De treurige moraal: het leven dien je te verdragen

Sándor Márai: De nacht voor de scheiding. Vertaald uit het Hongaars door L. Széke-ly en M.H. Székely-Lu-lofs. Wereld-bibliotheek, 208 blz. € 17,90

****-

De nacht voor de scheiding (1935) behoort tot Márai’s eerste ‘crisisromans’, zoals ook Gloed en De gravin van Parma, waarin hij de zielenroerselen van een klein aantal personages met veel stijlbravoure en de modernste psychologische inzichten van zijn tijd weergeeft. Het motto aan het begin van de roman: ‘Wat overdag werd opgebouwd, stortte ’s nachts weer in…’, komt uit een Hongaarse volksballade, over een metselaar en zijn geliefde vrouw. Zij moet dood opdat de mortel, vermengd met haar bloed, het bouwwerk bij elkaar zal houden. Dit thema werpt zijn schaduw over dit verhaal, en geeft het een diepere betekenis dan een simpele driehoeksverhouding met dramatische afloop.

Kristóf Komives (‘komíves’ is ‘metselaar’ in het Hongaars), bijna 38 jaar, telg uit een vermaard juristengeslacht en zelf ook rechter staat een glansrijke carrière te wachten. Hoewel omhoog getrouwd, weet hij zich gelukkig met Hertha. Pas als hij de betrokken partijen bij een zaak die de volgende dag voorkomt, blijkt te kennen, vraagt hij zich af of de mensen om hem heen werkelijk zo gelukkig zijn als ze altijd leken. Dezelfde avond nog zoekt Imre Greiner, een oude schoolkameraad van Komives, hem thuis op om antwoord te krijgen op de vraag: heeft Komives ooit met dezelfde hunkering aan diens vrouw Anna gedacht als waarmee zij naar Komives verlangde? De rechter realiseert zich voor het eerst de kracht van de begeerte en antwoordt met ja.

Márai werkt de parabel met de ballade verder uit: alleen Anna’s dood kan het huwelijk van Komives bijeenhouden. De ontknoping mag nu teleurstellend zijn, maar is volkomen geloofwaardig volgens de toen geldende – en door Márai gehekelde – kleinburgerlijk moraal: het leven dien je te verdragen.

Györgyi Dandoy