‘De homo is altijd een ander’

De lichtjes van Spanje beloven de Marokkaanse jongens en Afrikaanse migranten in Tanger een gouden toekomst, in de nieuwe roman van Tahar Ben Jelloun. ‘Ik denk dat het radicale fundamentalisme een fenomeen van voorbijgaande aard is.’

Tahar Ben Jelloun: ,,Flaubert bestaat echt, het is een Kameroense vriend van mij’’ Foto’s Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 06-11-2006 Tahar Ben Jelloun (geboren in Fez, 1 december 1944) is een Marokkaans romanschrijver, dichter en essayist. Hij was professor in Tetouan en daarna in Casablanca. Sinds 1971 woont en werkt hij in Frankrijk. Hij heeft lesgegeven in sociale psychologie en gewerkt als psychotherapeut. Hij schrijft in het Frans, hoewel Arabisch zijn moedertaal is. Hij schreef voor diverse tijdschriften en kranten en m.n. Le Monde. Zijn roman Gewijde Nacht won de Prix Goncourt in 1987. In 2004 ontving hij de International IMPAC Dublin Literary Award voor Een verblindende afwezigheid van Licht. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Tahar Ben Jelloun is veranderd. Was hij bij vorige ontmoetingen een bevlogen spreker, die met flirtende blik felle betogen hield over het onrecht in de wereld, nu is zijn oogopslag berustend, op het matte af. ,,Ach ja, de tijd”, zucht hij, ,,ik ben rijper geworden zullen we maar zeggen. Ik volg de actualiteit nog wel, maar minder intensief. Er is geen dag of er doet zich in de wereld wel een catastrofe voor. Als je kinderen hebt is dat erg verontrustend.” Sinds kort woont de Frans-Marokkaanse schrijver (1944) weer in Tanger ,,bij zijn kleine kinderen”. Het dagelijks leven in Parijs, waar zijn ,,grote kinderen” wonen viel hem steeds zwaarder.

Toch is zijn recentste roman, Weggaan (Partir), een van de meest geëngageerde romans binnen zijn omvangrijke oeuvre. In een café in Tanger staren werkloze Marokkaanse jongeren naar de Spaanse kust, waar zich het eldorado bevindt waar ze van dromen. De lichtjes aan de overkant van de zee beloven hen geld en een gouden toekomst. Enkele van zijn personages slagen erin die overtocht te maken, zoals de net afgestudeerde Azel. Hij gaat echter niet als vrij man, maar als betaalde minnaar van Miguel, een rijke Spanjaard. Later trouwt zijn zuster met de man en ook zijn moeder droomt ervan in het kielzog van haar kinderen Marokko te verlaten.

,,Ik ben altijd geëngageerd geweest”, zegt Ben Jelloun, ,,maar dit thema koos ik nog niet eerder. Migratie is een universeel onderwerp. Overal probeert men te ontsnappen aan geweld, aan een ellendig lot. Wie spreekt of schrijft over de situatie van de mens op een manier die ons raakt en ontroert is per definitie geëngageerd. Het is te wijten aan Sartre dat de term engagement een negatieve bijsmaak kreeg, het werd een karikatuur.

,,Voor dit boek heeft de werkelijkheid me geïnspireerd. In Tanger zie ik al die jonge, gediplomeerde, werkloze Marokkanen in de kroeg hangen. Om aandacht te trekken doen sommigen een poging tot zelfmoord. Ze worden geobsedeerd door de gedachte dat het elders beter is. Het tweede probleem wordt gevormd door de zwarte Afrikanen, die vanuit het zuiden van het Afrikaanse continent naar het noorden komen. Ze hebben hele woestijnen overgestoken, al hun geld uitgegeven en denken dat een overtochtje van veertien kilometer naar het Europese vasteland niets is. Dat begon met name in de jaren negentig, daarom speelt mijn roman in die tijd.”

Al tijdens zijn rechtenstudie wordt Azel geobsedeerd door één ding: vertrekken. Fundamentalisten proberen hem te ronselen voor de goede zaak van een Marokko ‘teruggekeerd tot de islam, tot de rechtschapenheid, tot de integriteit en de rechtvaardigheid’, maar hij vlucht in de verbeelding. Tegen zijn aard in laat hij zich verleiden door een rijke, homoseksuele Spanjaard. ,,Van Azel heb ik een typisch Marokkaans moederskindje gemaakt. Hij zit zonder werk, is financieel afhankelijk van zijn zuster, wat natuurlijk niet goed is voor zijn eigenwaarde. Ik heb hem in een situatie gezet waarin hij de uitnodiging om te vertrekken aanneemt van een man, terwijl hij helemaal geen homo is. Dat is interessant, nietwaar? Hoe ver gaat iemand om een droom te verwezenlijken, om een obsessie te realiseren? Azel gaat ver. Hij verliest alles: zijn lichaam, zijn ziel en zijn leven. Het is een tragisch personage bij uitstek.”

Dat Ben Jelloun over homoseksualiteit schrijft, is niet om een taboe te doorbreken. Veel zijn er niet die het onderwerp aan de orde stellen, maar iemand als de Frans-Marokkaanse auteur Rachid O. heeft wel het pad gebaand. ,,Het is bij mij een literaire strategie, een perversiteit om het compromis te saboteren. In Marokko zegt iedereen altijd dat een ander homo is, niemand zegt dat ooit van zichzelf. Maar waarom zou de Arabische wereld geen homo’s kennen? Het is tenslotte een universeel verschijnsel.”

Wie meer werk van Tahar Ben Jelloun heeft gelezen, constateert dat hij zijn personage Moha le fou weer opvoert, de gek die de waarheid spreekt. ,,Ja, hij beweert bijvoorbeeld dat moslims geboren zijn onder het teken van de migratie. De profeet was oorspronkelijk bisschop, hij is verjaagd en naar Medina gevlucht om daar te sterven. De dag waarop hij vertrok, in 622, heeft de naam hizjra, migratie, gekregen. Daarom zijn we allemaal voortdurend aan het vertrekken”, grinnikt Ben Jelloun.

Ook de fundamentalisten duiken niet voor het eerst op in zijn werk. Ditmaal worden ze de hoofdpersoon fataal. ,,Ze zaten eigenlijk altijd al verborgen in mijn werk, maar ik noemde ze nog niet zo. Hypocriete moslims – dat was de benaming die ik voor ze had. Toch denk ik dat het radicale fundamentalisme een voorbijgaand fenomeen is. Uiteindelijk zullen de islamisten realistisch worden en ophouden met al die aanslagen. Het zijn er tenslotte maar een handjevol, ze worden binnen een internationale politieke context gemanipuleerd.”

Opvallend is dat het boek niet eindigt met een catastrofe, hoewel het daar wel in volle vaart op af lijkt te stevenen. In plaats daarvan verandert de grimmige roman in een hallucinatie, een euforisch droombeeld waarin de nodige figuren uit de wereldliteratuur acte de présence geven. Ben Jelloun wordt ineens weer de auteur van bijvoorbeeld Herberg der armen en neemt de vrijheid feit en fictie naar hartenlust door elkaar te gooien.

,,Ik wilde niet op klassieke wijze eindigen met een lijkkist en een begrafenis. Hele nachten lag ik erover te piekeren. Toen zag ik de meest recente film van Woody Allen, Scoop. Daarin zit een scène met mensen aan boord van een schip. Het mist, alles is vaag, maar duidelijk is dat de mensen op dat schip dood zijn en naar de Hades gaan. Mijn boot is daarvan het spiegelbeeld. Hij vaart naar bevrijding en naar geluk, ik wilde pertinent optimistisch eindigen. Het leven bestaat niet uit louter mislukkingen.”

En Flaubert die opduikt in het motto van de roman en ook in de slotscène? En Don Quichotte op die boot?

,,Flaubert bestaat echt, het is een Kameroense vriend van me, die mij vaak vergezelt op mijn tochten. Don Quichotte vaart mee omdat hij aan de wieg van de moderne roman staat. Dankzij hem hoeft geen schrijver zich beperkingen op te leggen, kunnen we de meest onwaarschijnlijke verhalen vertellen en wordt het toch een goed boek.’’

Zoals bijna altijd in het werk van Ben Jelloun komen vrouwen er beter af dan mannen. De jonge vrouw Kenza bijvoorbeeld, Azels zus, slaagt erin haar lot in eigen handen te nemen, een baan te vinden en haar hartstocht (dansen) uit te leven. ,,Kenza houdt van de liefde, van dansen, van seks en sensualiteit en behoudt toch haar waardigheid. Ze toont aan dat je kunt dansen zonder een hoertje te zijn. Dat is in de ogen van de mediterrane macho onmogelijk.”

Hun beider moeder sluit de ogen voor het feit dat haar zoon zijn lichaam verkoopt aan een rijke Spanjaard en moedigt haar dochter aan met diezelfde man te trouwen – amoreel en nogal uitgekookt, zou je zeggen. Ben Jelloun ziet het heel anders: ,,Helemaal niet! Ze is van een oudere generatie, die nog alles accepteert. Ze is niet naïef! Ze laat haar zoon vertrekken met een vriend die zal trouwen met haar dochter. Die vriend zal de familie financieel redden!

,,Weet je, ik heb de Franse schrijver Jean Genet gekend, toen hij in Marokko woonde. Hij had een vriend, Mohammed, met wie Genet – althans dat denkt men – een homoseksuele relatie had. Die vriend zei eens tegen mij dat Genet voor hem een engel was die uit de hemel was afgedaald. Hij had z’n leven gered, geld aan z’n ouders en aan z’n zussen gegeven. Zo had iedereen ’t kunnen redden. Zo moet je ook die moeder zien. Ze wil dat haar kinderen het hoofd boven water houden – op wat voor manier dan ook.”

Tahar Ben Jelloun: Weggaan. Vertaald door Truus Boot en Rosalien van Witsen. De Bezige Bij, 284 blz. € 18,90

    • Margot Dijkgraaf