi of atletisch. Zijn kracht zit in zijn ronde gezicht dat toont wat hem innerlijk beweegt. Soms zijn dat grote emoties, maar meestal het gekabbel van een beekje en het geruis van blaadjes. Dankzij die mimiek blijft het onwaarschijnlijke verhaal van Sam Tyler boeiend en geloofwaardig.

Tylers chef bij de recherche, Gene Hunt, is een alfamannetje. Hij is de baas, inclusief zweetoksels in nylon overhemd, met witte instappers aan zijn voeten en een trots gedragen cameljas. „The good, the bad en the ugly: ik ben alle drie”, briest Hunt, met verve gespeeld door Philip Glenister. Hunt accepteert Tyler als een wat merkwaardige maar goede politieman. De twee vullen elkaar aan. Tyler is de rationele politieman van nu met zijn technische verworvenheden en heldere procedures. Hunt is de jaren zeventig diender, met weinig techniek en des te meer fysiek en instinct. Hij heeft ballen. „Als ze ietsje groter waren had hij een kruiwagen nodig”, zegt Sam Tyler. De manier waarop Glenister en Simm inhoud geven aan de relatie tussen hun personages is een van de pijlers van Life on Mars.

De serie laat heel goed zien hoe onze

tijd anders is dan toen en hoe mannen veranderd zijn. Dat gebeurt met grappen over primitieve scheermesjes en verzuchtingen in de trant van „zelfs 1988 was Star Trek vergeleken met dit”. Maar Life on Mars toont ook serieus hoeveel er bijvoorbeeld in dertig jaar tijd voor vrouwen is veranderd. De neerbuigende manier waarop agente Annie Cartwright amper wordt getolereerd in de mannenwereld is buitengewoon goed getroffen. Alleen man van de toekomst Tyler herkent haar capaciteiten en geeft haar een kans echt politiewerk te doen, terwijl de anderen liever grappen maken over haar borsten. Tyler raakt met Cartwright bevriend. Volgens haar is hij overspannen, maar ze laat hem niet vallen. „Wij leven echt, wij zijn hier niet als een spelletje voor jou.”

Knap is dat je na zeven afleveringen nog niet weet of Sam Tyler gek is, of echt teruggevallen is in de tijd. Terwijl al die tijd Life on Mars gewoon een goede politieserie is met uitstekend acteerwerk. Extra leuk zelfs door grappen als Tyler die in een disco de jong verongelukte rockster Marc Bolan waarschuwt voor te hard rijden („vooral in Mini’s”) en verwijzingen naar series uit de jaren zeventig zoals The Sweeney, in 1975 de eerste echt harde Britse tv-serie over politiemannen. Die maakte een ster van John Thaw als een rauwe detective in een rol die het tegendeel is van zijn latere succes als de beschaafde muziekliefhebber en moordoplosser inspecteur Morse. De barman in de favoriete pub van Hunt en Tyler lijkt erg op Huggy Bear in Starsky and Hutch. Een scène met sluitende deuren komt uit Get Smart en ook de films Get Carter (1971) en All the President’s Men (1976) zijn goed bekeken door de makers, die overigens allen te jong zijn om de jaren zeventig van nabij te kennen.

Maar nostalgisch mocht het niet worden van Jane Feartherstone van productiebedrijf Kudos. Camp of pastiche was gelukkig eveneens verboden. Regisseur Bharat Nalluri, die ook de toon zette voor de Kudos-successen Spooks en Hustle, heeft van Life on Mars opnieuw iets stijlvols gemaakt. Mooi gefilmd en belicht. Nalluri laat in zijn werk altijd iets doorschijnen van zijn liefde voor de hyperbolen van Bollywood.

Life on Mars kreeg onlangs de Internationale Emmy voor de beste televisieserie van 2006. Dit jaar komt het tweede seizoen bij de BBC op het scherm. Daarin willen de schrijvers het heftiger maken en zichzelf blijven verbazen – ze hadden niet gedacht dat dit wilde idee van een tijdreizende politieman ooit het scherm zou halen. Kloppen de verklaringen die je in het eerste seizoen kreeg voorgeschoteld wel? Ze beloven dat het tapijt nog verschillende keren onder de voeten van de kijker zal worden weggetrokken.

Dat is een aspect waardoor de serie nog ietsje meer op Lost (2004) van JJ Abrams gaat lijken. Ook daar weet je na tientallen afleveringen niet waar je aan toe bent. Is het echt, is het sciencefiction, is het een nachtmerrie? Eén ding is zeker, je zult in Life on Mars nooit meer weten dan Sam Tyler, want je bent in zijn wereld, of coma, of nachtmerrie.

Life on Mars, acht weken, vanaf aanstaande zondag, 22.50 uur, Ned.3 (NPS)

    • Dirk Limburg