Cricket is in India meer dan een kinderspel

Cricket is in India meer dan een kinderspel New Delhi. In India keert het beeld terug op alle pleinen en veldjes, in elke stad, in elk dorp, in elk gehucht: cricket, de nationale volkssport, de enige zaak in het land die nog belangrijker is dan religie, zoals vaak wordt beweerd. Als het nationale elftal een belangrijke wedstrijd speelt, zitten tientallen miljoenen in het hele land gekluisterd aan radio, televisie of internet. De oude sport werd meegenomen door de uitvinders, de Britten, die het land in de negentiende en twintigste eeuw koloniseerden. Ook in de andere landen die uit Brits-Indië voortkwamen, Pakistan en Bangladesh, komen tienduizenden toeschouwers naar internationale cricketwedstrijden. Cricket ontstond als kinderspel in de dertiende eeuw in Engeland en groeide aan het eind van de achttiende eeuw uit tot de nationale sport. In vrijwel alle landen van het Britse koloniale rijk werd het daarna een populaire sport. Dat is nog steeds te zien aan de tien beste cricketnaties van de wereld, de landen die tegen elkaar ‘testmatches’ spelen, vijfdaagse wedstrijden waarin de rivaliserende elftallen allebei twee ‘slagbeurten’ krijgen. De landen met een officiële ‘testmatch-status’ zijn Engeland, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid- Afrika, Zimbabwe, India, Pakistan, Sri Lanka, Bangladesh en West-Indië, een verzameling van eilanden in het Caraïbisch gebied. De eerste testmatch ooit werd gespeeld tussen Engeland en Australië in 1877, een duel dat kort daarna uitgroeide tot een twee- of driejaarlijkse serie wedstrijden om een speciale trofee, The Ashes. Ook in Nederland wordt al sinds het midden van de negentiende eeuw gecricket, al is dat niet op brede schaal. Het Nederlands elftal is niet goed genoeg om testmatches te mogen spelen, maar presteert redelijk in een soort B-groep, met landen als Canada, Schotland, Ierland, Kenia en Namibië. Foto Reuters/Adnan Abidi Boys play cricket at a ground in New Delhi January 3, 2007. REUTERS/Adnan Abidi (INDIA) REUTERS

In India keert het beeld terug op alle pleinen en veldjes, in elke stad, in elk dorp, in elk gehucht: cricket, de nationale volkssport, de enige zaak in het land die nog belangrijker is dan religie, zoals vaak wordt beweerd. Als het nationale elftal een belangrijke wedstrijd speelt, zitten tientallen miljoenen in het hele land gekluisterd aan radio, televisie of internet.

De oude sport werd meegenomen door de uitvinders, de Britten, die het land in de negentiende en twintigste eeuw koloniseerden. Ook in de andere landen die uit Brits-Indië voortkwamen, Pakistan en Bangladesh, komen tienduizenden toeschouwers naar internationale cricketwedstrijden.

Cricket ontstond als kinderspel in de dertiende eeuw in Engeland en groeide aan het eind van de achttiende eeuw uit tot de nationale sport. In vrijwel alle landen van het Britse koloniale rijk werd het daarna een populaire sport. Dat is nog steeds te zien aan de tien beste cricketnaties van de wereld, de landen die tegen elkaar ‘testmatches’ spelen, vijfdaagse wedstrijden waarin de rivaliserende elftallen allebei twee ‘slagbeurten’ krijgen.

De landen met een officiële ‘testmatch-status’ zijn Engeland, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid- Afrika, Zimbabwe, India, Pakistan, Sri Lanka, Bangladesh en West-Indië, een verzameling van eilanden in het Caraïbisch gebied.

De eerste testmatch ooit werd gespeeld tussen Engeland en Australië in 1877, een duel dat kort daarna uitgroeide tot een twee- of driejaarlijkse serie wedstrijden om een speciale trofee, The Ashes.

Ook in Nederland wordt al sinds het midden van de negentiende eeuw gecricket, al is dat niet op brede schaal. Het Nederlands elftal is niet goed genoeg om testmatches te mogen spelen, maar presteert redelijk in een soort B-groep, met landen als Canada, Schotland, Ierland, Kenia en Namibië.