Albert Cuyp voor de snackbar

Het Aelbert Cuyp beeld van Maria Roosen foto Liedeke Kruk Dordrecht Kruk, Liedeke

In Amsterdam zijn er al ruim een eeuw geleden een straat en een markt naar hem genoemd, maar in zijn geboortestad Dordrecht moest schilder Albert Cuyp (1620-1691) het tot nu toe zonder officieel gedenkteken doen. Een schande, vond Hans Bol, voorzitter van de Rotary Club Dordrecht. „Cuyp is toch de belangrijkste schilder die Dordrecht ooit heeft voortgebracht.” Dus zamelde hij zeven jaar geleden geld in voor een Albert Cuyp-monument. Kunstenaar Kees Verkade, populair onder de Rotary-leden, werd gevraagd een ontwerp te maken. De bedoeling was dat het kunstwerk in 2002 onthuld zou worden, het jaar dat het Rijksmuseum een groot retrospectief aan Cuyp wijdde.

Maar het beeld van Verkade, een schetsmatige figuur in een grote jas, voldeed niet aan de eisen. „Het was te klein en te intiem voor de drukke binnenstad”, zegt Bol. De Rotary Club riep toen de expertise in van het Centrum Beeldende Kunst Dordrecht, die een ontwerpwedstrijd uitschreef. Die werd gewonnen door beeldhouwer Maria Roosen.

Nu, ruim vier eeuwen na zijn overlijden, heeft Cuyp dan toch nog zijn eigen standbeeld gekregen, op het drukke kruispunt van het Bagijnhof en de Johan de Wittstraat. Hij staat hoog boven het winkelend publiek, op een sokkel die haast net zo groot is als de telefooncel ernaast. Zelf is Cuyp met zijn 1 meter 80 ongeveer levensgroot. Zijn schoenen lijken een gangbare maat te hebben. Maar daarmee houdt de gelijkenis met een realistische figuur ook direct op. Want verder is Cuyp opgebouwd uit een groot aantal roestvrijstalen kerstballen, die hem het uiterlijk geven van een Michelin-mannetje of van Tiels Flipje.

„Het probleem is dat niemand weet hoe Cuyp eruit heeft gezien”, zegt Maria Roosen. „Hij heeft zichzelf nooit geschilderd. Ik wilde iets anders maken dan het cliché van de schilder met baret en palet. Het is een fantasiebeeld geworden. Cuyp zelf fantaseerde zijn landschappen ook bij elkaar.”

De schoenen waren nodig om er toch een menselijke figuur in te kunnen herkennen. Roosen: „Anders was het beeld een soort rookpluim geworden. Ik heb gekozen voor een paar van Van Bommel, een degelijk Hollands bedrijf dat al schoenen maakte in de tijd dat Cuyp nog leefde.”

De spiegelbollen, een typisch kenmerk van Roosens kunst, laten de directe omgeving tientallen malen in het kunstwerk weerspiegelen. Wie er omheenloopt, ziet zebrapaden en fietsers verschijnen, en een wolkenlucht boven historische geveltjes. Het is precies dezelfde omgeving als die in de zeventiende eeuw door Cuyp werd vastgelegd. Roosen eert de schilder door zijn onderwerp, de stad Dordrecht, op een voetstuk te plaatsen. In haar beeld versmelt Cuyp met zijn eigen inspiratiebronnen. En om dat nog eens te benadrukken, liet Roosen de woorden ‘meester van licht, lucht, water en landschap’ in de sokkel beitelen.

De plek van het beeld, weggepropt tussen een parkeerautomaat en de ingang van een snackbar van Bram Ladage, vinden zowel opdrachtgever als kunstenaar nog verre van ideaal. „Het is wel de laatste plek waar je een kunstwerk verwacht”, meent Roosen. „Al staat Cuyp zo wel middenin het leven.”

Het is de bedoeling dat de winkelstraat binnen enkele jaren zal veranderen in een wandelpromenade met een bomenrij in het midden. Cuyp zal dan zes meter verplaatst worden en een centrale plek krijgen, in de zichtlijn naar het centraal station. Wanneer dat gebeurt, hangt volgens Hans Bol af van de bouw van een parkeergarage die de omringende straten autovrij moet maken. „Maar we hebben het beeld toch alvast neergezet”, zegt hij. „Op deze manier kan Cuyp misschien nog wat bestuurlijke druk uitoefenen. Zodat de burgemeester ieder keer dat hij langs het beeld loopt, denkt: ‘Hier moet ik nog wat aan doen’.”