Anjers in een oorlogszone

Na rampjaren kunnen de bloementelers in Gaza weer geld verdienen aan de export van hun anjers, vooral dankzij Nederlandse hulp en een koerswijziging in Jeruzalem. „We hebben rampjaren achter de rug.”

Palestijnse boeren in een vluchtelingenkamp in Rafah maken anjers klaar voor de export. Foto AFP Palestinian farmers prepare carnation flowers to be exported to Holland in the southern Gaza Strip refugee camp of Rafah, 16 February 2005. Carnation flowers are exported at this time of the year through an Israeli company. AFP PHOTO/MOHAMMED ABED AFP

Het is de bloementelers in de zuidelijke hoek van de Gazastrook bepaald niet ontgaan. De anjers, vooral in de kleuren rood en wit, worden in het verre Aalsmeer „goed aan de prijs” verhandeld. Masdi Higazi (54), bloementeler in Rafah, is in ieder geval in jaren niet zo tevreden geweest.

Zijn honderdduizenden anjers leveren na een tocht via de grensovergang Karni, het Israëlische vliegveld Ben Goerion en Schiphol naar de Nederlandse bloemenveiling daar 15 tot 20 eurocent per stuk op.

Ruim voldoende om af te rekenen met de Palestijnse en Israëlische vervoerders, de Israëlische belastinginspecteur en met de leveranciers van jonge plantjes en kunstmest. En over te houden, al is het maar 6 of 7 eurocent. „Voor het eerst in vijf jaar verdien ik weer behoorlijk geld met mijn bloemen. Het werd tijd, want ik had veel schulden opgebouwd”, zegt Higazi in zijn kassen met tienduizenden bloemen.

De verdekt opgestelde kassen vormen kleurrijke, vriendelijke oases in de grijsgrauwe oorlogszone, waar na talrijke Israëlische invasies een Palestijnse broederstrijd voor nieuwe spanningen zorgt. De telers hebben wapens onder handbereik. Jid Ocel is radioloog en anjerteler op land dat al 500 jaar in het bezit is van zijn familie. „We hebben rampjaren achter de rug. Jaren waarin we zelfs helemaal niet hebben geplant. Laten we hopen dat het allemaal goed blijft gaan.”

Nederland speelt in hun wederopstanding als telers en gekwalificeerde exporteurs een grote rol. Met een nieuw Nederlands fonds van 3 miljoen euro worden bloemen- en groentetelers in het zuiden van Gaza gestimuleerd om hun verwaarloosde kassen opnieuw in te richten en weer te gaan planten, niet alleen anjers, maar sinds deze week ook kersentomaten en paprika’s. Ruim vijftig boeren doen mee aan de projecten en verschaffen werk aan 1.500 arbeiders.

Vergelijkbare projecten, zoals van een groep joods-Amerikaanse zakenlieden onder leiding van oud-president van de Wereldbank Wolfensohn, mislukten, omdat de grenspost Karni de afgelopen jaren meer dicht dan open was.

Karni, een begrip in het Midden-Oosten, is een stelsel van betonnen sluizen, scanners en prikkeldraad. Het is de levensader voor 1,4 miljoen Palestijnen in de afgesloten Gazastrook en is de enige grenspost waar Israël goederenverkeer toestaat. Na raketbeschietingen ging Karni vaak op slot, zeker voor export. Met als gevolg humanitaire ellende en economische neergang.

Het Nederlandse ‘anjerproject’ heeft de eerste grote test al achter de rug. Rond de jaarwisseling werden de grensovergang en Israëlische dorpen bestookt met raketten. Karni bleef tot grote opluchting van Palestijnse bloementelers en Nederlandse diplomaten open. Jeruzalem heeft namelijk besloten niet iedere aanval te vergelden, een koerswijziging die mede door Nederlandse en Amerikaanse diplomatie tot stand is gebracht. De Amerikanen hebben Karni bovendien opnieuw ingericht.

De Nederlandse regering financiert niet alleen de bloemen- en groentetelers, maar betaalt ook de kosten van de Presidentiële Garde die de Palestijnse kant van Karni sinds kort bewaakt. De door de VS getrainde garde heeft ook volgens Israël terecht een goede reputatie. „De politieke leiding van het Israëlische ministerie van Defensie heeft zich zeer constructief opgesteld en heeft besloten de vraag of Karni wel of niet dicht moet niet langer over te laten aan de plaatselijke commandant. De minister neemt die beslissing nu zelf”, vertelt Frans Makken, hoofd van de Nederlandse missie bij de Palestijnse Autoriteit, die het project heeft opgezet.

Voor Nederland had het geen zin miljoenen euro’s in een project te steken als de grensovergang voortdurend zou worden gesloten. Den Haag is nog niet vergeten hoe de met Nederlandse gelden gestarte bouw van de haven Gaza moest worden gestaakt na een Israëlisch vergeldingsbombardement.

In tegenstelling tot zijn voorganger was de nieuwe minister van Defensie Peretz (Arbeidspartij) gevoelig voor het argument dat de armzalige economie van Gaza gesteund moet worden, ook als er met raketten wordt geschoten. Daarmee heeft hij zich de woede van generaals en joodse streekbewoners op de hals gehaald.

„We hebben heel veel gepraat, vooral over veiligheid, maar het is toch gelukt. Het is een deal, waar niet alleen de Palestijnen van profiteren, maar ook het Israëlische Agrexco dat voor het vervoer en de afhandeling van de betalingen zorgt en de overheid die belastingen int”, aldus Makken. Israëlische textiel- en speelgoedbedrijven profiteren bovendien van de heropening van Karni, omdat zij weer gebruik kunnen maken van hun ateliers in de Gazastrook, waar de lonen 50 tot 70 procent lager liggen.

Voor telers als Higazi en Ocel heeft het project nog een voordeel. Mocht Karni als gevolg van gewelddadige confrontaties wel gesloten worden en zij dus inkomsten derven, dan wordt hun lening gedeeltelijk omgezet in een gift.

„We hebben een aantrekkelijk deel van hun ondernemersrisico afgedekt”, aldus Makken. Ocel zelf ziet een mogelijk nog belangrijker voordeel. „Dit hele project is opgezet buiten de Palestijnse Autoriteit en de Hamas-regering om. Zodra de Palestijnse Autoriteit zich met zaken gaat bemoeien, of zij nu van Fatah zijn of van Hamas, gaat het meestal fout.” Higazi bootst met zijn hoofd een man na die aan een strop hangt. Hij wil ermee zeggen dat dat het lot is van boeren als de lokale overheid zich met hun zaken bemoeit. De financiering loopt om politieke redenen niet via de Palestijnse Autoriteit of de Hamasregering maar via de Palestinian Agricultural Development Association, een non-gouvernementele organisatie.

Beide telers moeten niets hebben van Hamas of de Islamitische Jihad en dat is in Rafah tamelijk bijzonder. „Hamas leeft op een andere planeet, helemaal als het om zakendoen en economie gaat”, aldus Ocel, die binnenkort stopt met zijn artsenpraktijk en zich samen met zijn zoons helemaal gaat wijden aan de anjerteelt.

Na een betoog over de noodzaak de hele Palestijnse economie te privatiseren, zegt hij te dromen van de dag dat hij zijn bloemen via het werkloze, nog altijd nieuw ogende Yasser Arafat International Airport bij Rafah rechtstreeks naar Aalsmeer kan brengen. Maar het luchtruim zal niet op korte termijn geopend worden.

Higazi wil weten of het waar is dat Nederlandse mannen wel eens bloemen kopen voor hun vrouw, bloemen die meer dan een euro per stuk kosten. Hij hoort het antwoord met verbazing aan. Dat zou een Palestijnse man dus nooit doen.