Gratis toonladders oefenen in Kabul

De muziekschool van Kabul is weer open. De schaduw van de Talibaan, die alle vertier verbood, is verdwenen. Zelfs vrouwen volgen muzieklessen.

KABUL, 5 jan. - Boven de deur van het lokaal staat het nog altijd aangegeven: gitarren klessen prof Luise Walker. Het is een verwijzing naar andere tijden in Afghanistan. Ooit was de beroemde klassieke Oostenrijkse gitariste Luise Walker (1910) als muzieklerares verbonden aan de eerste (westerse) klassieke muziekschool in Kabul, opgericht in 1965. Het voormalige lokaal van Walker is sinds de val eind 2001 van de Talibaan weer in gebruik.

Tijdens deze gure winterdagen is het afzien in de lokalen van de onverwarmde Vocational Arts School van de Afghaanse hoofdstad. Een groepje jongens speelt gitaar in een kring rond een straalkacheltje, alsof het een kampvuur is. Het is eigenlijk vakantie maar de Afghaanse pubers komen graag in hun vrije tijd naar school om hun spel te verbeteren. Het bekende deuntje van de film The Godfather, van de Italiaanse componist Nino Rota, galmt door de ruimte van de aftandse muziekklas. Een kleurenfoto van Jimmy Page, gitaarvirtuoos van de Britse rockband Led Zeppelin, is tegen een van de muren aangeplakt. Tegenover de plaat van Page hangt op een andere muur een zwart-wit foto van Luise Walker (in 1998 overleden).

De middelbare kunstacademie, waarvan de muziekschool onderdeel is, is weer tot leven gekomen. Onder de Talibaan waren muziek, dans en film verboden als verderfelijke westerse uitspattingen. Wie naar muziek luisterde, riskeerde een pak slaag. Een liedje zingen op een bruiloft kon leiden tot arrestatie. De archieven met traditionele Afghaanse volksmuziek van Radio Kabul werden zonder scrupules vernietigd.

„Muziekles mocht niet. We leefden in de duisternis. Heel treurig”, zegt Said Massoum Hashm, directeur van de school. Vervelend ook voor de directeur zelf, die van oorsprong drummer is. „Ik kon geen muziek meer maken, dat was moeilijk. En voor vrouwelijke scholieren betekende de komst van de Talibaan in 1996 helemaal het einde van onderwijs aan deze school.”

Tijdens de Talibaan had kunstacademie gemiddeld maar 50 studenten. Nu zijn dat er 350, van wie 15 procent vrouwen. Hashm: „Ouders durven hun dochters weer naar onze opleiding te sturen. Het is een positieve trend voor een land als Afghanistan, waar een conservatieve cultuur meisjes van oudsher weinig ruimte biedt voor zelfontplooiing.”

Met meer dan 700 scholieren was de school, die ook een hostel had, in de jaren zestig een groot succes. Het was een opleiding voor kinderen van de intellectuele elite van Kabul. Die leerden er viool, piano, klarinet en gitaar spelen. Halverwege de jaren tachtig breidde de school bovendien het curriculum uit met onderwijs in schilderen, tekenen en keramiek.

In de jaren negentig, tijdens de burgeroorlog, moesten de lessen vaak in andere delen van de stad worden gegeven als gevolg van aanhoudende gevechten in de buitenwijken van Kabul. „Nu is de school gratis”, zegt Hashm. „Daardoor hebben we leerlingen uit alle lagen van de bevolking. De nieuwe generatie wordt door satelliettelevisie en internet veel meer blootgesteld aan andere culturen, waardoor zij meer belangstelling voor kunst heeft.”

Ghulam Abbas is een van de scholieren die zich na de val van de Talibaan aanmeldde bij de school. De 18-jarige Abbas loopt op gympen, draagt jeans, een wollen trui en een hippe Adidas muts. Zijn vader is timmerman. Het liefst speelt hij muziek van de achttiende eeuwse Spaanse componist en gitarist Dionisio Agau. Terwijl hij de snaren van zijn gitaar laat trillen zegt hij: „Ik wil klassiek gitaar spelen, op internationaal niveau, zodat ik overal kan spelen. Een leven zonder muziek, zoals tijdens de Talibaan, is ondenkbaar. Het was vooral triest voor de mensen die van muziek hielden.”

In het voormalige lokaal van Luise Walker krijgen de jongens gitaarles van Mohammad Basir. De dertiger heeft, met zijn zwart hoornen brilletje op, zwarte jasje en dito broek en zorgvuldig geknipt sikje, op het oog weinig gemeen met de doorsnee Afghanen die je op de straten van Kabul tegenkomt. Hij zegt: „Ondanks de verslechterende situatie in het land, blijven Afghanen naar muziek luisteren. Op televisie worden tegenwoordig complete live concerten uitgezonden. Muziek geeft hoop. Deze jongens hier hopen op een Afghanistan waar muziek weer vast onderdeel van de cultuur wordt en blijft. Ik word steeds vaker gevraagd voor bruiloften. Dat betekent dat mensen behoefte hebben aan muziek in hun leven.”

Naast het lokaal van Basir is de kamer van directeur Hashm. Hij heeft net bezoek gekregen van de twaalfjarige Najibullah, een jongetje met grote bruine ogen, een groene Snoopy sweater aan en een enorme wollen muts op zijn hoofd. Hij wil muzikant worden en in januari naar deze school gaan. Op het toetsenbord spelen en zingen, dat is zijn droom. Net zo’n ster worden als zijn held Jawid Sharif, de bekende Afghaanse crooner.

Zijn vader, Haji Aziz, vindt het een goed plan. Hij zegt: „Als mijn zoon dit graag wil, dan moet hij het doen. Het land heeft behoefte aan goede muziek en muzikanten. Die maken het leven aangenamer. Ik wil dat mijn kinderen iets kunnen betekenen voor Afghanistan. Ik ben religieus, heb samen met mijn vrouw de bedevaart naar Mekka gemaakt, maar wij hebben ook andere interesses. Afghanistan is zich langzaam aan het ontwikkelen en de jonge generatie heeft behoefte aan nieuwe Afghaanse muziek.”