Charme-offensief met latrines en boetes

De gevaarlijkste race ter wereld ligt onder vuur, vorig jaar vielen weer drie doden.

Dus doet de rally nu aan ontwikkelingshulp en aan extra veiligheidsmaatregelen.

Mali, 10 januari 2006: de Nederlandse motorcoureur Harry Oosting rijdt door een dorp in Mali. Foto AFP Netherlands' Harry Oosting (Yamaha) passes by a village during the tenth stage of the 28th Dakar between Kiffa and Kayes, 10 January 2006. As a mark of respect for Australian rider Andy Caldecott, killed after crashing during the ninth stage on Monday, rally organisers ruled that the 10th stage for the motorcyclists would be non-timed. AFP PHOTO DAMIEN MEYER AFP

De dood en de Dakar-rally zijn als het zand en de woestijn, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Aan de monsterrit door de Sahara kleeft bloed. Elk jaar weer zijn er tientallen zwaargewonden. En soms loopt het slechter af. Knalt er een coureur met 180 kilometer per uur op een loslopende koe, vliegt een truck over de kop. Soms crasht een helikopter, stuit iemand op een mijn, of wordt een deelnemer door bandieten doodgeschoten. It’s all in the game. Een korte herdenking in het bivak en de karavaan trekt weer voort.

Zo ging het twee jaar geleden ook toen op 10 januari bekend werd dat de Spaanse motorcoureur José Manuel Pérez was overleden aan de verwondingen van een val, een paar dagen eerder. Een amateur die zich dood rijdt, zoiets gebeurt wel vaker.

Maar toen de volgende dag de befaamde Italiaanse motorrijder Fabrizio Meoni (47) verongelukte, reageerde de rallykaravaan minder stoïcijns. De dood van de gelouterde fabrieksrijder, tweevoudig winnaar van de rally, dompelde het racecircus in rouw. Op televisie was te zien hoe coureurs elkaar snikkend in de armen vielen.

De race werd stopgezet. De organisatie gaf de motorrijders een etmaal de tijd om te bedenken of ze nog wel verder wilden. Ze schrapte een proef en zette de motoren op het vliegtuig naar de volgende etappeplaats. In het bivak kwam ’s avonds al het antwoord van de renners: doorrijden. „We doen het voor Fabrizio, hij zou het zo gewild hebben”, zei David Frétigné, de Fransman die de verongelukte Meoni in de woestijn had gevonden.

Na de rally kondigde de organisatie nieuwe veiligheidsmaatregelen aan, onder meer maximumsnelheden, verplichte rusttijden bij de pompstations, en kleinere brandstoftanks voor de motorrijders. Het mocht niet baten: vorig jaar brak Andy Caldecott in de negende etappe zijn nek bij een valpartij. De 41-jarige Oostenrijkse motorrijder verongelukte op slechts een paar kilometer van de plek waar een jaar eerder Meoni ten val kwam. „Helaas blijken dodelijke ongevallen ook mogelijk bij lagere snelheden”, constateerde racedirecteur Etienne Lavigne direct na het ongeluk.

In het slotweekeinde kwam de rally vorig jaar nogmaals in opspraak, ditmaal door de dood van twee toeschouwers. Een Letse rallydeelnemer reed op vrijdag 13 januari een 10-jarig jongetje uit Guinee aan. Een dag later stierf een 12-jarige Senegalees na een botsing met een Nederlandse servicetruck.

Deze twee jongens behoren tot de slachtoffers die niet met naam en toenaam in de annalen van de woestijnrally worden bijgeschreven. De langste en zwaarste off-road rally ter wereld heeft 48 levens geëist in 28 edities, onder wie 23 deelnemers en 17 Afrikaanse toeschouwers.

Of de lijst met burgerslachtoffers compleet is? In de beginjaren gingen er nauwelijks journalisten met de rally mee. En de Dakar-organisatie deed lange tijd geen opgave over ongelukken met niet-deelnemers. De uitvoerige geschiedschrijving op de website van de rally gaat zelfs helemaal aan de doden voorbij. Wel zeker is, dat Fidelia, het ambulante hospitaal dat altijd met de rally meereist, de afgelopen jaren bijstand heeft verleend aan tientallen Afrikanen die gewond raakten bij een botsing. Bij ernstige ongevallen zijn de deelnemers tegenwoordig verplicht de organisatie te waarschuwen met hun distress beacon, het noodbaken dat de locatie van het voertuig aangeeft. Binnen de kortste keren komt dan een helikopter met een arts aan boord.

De afgelopen jaren nam de organisatie diverse maatregelen om de renners in de bebouwde omgeving in toom te houden. Zo werden radarcontroles ingevoerd en hoge boetes en tijdstraffen opgelegd aan deelnemers die te hard reden.

Niet dat de renners zich daar onmiddellijk veel van aantrokken. Bij een snelheidscontrole in een dorp in Marokko werden vijf jaar geleden nog 87 motorrijders gesnapt die de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur met twintig tot vijftig kilometer hadden overschreden. De wedstrijdleiding deelde zware straffen uit, die na protesten overigens snel werden gehalveerd.

Op de Dakar-rally is vanaf de beginjaren kritiek geweest. Een racecircus met koloniale trekjes, dat de woestijn verziekt. Een avontuur voor verveelde miljonairs die na bergbeklimmen, diepzeeduiken en parachutespringen toe zijn aan een nieuwe uitdaging. Een levensbedreigend evenement voor de Afrikaanse toeschouwers. De rally is voor van alles uitgemaakt.

De lokale bevolking langs het parcours klaagde vaak dat de deelnemers geen belangstelling hadden voor hun goederen en diensten. Bovendien bezorgde de race hen veel overlast, zoals grote stofwolken en doodgereden vee. Het Senegalese persbureau Pana concludeerde in 1988 dat de dood van drie toeschouwers de directie van de race „volstrekt koud liet”. En L’Osservatore Romano, de krant van Vaticaan, noemde de rally een paar jaar geleden in een commentaar „een walgelijk vertoon van macht en verspilling in landen waar mensen van honger en dorst sterven”.

Na de drie doden in de laatste editie hebben sommige critici weer eens aangedrongen op een verbod van de woestijnrally, meldt persbureau Reuters. ASO, het Franse bureau dat de Dakar-rally organiseert, pareert de kritiek met een charme-offensief. Op de website van de rally wordt uitgebreid stilgestaan bij de hulpprojecten die de Fransen in Afrika financieren. De Dakar-organisatie betaalde de afgelopen vier jaar 450.000 euro, bestemd voor in totaal 106 hulpprojecten, variërend van het planten van bomen, het slaan van waterputten tot de bouw van latrines.

Ook kondigde racedirecteur Etienne Lavigne nieuwe veiligheidsmaatregelen aan. Moderne elektronica moet de kans op ongelukken met toeschouwers verkleinen. En de straffen op snelheidsovertredingen binnen de bebouwde kom zijn aanmerkelijk verhoogd, staat in de 16 pagina’s tellende brochure Plan de sécurité routière. Op snelheidsoverschrijdingen tot 40 kilometer per uur staan geldboetes en tijdstraf. Wie harder dan 90 kilometer per uur door een dorp scheurt, loopt de kans te worden uitgesloten.

Om dorpelingen te waarschuwen voor de komst van de rijders, grijpt de organisatie terug op een vondst van Euromaster. Net als de bandenfabrikant zes jaar geleden deed, verspreidt de Dakar-organisatie dit jaar affiches en strooibiljetten om dorpelingen te waarschuwen voor de komst van de rallyrijders. Op de biljetten staat een tekening van rallyauto’s die een dorp passeren met plaggenhutten, vrouwen met emmers op hun hoofd, en veel kinderen en loslopende geiten. „Kijk niet in de lucht bij het oversteken van de straat”, luidt een van de waarschuwingen bij een waarschuwingsbord met een jongetje dat naar een overvliegende helikopter wijst.

De organisatie neemt dit jaar minder risico, bleek ook twee weken geleden. De rally die altijd werd geafficheerd als „het laatste grote avontuur”, een uitputtingsslag waarin moet worden afgerekend met bijbelse plagen als zandstormen, overstromende rivieren en zwermen sprinkhanen, mijdt dit jaar een moderne vorm van ongerief. Omdat het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken waarschuwt voor rondtrekkende Algerijnse bandieten, zijn twee etappes in Mali geschrapt. Pech voor rallyrijders die droomden van een rit naar de Afrikaanse stad met de mooiste naam: de Dakar-rally zal dit jaar niet in Timboektoe neerstrijken.

RTL7 zal vanaf morgen dagelijks verslag doen van de rally. De uitzendingen beginnen rond 22.30 uur.

    • Arjen Ribbens