Kennedy sliep door

Frederick Taylor: The Berlin Wall. 13 August 1961-9 November 1989. Bloomsbury Publishing, 512 blz. € 36,–

Frederick Taylors motief om The Berlin Wall te schrijven is van persoonlijke aard. Op 13 augustus 1961, toen de Berlijnse Muur werd gebouwd, stierf zijn vader en dit definitieve afscheid was sindsdien onlosmakelijk verbonden met de Duitse deling. De Britse historicus maakt er geen geheim van dat zijn sympathie uitgaat naar de Oost-Duitse bevolking die door de bouw van de Muur jarenlang in een gevangenis was opgesloten en hij schrikt er dan ook niet voor terug om ferme uitspraken te doen. Zo vergelijkt hij de DDR-machthebbers met de Siciliaanse maffia die ook aanvankelijk hoop en bescherming bood, maar wel tegen een zeer hoge prijs.

Taylor probeert eigenlijk twee verhalen te vertellen. Natuurlijk is daar het bekende verhaal van de bouw van de Muur en de plotselinge afbraak daarvan na een in de haast voorgedragen verklaring van Günter Schabowski op een warrige persconferentie op 9 november 1989. Vooral de massale leegloop van de DDR dwong Walter Ulbricht c.s. om Oost-Berlijn af te sluiten van het westen. Dit gebeurde met toestemming van sovjetleider Chroesjtsjov die op zijn beurt een echte confrontatie met de VS wilde vermijden. Zijn doel was om geheel Berlijn binnen zijn invloedssfeer te brengen, wat uiteindelijk mislukte. Het Westen reageerde lauw op het nieuws uit Berlijn op die zondagochtend in augustus. President Kennedy lag rustig te slapen, andere westerse leiders waren met vakantie en ook bondskanselier Adenauer gaf niet thuis. Niemand wilde een nucleaire wereldoorlog riskeren. De enige leider die verontwaardigd in actie kwam, was burgemeester Willy Brandt die een wanhoopsbrief aan Kennedy stuurde. Het mocht niet baten.

Taylor legt sterk het accent op de persoonlijke verhalen van mensen die van de afgrendeling het slachtoffer werden, vooral van degenen die bij hun vluchtpogingen uit de DDR aan de grens werden doodgeschoten, bijvoorbeeld de 18-jarige Paul Fechter die, geraakt door een Vopo, in het niemandsland tussen Oost- en West-Berlijn op 17 augustus 1962 doodbloedde, terwijl iedereen toekeek. Taylor noemt schattingen tussen 86 en 227 slachtoffers. Wie geïnteresseerd is in spectaculaire ontsnappingen van hen die via tunnels, zwemmend, per boot of door een sprong uit het raam, wel of niet het vrije Westen bereikten, komt ruimschoots aan zijn trekken. Voor iemand die een gedegen analyse van de Berlijnse kwestie zoekt, biedt dit boek niet veel nieuws. Het raakt te veel verstrikt in overbekende feiten en sensationele details.

Taylor had hij zich kunnen beperken tot het uitdiepen van de periode rond de bouw van de Muur, waardoor de internationale en ook de Duitse context beter tot zijn recht zou zijn gekomen dan nu het geval is.

Het best geslaagd is het laatste deel waarin hij nog eens de gebeurtenissen in 1989 behandelt en laat zien hoe zeer de DDR-machthebbers door hun zelf gekozen isolement, ideologische verblindheid en economisch falen uiteindelijk hun eigen graf groeven en niet in de gaten hadden dat de eigenlijke muur in hun eigen hoofd zat.

    • Frits Boterman