Een lokfiets als aas voor notoire fietsendieven

De rechtbank in Dordrecht legde een half jaar gevangenisstraf op voor het stelen van een door de politie neergezette ‘lokfiets’. In een eerdere zaak sprak de rechter nog van ‘strafbare uitlokking’.

De rechtbank in Dordrecht legde de 32-jarige Oran B. deze week een half jaar gevangenisstraf op. Hij had vorig jaar een fiets meegenomen die de politie speciaal had klaargezet, zonder slot, op een druk punt en met een paar postende agenten in burger op een afstandje. Oran B. was in de val gelopen. Met een zogeheten ‘lokfiets’ als aas, een opsporingstechniek die de laatste twee jaar aan een opmars bezig is.

Overal in het land zetten politiekorpsen geregeld gewone fietsen zonder slot neer. Ook parkeert de politie lokauto’s, met computertassen op de achterbank, op plaatsen waar een hoge pakkans wordt vermoed. Het zijn meestal doodgewone auto’s of fietsen, vaak wel van een veel gestolen merk.

Vorig jaar keurde de Dordtse rechtbank in een andere zaak het laten stelen van fietsen onder regie van de politie nog af. Er was toen, volgens de rechter, sprake van strafbare uitlokking. Deze week vond de rechter het wel goed, tot opluchting van de politie en het Openbaar Ministerie, die vorig jaar maar liefst 40 verdachten op deze manier in de val lieten lopen.

De lokfiets heeft in Dordrecht tot jurisprudentie geleid. Fietsendiefstal in Dordrecht is de afgelopen jaar met 60 procent gedaald. Politie en justitie richten zich met de lokfiets vooral op veelplegers, maar kunnen natuurlijk ook gelegenheidsdaders verleiden. Maar die krijgen dan, zo verzekert de persofficier in Dordrecht, een ‘passende’ aanpak: maximaal enkele weken cel.

De meeste fietsen worden echter gestolen door verslaafden, daklozen en beroepsdieven. Zij worden strenger aangepakt. Behalve Oran B. pakte de politie in Dordrecht nog drie anderen, die samen goed zijn voor zo’n 600 gestolen fietsen per jaar.

Voor deze ene fiets van de politie kreeg de dader een half jaar cel. De advocaat van B., mr. E. van den Oudenaller, vond dat de politie haar cliënt nooit tot deze diefstal had mogen brengen. Zij verwees naar de uitspraak van dezelfde rechtbank in de zaak waarbij er wél sprake was van strafbare uitlokking. Toen oordeelde de politierechter dat „niet is gebleken dat verdachte ook zonder tussenkomst van de politie en het plaatsen van de lokfiets een fietsendiefstal zou hebben gepleegd”.

De vraag is alleen: hoe weet je dat? De politie moet een stevig vermoeden hebben van wat de verdachte van plan is voordat er zo’n val kan worden gezet. De politie moet dat vermoeden bovendien aannemelijk maken bij de rechter, die een ruime marge heeft om de omstandigheden te interpreteren. Die interpretatie pakt de ene keer anders uit dan de andere keer.

De wetgever wil in elk geval voorkomen dat de politie zelf de criminaliteit gaat bevorderen. Voor je het weet heeft de politie met de beste bedoelingen een handeltje in drugs, fietsen en laptops georganiseerd en ‘produceert’ het zelf daders. Een „ernstige inbreuk op de beginselen van behoorlijke strafrechtspleging”, zo keurde de rechter het uitlokken streng af.

Maar in de zaak tegen Oran en andere gewoontedaders vond de rechter dat de verdachte juist „in belangrijke mate zelf het besluit had genomen de fiets mee te nemen”. De verdachte was immers „reeds vele malen eerder veroordeeld wegens fietsendiefstal”. Ook speelde mee dat het de politie niet om Oran B. zelf te doen was. De politie wilde vooral op een druk diefstalpunt met een eigen fiets nog onbekende daders vangen. In de zaak van vorig jaar was de val voor één persoon georganiseerd.

Bij lokauto’s is het ingewikkelder dan bij fietsen om bij de dader impuls van opzet te onderscheiden. Zo’n lokauto moet er ‘natuurlijk’ uitzien om juridisch door de beugel te kunnen. In januari vorig jaar boog de Dordtse rechter zich over de vraag of de politie een autokraker op een idee had gebracht dat deze zelf niet al had. De rechter vond toen dat de lokspullen (laptop, camera) in de auto zo bedekt moeten liggen dat de dader echt goed naar binnen moet kijken om ze te zien. Wie in een auto tuurt is wat van plan, redeneerde de rechter. Dan is ‘aanwezig opzet’ voor een autokraak aannemelijk.

Maar het blijft moeilijk te voorspellen of de rechter tot impuls of opzet zal besluiten. Advocaat Van den Oudenaller wil een principiële uitspraak van het gerechtshof.

Uitspraken AZ5422, AV0757 en AX0773 via www.rechtspraak.nl