‘Er is geen sprake van inlijving’

Noord-Holland wil Saba, Bonaire, en Sint-Eustatius ‘inlijven’. De eilanden voelen zich overvallen. Ook in Nederland is er kritiek: „Dit is een grote grap.”

Harry Borghouts Foto Dijkstra H. Borghouts Commissaris van de Koningin (gouverneur) van de provincie20030204 Dijkstra bv

Het was voor de Antilliaanse eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba een complete verrassing. Het aanbod van Harry Borghouts, commissaris van de koningin in Noord-Holland, om de drie op te nemen in zijn provincie. Borghouts deed dat aanbod eind vorige maand in een brief aan verantwoordelijk minister Nicolaï (Koninkrijksrelaties, VVD).

De drie eilanden sloten eind vorig jaar een akkoord met Nicolaï waarmee zij, na opheffing van het Antilliaanse landsbestuur, als ‘bijzondere gemeenten’ een plek krijgen binnen het Nederlandse staatsbestel. Maar het aanbod van Borghouts om onderdeel te worden van de provincie Noord-Holland, moesten de betrokken eilandsbesturen uit de media vernemen. Voor bijvoorbeeld gedeputeerde Roy Hokker van Sint-Eustatius was het aanbod een donderslag bij heldere hemel, zo zei hij in de Antilliaanse krant Amigoe. En enthousiast is hij niet, eerder wantrouwend. „Het lijkt wel of we aan de hoogste bieder worden verkocht. Waarom zijn ze geïnteresseerd?”

Alleen Saba heeft inmiddels positief gereageerd. Op Bonaire, de grootste van de drie eilanden, wordt een plek binnen het Nederlandse staatsbestel verwelkomd. Maar waarom in de vorm van zo’n extra, provinciale bestuurslaag?

Ook in Nederland wordt met scepsis op het aanbod gereageerd. „Een grote grap”, aldus Borghouts’ collega in Friesland, commissaris van de koningin Nijpels (VVD). Maar Borghouts (GroenLinks) zelf houdt zijn plan serieus in de lucht. Hij bevestigt dat hij nog geen contact met de eilandbesturen heeft gehad. Hij heeft over zijn voorstel wel gesproken met de gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen, Comenencia. Die is positief, maar benadrukt dat de eilanden zelf over hun toekomst moeten beslissen. Dat onderschrijft Borghouts ook. Hij heeft voor de formele lijn van een brief aan Nicolaï gekozen, omdat de Antilliaanse regering nog steeds de gesprekspartner van Nederland is als het om de staatkundige toekomst gaat: „Ik ga ervan uit dat ik antwoord krijg van Nicolaï. Als ik daarop vooruitlopend al met de eilandbesturen praat, zou dat onfatsoenlijk zijn.”

Wat hebben die drie eilanden te winnen als ze worden ingelijfd door Noord-Holland?

„Er is helemaal geen sprake van inlijving. Ik heb geconstateerd dat die eilanden de status van een gemeente krijgen en gemeenten maken in Nederland onderdeel uit van een provincie. In Noord-Holland wonen veel Antillianen. Vandaar mijn aanbod. Wij hebben expertise in huis als het gaat om financieel toezicht, waterbeheer en jeugdzorg, om maar eens wat terreinen te noemen. We kunnen die expertise beschikbaar stellen.”

Maar een kustplaats aan de Noordzee heeft toch heel andere expertise nodig dan drie eilanden in de Caraïbische Zee?

„Dat klopt. Als het allemaal doorgaat, moeten we hier ook expertise opbouwen. Dat is niet onmogelijk. Er werken nu toch ook Nederlandse ambtenaren op de Antillen?”

Wordt het geen riskant financieel avontuur? De torenhoge schuldenlast van de Antilliaanse overheid raakt ook deze eilanden.

„Dat is een reëel probleem. In gesprekken met het ministerie van Binnenlandse Zaken moet dat onderwerp aan de orde komen. Hoe kom je aan begrotingen waarin de schuldenlast tot aanvaardbare proporties wordt teruggebracht. Hoe voorkom je dat een gesaneerde schuldenlast toch weer oploopt? En wie is er de komende jaren financieel verantwoordelijk als het toch weer uit de hand loopt? Wij hebben een uitstekende reputatie als het gaat om het uitoefenen van financieel toezicht op de financiën van onze gemeenten.”

Goed openbaar bestuur is ook een knelpunt op de Antillen. Gaat u ingrijpen als het daaraan schort?

„De drie eilanden krijgen een positie die vergelijkbaar is met die van Nederlandse gemeenten. Dat betekent een hoge mate van autonomie. Tussen een provincie en gemeenten bestaat geen hiërarchische verhouding. Het is in Nederland niet mogelijk om zomaar in te grijpen in de lokale verhoudingen. Goed bestuur is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de gemeente zelf. Je grijpt pas in als het echt uit de hand loopt. Bij corruptie bijvoorbeeld, dat is onacceptabel. Hier in Nederland, maar ook daar.”

Bent u zelf op de hoogte van de bestuurlijke en politieke verhoudingen op de Antillen?

„Mijn kennis is niet bijster groot. Ik heb wel zelf in de jaren zestig, toen ik bij de marine was, op Aruba en Curaçao gewoond. In 1997 heb ik namens de minister van Justitie de plechtigheden op Curaçao bijgewoond ter gelegenheid van de invoering van het Wetboek voor strafprocesrecht.”

    • Jos Verlaan