Het kleinste korreltje moed

Natalie Koch: Streken.Querido, 270 blz. € 17,95

Robbert Welagen: Lipari. Nijgh & Van Ditmar, 92 blz. € 14,90

‘Talent herkende je meteen.’ Het is een gedurfde beginzin die musicologe Natalie Koch heeft gekozen voor haar romandebuut. Want al gaat die zin over een jonge Engelse celliste, onwillekeurig breid je de vaststelling uit tot het debuut waar je net in begonnen bent. Is dat ook een boek waarvan je na een handvol zinnen denkt: ‘Ja, dit is een echte schrijver.’ Niet dat zo'n eerste zin de enige manier is waarop je talent kunt onderscheiden, sommige boeken komen pas halverwege tot leven, zoals sommige schrijvers pas na een paar boeken tot wasdom komen.

In Streken is er echter sprake van een duidelijke hiërarchie tussen de genieën en de ploeteraars. Chrissie, de studente over wie de beginzin gaat, is het schoolvoorbeeld van het grote talent en Arthur Bronckhorst, een Nederlands cellist van grote faam die haar in Londen een masterclass geeft, lijkt dat ook te zijn. De aanblik van de jonge, stuurse Chrissie zet de wereld van Bronckhorst op zijn kop. De muzikant in hem kan het meisje maar niet uit zijn hoofd zetten, de leraar nog minder en de womanizer in hem al helemaal niet.

Met die ingrediënten schetst Koch soepel de aanstaande ondergang van haar hoofdpersoon. Daarin speelt de herinnering aan zijn jongere broer Alexander een belangrijke rol: in de loop van de roman wordt steeds meer duidelijk dat Arthur Bronckhorst niet valt in de categorie genieën (zoals zijn broer in zijn herinnering wel is geclassificeerd), maar in die van de harde werkers. Het verhaal wordt afwisselend vanuit het perspectief van Bronckhorst en Chrissie verteld.

Het portret van Bronckhorst is het meest geslaagde onderdeel van de roman. Koch zet hem overtuigend neer als een mengsel van (muzikale) kwaliteit die samen met een kolossale ijdelheid een slecht geweten in toom probeert te houden. Met dezelfde ijdele dramatiek waarmee Bronckhorst zijn publiek kan betoveren, maakt hij zichzelf wijs dat zijn loopbaan ten einde is en dat zijn toekomst ligt in de begeleiding van de jonge Chrissie.

Behalve dat portret is Streken ook een echte roman ‘uit het boekje’ om het zo maar te zeggen. Koch komt met een aantal plotwendingen die zo toevallig zijn dat ze uit het werk van Paul Auster lijken te zijn weggelopen. Diens werk gaat echter over toeval; in Streken blijf je bij de verrassingen die de schrijfster uit haar hoge hoed tovert, zitten met een ongemakkelijk gevoel. Bovendien brengt de afwikkeling van een en ander (vooruitwijzingen, confronterende scènes en te veel uitleg) met zich mee dat de roman in het tweede deel nogal uitdijt, terwijl het belangrijkste wat Koch te zeggen heeft dan allang gezegd is. Dat gaat over de verhouding tussen talent en ijdelheid en is interessant genoeg.

Natalie Koch is niet het soort talent waarvoor je na drie zinnen de vlag uithangt, het is een schrijfster die je in staat ziet tot het schrijven van een aantal mooie boeken, al moet ze dan, paradoxaal genoeg, misschien minder haar best doen. Er zijn ook debuten waarbij je het talent allesbehalve meteen herkent. Aan Lipari, het debuut van Robbert Welagen (1981) is in het begin helemaal niets opvallends, of het moet de jonge leeftijd van de auteur zijn.

We bevinden ons aan een nagenoeg verlaten hotelzwembad op een eiland in de Middellandse Zee. Een student ontmoet er een vriendelijke en enigszins intrigerende vijftiger en diens veel jongere trophy wife. Veel gesproken wordt er niet, de overduidelijk eenzame jongen sluit zich min of meer bij het stel aan, aangetrokken door het fysiek van de vrouw (Chapine) en de vriendelijkheid van de man (Gerard). De jongeman blijkt een verwaarloosd kind van goede komaf. De kernzin van die verhouding gaat over hoe zijn ouders met zijn verjaardag omgingen: ‘Ze vergaten hem meestal, zoals andere mensen vergeten waar ze hun auto hebben geparkeerd.’

Er gebeurt weinig op de ligstoelen aan dit zwembad, erg weinig. Meer dan aan een 21ste-eeuwse roman doet Lipari denken aan een film uit de jaren vijftig. Dat maakt de verleiding groot om de novelle op een gegeven moment maar weer weg te leggen, maar daarvoor heeft Welagen je toch te zeer in zijn greep gekregen. Dat ligt niet aan de gebeurtenissen: het boek kent één serieuze decorwisseling en één plotontwikkeling, die even later op een schijnbeweging blijkt te berusten.

Hoe weinig dat ook lijkt te zijn, het is voldoende voor een intrigerende roman. De drie mensen aan het zwembad zijn alle drie bezig zich op hun manier aan het leven te onttrekken. De oudere man omdat hij alles al heeft meegemaakt, de vrouw omdat datgene wat zij al heeft meegemaakt haar bang heeft gemaakt voor de toekomst, en de student omdat hij denkt dat hij ongeschikt is voor het leven.

Welagen beschrijft subtiel (al gaat ook hij tegen het eind van het boek van alles uitleggen) hoe de jongen uiteindelijk de durf vergaart om iets te verlangen en laat even rustig zien hoe dat kleine korreltje moed hem ook meteen weer in de schoenen zinkt. Iets durven te verlangen – en dan niet meer durven Het zijn kleine onderwerpen, maar als je, zoals Welagen, durft te debuteren met zo’n verstild verhaal, dan heb je genoeg moed en eigenzinnigheid om verder te komen. Welagen zou nog wel eens een heel bijzonder auteur kunnen blijken te zijn.