Chalets met muren van gewapend beton

In heel Zwitserland staan bunkers met het uiterlijk van fraaie chalets. De meesten hebben, net als de door velen gekoesterde neutraliteit, hun langste tijd gehad.

Langs de oude weg tussen Genève en Lausanne staat een roze villa uit de jaren dertig. Het lijkt een huis waarvan er hier zovele zijn: chaletachtig, pannen dak, groene luiken en garagedeuren. De gordijnen zijn dicht. Pas van dichtbij zie je dat die gordijnen een trompe-l’oeil zijn. Er zíjn geen gordijnen, laat staan ramen: die zijn op de muur geschilderd. En die muur is 2,5 meter dik. Want La Villa Rose, zoals het huis in de volksmond heet, is een bunker.

Gérald Berutto, gepensioneerd bankmedewerker en voormalig luitenant-kolonel van het Zwitserse leger, trekt een garagedeur open. „Wat hierachter zit, is een grote geweerloop, gericht op de weg. Als de Duitsers Zwitserland vanuit Frankrijk waren binnengevallen, hadden ze deze weg gebruikt.” De Duitsers zijn, zoals bekend, Zwitserland nooit binnengevallen. Vanuit de Villa Rose, een van de plaatsen van waaruit de Zwitsers hun land én hun geliefkoosde neutraliteit gewapenderhand wilden verdedigen, is nooit één schot gelost. Dat er sinds midden jaren negentig ook geen soldaten meer in zitten, en dat de bunker mede dankzij Berutto nu als museumpje en vergaderplaats dient, is een teken dat de Zwitserse neutraliteit niet meer zo vanzelfsprekend is als vroeger.

De neutraliteit is een van de hoekstenen van ’s lands politiek sinds de Zwitsers in 1515 bij de slag bij het Italiaanse Marginano door de Fransen werden verslagen. Daarna zwoeren de Zwitsers om zich nooit meer te mengen in gewapende conflicten tussen andere landen. Die neutraliteit ging ver. Zo werden de grenzen na 1938 vrijwel dichtgehouden om te voorkomen dat te veel vluchtelingen voor de nazi’s naar Zwitserland kwamen. Tienduizenden joden werden zelfs teruggezet. Pas de laatste jaren worden mensen die vluchtelingen naar binnen hadden gesmokkeld, gerehabiliteerd. Vorige week nog kreeg een man die in 1943 een Frans meisje naar haar grootmoeder in Zwitserland had gebracht, met tien anderen pardon.

„De val van de Berlijnse Muur was het keerpunt”, zegt Gérald Berutto, een gesoigneerde man met snor. Daarna begonnen ook de restituties van joodse banktegoeden en bezittingen van voor de oorlog. Maar met het wegvallen van de laatste grote vijand in Europa moest ook het Zwitserse leger zich herbezinnen. Omdat de Zwitsers altijd hadden geweigerd om te schuilen onder de NAVO-paraplu, had het land een hypermodern leger paraat om zijn neutraliteit te verdedigen. Maar wat viel er nu nog te verdedigen, en tegen wie? Het was in die tijd dat het leger zich uit de Villa Rose en andere villabunkers in het land terugtrok.

Berutto en enkele collega’s hebben het pand voor de sloop behoed. Maar, zegt hij, „het zijn vooral de vrouwen uit de omtrek die het hebben opgeknapt, en die nu op de bovenverdieping bedrijfsavondjes-met-raclette organiseren en schoolkinderen ontvangen. Dat dit een civiele ontmoetingsplek zou worden, was tien jaar geleden ondenkbaar.”

Ook buiten is de transformatie compleet. Daar ligt de Toblerone-linie: een kilometerslange rij driehoekige betonblokken, van de bergen in de Jura tot het meer van Genève, die tankaanvallen vanuit Frankrijk moesten stuiten. De route is nu beschermd natuurgebied; kunstenaars en theatergroepen treden bij mooi weer op. Aan het water begluren wandelaars een andere non-militaire attractie: het megalomane sprookjespaleis van autocoureur Michael Schumacher.

Het lot van de villa en de Toblerone-blokken is bezegeld, maar in de politiek woeden felle discussies over de rekbaarheid van de Zwitserse neutraliteit. Al in 1993 liet de regering de ‘totale’ neutraliteit varen. Sindsdien doet Zwitserland mee aan VN-sancties, zoals tegen Irak of Servië. De Zwitsers hebben nog steeds dienstplicht. Reservisten worden jaarlijks opgeroepen. Elk huis heeft een atoomvrije schuilkelder vol levensmiddelen voor-het-geval-dat. Toch dopt Zwitserland niet meer helemáál alleen zijn eigen boontjes. In 2002 werd het lid van de Verenigde Naties. Het NAVO- en EU-lidmaatschap zijn voor veel Zwitsers ondenkbaar, maar ze werken met beide organisaties steeds meer samen. Zo is Zwitserland toegetreden tot de Schengen-zone. En vorige week ontvingen Zwitserse legerofficieren Europese collega’s in een kazerne in Bern voor een oefening in het kader van het Partnership for Peace-programma van de NAVO, waar Zwitserland sinds 1996 aan meedoet.

Ze speelden dat ze aan het ‘peacekeepen’ waren in een Afrikaans land waar rebellen aanvallen uitvoeren, cholera uitbreekt en duizenden mensen op drift zijn. Zwitserse peacekeepers en militaire waarnemers zijn inmiddels uitgewaaierd van Kosovo (in NAVO-verband) tot Soedan. Volgens het Zwitserse leger horen die oefeningen in Bern bij de nieuwe mondiale realiteit, waarin veel oorlogen niet meer tussen staten worden uitgevochten, maar binnen staten.

Maar de grootste partij van het land, de Volkspartij (SVP), vindt dat peacekeeping, NAVO-oefeningen en verdragjes met de EU de neutraliteit bedreigen. Toen de socialistische minister van Buitenlandse Zaken, Micheline Calmy-Rey, laatst zei dat Zwitserland toe is aan een zetel in de VN-Veiligheidsraad, was de maat voor SVP-leider Uli Maurer vol. Deze raad beslist immers over interventies in oorlogsgebieden. Maurer vindt dat Calmy-Rey, die in januari voor een jaar Zwitsers president wordt, „met haar eenzijdige commentaren” de Zwitserse belangen niet meer dient en moet aftreden.

Voor hém betekent neutraliteit nog steeds ‘afzijdigheid’. Calmy-Rey wil neutraliteit juist tot actief politiek instrument omsmeden. „Sommigen vinden dat Zwitserland niets moet zeggen en doen en dat ik me onder tafel moet verstoppen”, zei ze laatst tegen de Basler Zeitung. Zij wil juist de boer op met mensenrechten en respect voor de rechtsorde – principes die Zwitserland hoog in het vaandel heeft. Maar toen zij in augustus de Israëlische aanvallen op Libanon veroordeelde, floten collega’s haar terug. Sindsdien zwijgt ze. Ze deed alleen wat Zwitserland altijd doet: meer humanitaire hulp naar de slachtoffers sturen. Iedereen wacht nu op een rapport van het ministerie van Buitenlandse Zaken over de Zwitserse neutraliteit en het Midden-Oosten.

Op de bovenverdieping van de Villa Rose, die tot houten gelagkamer is omgebouwd, wijst Gérald Berutto op een landkaart van bijna zeventig jaar geleden. Haast alle Europese landen zijn in oorlog en hebben een kleurtje. Zwitserland, dat er middenin ligt, niet. De kaart kon bijna die van 2006 zijn: nu ligt Zwitserland wéér blanco in een bontgekleurde ‘zee’, maar dan van EU-landen. „Precies”, zegt hij. „We hebben weinig meer om bang voor te zijn.”

    • Caroline de Gruyter