Beetsterswaag is weer ‘open’

Beetsterszwaag. Geheime en verre plek. Gekozen om de media drie dagen op afstand te houden. En mede daardoor in een landelijk gelegen hotel het politiek en persoonlijk vertrouwen – ‘de chemie’ – tussen de voormannen van CDA, PvdA en ChristenUnie te bevorderen.

Was een coalitie van CDA en PvdA in 2003 niet op de valreep en vooral wegens een gebrek aan vertrouwen tussen hun kopstukken mislukt? Heeft de verkiezingscampagne afgelopen herfst geen grote politieke en persoonlijke afstand tussen Balkenende, Bos en Rouvoet laten zien?

Mooie gedachte, die geheime samenkomst, van informateur Wijffels dus. Die gedachte had uit het bedrijfsleven kunnen komen, zei een ondernemersadviseur gisteren tevreden voor de radio. Nu ja, die Wijffels, die al 25 jaar het stempel van CDA-kroonprins draagt, is altijd een man van het bedrijfsleven gebleven. Maar helaas (of gelukkig), na één dag werd die geheime en verre plek bekend.

Interessante vraag: zat en zit er iets in zijn gedachte, diende die inderdaad de kans op succes van zijn informatiewerk? Of was die gedachte verwerpelijk, zoals de eerste reacties uit de mediawereld luidden?

Zondigde de gekozen opzet tegen het recht van burgers op informatie en voerde die opzet tot een soort herleving van de praktijk van vóór de jaren zeventig der vorige eeuw? De tijd waarin – voor de Tweede Wereldoorlog – nieuws over de formatie via officiële berichtjes in de Staatscourant tot de lezer kwam of – na de Tweede Wereldoorlog – waarin een formateur zijn zwijgen slechts verbrak om wachtende journalisten veel geduld toe te wensen.

Stapje opzij, met licht raillement, naar de wereld van de media. Waarbij het goed is te bedenken dat die altijd te maken hebben met concurrentieverhoudingen die hun gedrag beïnvloeden. Zoals het tijdstip en de frequentie van hun verschijnen, hun omgeving en hun geschatte doelgroep dat gedrag beïnvloeden.

Voorbeeld: een ochtendblad brengt op zijn voorpagina exclusief boeiend nieuws over de perspectieven van de kabinetsformatie. Met als bron een bij de formatie betrokken politicus A. Wat doet het avondblad een paar uur later? Het wil dat nieuws niet net zo brengen, want daarvoor bestaat in de journalistieke keuken een grote angst, maar zoekt naar een ‘eigen angle’ door de rivaliserende politicus B om een liefst kritische reactie op de woorden van A te vragen. Dat nieuwsbericht in het avondblad zal doorgaans met de kritiek van deze B beginnen. Pas in volgende regels wordt dan het oorspronkelijke nieuws gebracht. Een ander ochtendblad, dat de pech heeft de dag erna het nieuws van de vorige ochtend en avond nog te moeten ‘inhalen’, gaat eveneens op zoek naar een eigen invalshoek en vraagt politicus C om zijn commentaar op de uitlatingen van zijn collega’s A en B. In dat laatste ochtendblad kan het nieuws dan uiteindelijk luiden: (onze) politicus C is verontwaardigd over de ‘ongepaste kritiek’ van politicus B op de wijze woorden van politicus A. Pas in een van de latere alinea’s wordt dan met zoveel woorden gemeld wat A zoal te zeggen had. En mocht zo’n ochtendblad overwegend in grote letters en kleine stukjes doen, is er zelfs de kans dat A in het bericht (nagenoeg) geheel het loodje legt.

Aan zulk door concurrentieverhoudingen bepaald journalistiek ‘rondzingen’ doen ook radio en televisie mee. Dat kan de stemming aan de formatietafel aardig bederven, moet Wijffels hebben gedacht bij het opzetten van zijn operatie Vertrouwen Scheppen.

De openbaarheid van kabinetsformatie is een veelbesproken thema. Afgelopen weekeinde kwam ik in mijn papierwinkel enkele Stellingen over de kabinetsformatie tegen die dr. N. Cramer, oud-parlementair redacteur van Het Parool en hoogleraar te Leiden, in november 1977 opschreef. Een ervan luidt: „De duur van een formatie wordt, behalve door een aantal actuele controversiële kwesties, o.a. bepaald door de krachtsverhoudingen, ideologische uitgangspunten, het onderlinge wan- of vertrouwen tussen de gesprekspartners, hun rancunes en uithoudingsvermogen – en voorts door de vakbekwaamheid van de (in)formateurs om daar tussen door te kunnen laveren. Tot de factoren die een formatie kunnen vertragen valt ook de neiging te rekenen de kring van betrokkenen uit te breiden en meer van het proces in de openbaarheid te brengen. […]”

Deze scepsis over de openbaarheid van kabinetsformatie is niet verdwenen. In haar oratie in 2003, bij aanvaarding van het bijzonder hoogleraarschap parlementaire geschiedenis, zei dr. Carla van Baalen het zo: „[…] Sedert eind jaren zestig is het streven naar meer openheid waarneembaar bij de meeste deelnemers aan een kabinetsformatie: het te woord staan van de pers, persconferenties en, sinds 1994, ook tussentijdse debatten. Al blijft het wel de vraag of hier niet eerder sprake is van schijnopenheid en schijnopenbaarheid. [...]” Zeker, dat blijft de vraag, dezer dagen ook in Beetsterswaag.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.

    • J.M. Bik