Allen bespieden allen

Jonathan Raban: Surveillance. Picador, 327 blz. € 18,95.

Iedereen houdt iedereen in de gaten, in de nieuwe roman van Jonathan Raban. Namens het Department of Homeland Security worden intimiderende controles gehouden op veerponten en snelwegen. Maar de paranoia die het Amerika na 9/11 beheerst, sijpelt vooral door in de particuliere sfeer. Iedereen speurt naar de achtergronden van iedereen. Lucy Bengstrom, journaliste, doet onderzoek naar de twijfelachtige authenticiteit van de bronnen van het oeuvre van haar nieuwe onderwerp, de bestseller-auteur August Vanags. Haar dochter Alida speurt op het Internet of haar moeder als alcoholiste te classificeren valt – en de moordenaar van haar vader weet op zijn eigen manier Lucy lastig te vallen. Een klasgenoot van Alida, die met succes een virus op het internet heeft losgelaten is desondanks een lokale held. Overbuurman Tad, een acteur voor het kleine werk, brengt zijn nachten door met het verzamelen van de samenzweringstheorieën. En hun aller huisbaas, een Aziaat met diabolische plannen, inspecteert Lucy’s ondergoed als de kust veilig is.

De roman begint magistraal, met een antiterrorisme-oefening waarin Tad als acteur een rolletje krijgt, en ontrolt zich volgens het vertrouwde filmische patroon waarin alle verhaallijnen zich naar een einde met beloftevolle intriges lijken te ontwikkelen. Maar dan ineens houdt het op.

Raban, een Brits auteur die al lange tijd aan de Amerikaanse westkust woont en een grote reputatie verwierf met non-fictie boeken (zoals de zogenoemde Amerika-trilogie: Old Glory, Hunting Mister Heartbreak en Bad Land) toont zich ook hier een aangenaam superieur stilist, met het trefzekere waarnemingsvermogen van de alerte immigrant. Maar als hij, zoals hier, een boeiende roman opzet die beter dan vele andere ‘post 9/11’-boeken de nerveuze VS weet te portretteren, waarom weigert hij dan de roman af te maken?

Wanneer je als schrijver je problematiek in een dagelijkse omgeving situeert doe je dat om de lezer te laten meeleven. Dus wees niet verbaasd als die met vragen achterblijft. Zoals: lukt het Lucy de waarheid over haar onderwerp boven tafel te krijgen? Zet de louche huiseigenaar hen allemaal op straat?

Dit klinkt triviaal, maar het is niet trivialer dan wat de schrijver aan verwachtingen wekt. Er schuilt enig dédain in de manier waarop hij deze en andere cliffhangers in het laatste hoofdstuk letterlijk uit probeert te wissen met behulp van een natuurramp. Surveillance is daardoor zeer leesbaar als treffend tijdsbeeld, maar is als roman mislukt.

    • Jan Donkers