Ik stuur je anjers... uit de Gazastrook

Nederland speelt een grote rol in de wederopbouw van bloementeelt in Gaza.

Verdekt opgestelde kassen vormen er oases in de grijsgrauwe oorlogszone.

Het is de bloementelers in de zuidelijke hoek van de Gazastrook niet ontgaan. De anjers, vooral in de kleuren rood en wit, worden in het verre Aalsmeer „goed aan de prijs” verhandeld. Masdi Higazi(54), bloementeler in Rafah, is in ieder geval in jaren niet zo tevreden geweest.

Zijn honderdduizenden anjers leveren na een tocht via de grensovergang Karni, het nieuwe Israëlische Ben Goerion International Airport en Schiphol naar de Nederlandse bloemenveiling daar vijftien tot twintig eurocent per stuk op.

Ruim voldoende om af te rekenen met de Palestijnse en Israëlische vervoerders, de Israëlische belastinginspecteur en met de leveranciers van jonge plantjes en kunstmest. En over te houden, al is het maar zes of zeven eurocenten. „Voor het eerst in vijf jaar verdien ik weer behoorlijk geld met mijn bloemen. Het werd tijd want ik had veel schulden opgebouwd”, vertelt Higazi in zijn overdekte kassen met tienduizenden bloemen.

De verdekt opgestelde kassen vormen kleurrijke, vriendelijke oases in de grijsgrauwe oorlogszone, waar na talrijke Israëlische invasies een Palestijnse broederstrijd voor nieuwe spanningen zorgt. De telers hebben wapens onder handbereik.

Dr. Jid Ocel, radioloog en anjerteler op land dat al 500 jaar in het bezit is van zijn familie: „We hebben rampjaren achter de rug, waarin we zelfs helemaal niet hebben geplant. Laten we hopen dat het nu goed blijft gaan.’’

Nederland speelt in hun wederopstanding als telers en gekwalificeerde exporteurs een grote rol. Met een nieuw Nederlands fonds van drie miljoen euro worden bloemen- en groentetelers in het zuiden van Gaza gestimuleerd hun verwaarloosde kassen opnieuw in te richten en weer te gaan planten, niet alleen anjers, maar sinds deze week ook kersentomaten en paprika’s. Ruim vijftig boeren doen mee aan de projecten en verschaffen werk aan 1.500 Palestijnse arbeiders.

Vergelijkbare projecten, onder andere van een groep joods-Amerikaanse zakenlieden onder leiding van oud-president van de Wereldbank Wolfensohn, mislukten, omdat de Palestijns-Israëlische grenspost Karni de afgelopen jaren vaker dicht dan open was.

Karni, een begrip in het Midden-Oosten, is een stelsel van betonnen sluizen, scanners, stalen deuren en prikkeldraad, en vormt de levensader voor 1,4 miljoen Palestijnen in de afgesloten Gazastrook, het is de enige grenspost waar Israël goederenverkeer toestaat. Na aanslagen, beschietingen met Qassamraketten en andere incidenten ging Karni vaak op slot, zeker voor export. Met als gevolg humanitaire ellende en economische neergang.

Maar het nieuwe, Nederlandse ‘anjer-project’ heeft de eerste grote test al achter de rug. Voor en na de jaarwisseling werden de Israëlisch/Palestijnse grensovergang Karni en andere Israëlische dorpen door Islamitische Jihad bestookt met Qassamraketten, meer dan zeventig sinds begin december. Karni bleef tot grote opluchting van Palestijnse bloementelers en Nederlandse diplomaten open.

De Israëlische regering heeft namelijk besloten niet iedere Qassamaanval op Sderot of kibboetsen als het beursgenoteerde Kfar Azza te vergelden. Dat is een fundamentele koerswijziging die mede door Nederlandse en Amerikaanse diplomatie tot stand is gebracht. Met 20 miljoen dollars heeft de Amerikaanse luitenant-generaal Keith Dayton Karni opnieuw ingericht en de chaotisch werkende Israëlische en Palestijnse veiligheidsdiensten gereorganiseerd.

De Nederlandse regering financiert niet alleen de bloemen- en groentetelers, maar betaalt ook de kosten van de Presidentiële Garde die de Palestijnse kant van Karni bewaakt. De door de VS getrainde garde heeft ook volgens Israël terecht een goede reputatie. „De politieke leiding van het Israëlische ministerie van Defensie heeft zich constructief opgesteld en heeft besloten de vraag of Karni wel of niet dicht moet niet langer over te laten aan de plaatselijke commandant. De minister neemt die beslissing nu zelf”, vertelt Frans Makken, hoofd van de Nederlandse missie bij de Palestijnse Autoriteit, die het project heeft opgezet.

Voor Nederland had het geen zin miljoenen euro’s in een project te steken als de grensovergang Karni voortdurend zou worden gesloten. Den Haag is nog niet vergeten hoe de met Nederlandse gelden gestarte bouw van de haven Gaza moest worden gestaakt na een Israëlisch vergeldingsbombardement.

In tegenstelling tot zijn voorganger was de nieuwe minister van Defensie Peretz (Arbeidspartij) gevoelig voor het argument dat de armzalige economie van Gaza gesteund moet worden, ook als er met Qassamraketten wordt geschoten. Dat heeft hem de woede van generaals en joodse streekbewoners op de hals gehaald. „We hebben heel veel gepraat, vooral over veiligheid, maar het is toch gelukt. Het is een deal, waar niet alleen de Palestijnen van profiteren, maar ook het Israëlische Agrexco dat voor vervoer en de afhandeling van de betalingen zorgt en de overheid die belastingen int”, aldus Makken.

Israëlische textiel- en speelgoedbedrijven profiteren ook van de heropening van Karni, omdat zij weer gebruik kunnen maken van hun ateliers in de Gazastrook, waar de lonen vijftig tot zeventig procent lager liggen.

Voor telers als Higazi en Ocel heeft het Nederlandse project nog een belangrijk voordeel. Mocht Karni als gevolg van gewelddadige confrontaties wel gesloten worden en zij dus inkomsten derven worden hun leningen gedeeltelijk omgezet in giften.

„We hebben een aantrekkelijk deel van hun ondernemersrisico afgedekt”, aldus Makken. Ocel zelf ziet een mogelijk nog belangrijker voordeel. „Dit hele project is opgezet buiten de Palestijnse Autoriteit en de Hamas-regering om. Zodra de Palestijnse Autoriteit zich met zaken gaat bemoeien, of zij nu van Fatah zijn of van Hamas, gaat het meestal fout”.

Higazi bootst met zijn hoofd een man na die aan een strop hangt. Hij wil er mee zeggen dat dat dat het lot is van Palestijnse boeren als de Palestijnse overheid zich met hun zaken bemoeit. De financiering loopt ook om politieke redenen niet via de Palestijnse Autoriteit of de Hamas-regering maar via de Palestinian Agricultural Development Association, een non- gouvernementele organisatie.

Beide telers moeten in het geheel niets hebben van Hamas of het nog militanter Islamitische Jihad en dat is in Rafah tamelijk bijzonder. „Hamas leeft op een andere planeet, helemaal als het om zakendoen en economie gaat”, aldus Ocel, die binnenkort stopt met zijn artsenpraktijk en zich samen met zijn zoons helemaal gaat wijden aan de anjerteelt voor de Europese en Amerikaanse markt.

Na een lang, coherent betoog over de noodzaak de hele Palestijnse economie te privatiseren, zegt hij te dromen van de dag dat hij zijn bloemen via het werkloze, nog altijd nieuw ogende Yasser Arafat International Airport bij Rafah rechtstreeks naar Aalsmeer kan brengen. Maar het luchtruim zal niet op korte termijn geopend worden.

Higazi wil weten of het waar is dat Nederlandse mannen wel eens bloemen kopen voor hun vrouw, bloemen die meer dan een euro per stuk kosten. Hij hoort het antwoord met verbazing aan. Dat zou een Palestijnse man dus nooit doen.