Bulgarije ruwe diamant

De commentaren over de toetreding van Bulgarije tot de Europese Unie hebben voor het grootste deel de nadruk gelegd op de corruptie en de misdaad, en somberheid tentoongespreid over de mogelijkheid dat er een vloedgolf van nooddruftige Bulgaren over het westen zal spoelen. Dat is flauwekul. Bulgarije heeft slechts 7,4 miljoen inwoners. Er zijn er dus niet genoeg om waar dan ook heen te ‘spoelen’. Bovendien biedt het land mogelijk een van de beste kansen op economische groei in Europa.

De corruptie en de misdaad zijn, gemeten naar Finse normen, absoluut verontrustend. Maar op wereldwijde schaal komt het corruptieniveau redelijk overeen met de economische ontwikkeling van het land. In de Corruption Perceptions Index 2006 van Transparency International kwam Bulgarije beter voor de dag dan diverse andere EU-lidstaten, om maar te zwijgen over de vier doorgaans hoog opgehemelde BRIC-economieën.

Bulgarijes grootste voordeel is zijn reservoir aan goedkope arbeidskrachten. Op een niveau van 92 euro per maand is het Bulgaarse minimumloon, een maatstaf voor de arbeidskosten in het algemeen, het laagste van de uitgebreide EU. Het is 20 procent lager dan in Roemenië, en 60 procent lager dan in Polen. Bovendien is het op Duitse leest geschoeide onderwijs vrij goed, vooral in wetenschap en technologie. Het alfabetisme bedraagt 98,6 procent.

De combinatie van arbeidskrachten van hoge kwaliteit en lage arbeidskosten heeft Bulgarije in staat gesteld een grote sprong voorwaarts te maken. De economie zal in 2005-2007 naar verwachting jaarlijks 5,5 procent groeien. De inflatie is onder controle en de munt heeft een vaste wisselkoers ten opzichte van de euro. Het grootste economische gevaar is het tekort op de betalingsbalans ter hoogte van 14 procent van het bbp, maar dat wordt goed gefinancierd door de welvarende toerismesector.

Het grootste risico voor de toekomst is politiek. Twee opeenvolgende antisocialistische regeringen hielpen het land de EU binnen. Maar in 2005 bekeerde Bulgarije zich opnieuw tot het postcommunistische socialisme.

Zakendoen in Bulgarije is nog steeds niets voor bangeriken. De traditie van fatale ‘auto-ongelukken’ van sleutelfiguren die zichzelf impopulair hebben gemaakt, is niet bepaald uitnodigend. Maar als alles goed gaat, kunnen commentaren over vijf jaar wel eens vol lof staan over de vooruitziende blik Bulgarije nu toe te laten.

Martin Hutchinson

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com Vertaling Menno Grootveld