‘Vergroot de kansen van de laagopgeleiden’

De Iraans-Nederlandse econoom Nahied Rezwani zegt te weten hoe Nederland zijn sociale model kan handhaven. Begin met de afschaffing van het minimumloon.

De baan van parlementariër op het Binnenhof laat nog even op zich wachten. Daarvoor haalde haar partij, de VVD, bij de jongste verkiezingen te weinig zetels. Maar wat Nederland moet doen weet ze al.

Afschaffing van het minimumloon, een spaarsysteem voor de werkloosheidsregeling, versoepeling van ontslagbescherming en het recht op bijstand moeten op de helling. „Dat is de enige manier om het stelsel van sociale zekerheid te handhaven en te voorkomen dat er een groeiende onderklasse van werklozen in Nederland ontstaat”, zegt Rezwani.

Ze werkte zeven jaar voor minister Gerrit Zalm op het ministerie van Financiën en promoveerde vorig jaar op hervorming van de werkloosheidsvoorziening. Momenteel is ze actief bij de MBO Raad.

Vorige maand kreeg ze met haar pleidooi bijval van Brussel, waar de Europese Commissie Nederland in haar jaarlijkse rapport over de economie in de lidstaten bekritiseerde. „Investeer meer in mensen, minder in uitkeringen”, zegt Rezwani – ze is klein, heeft donker kort haar en is gestoken in een witte coltrui.

De economie groeit met 3 procent volop en de werkloosheid in Nederland hoort met rond 4 procent tot de laagste in Europa. Wat is het probleem?

„Er werken te weinig mensen. Te veel vrouwen, ouderen en jongeren staan buitenspel. Dat stelt de Europese Commissie ook. Zo’n lage werkloosheid hebben we niet. We gaan in Nederland slim om met werkloosheidscijfers. Werk je in Nederland al een paar uur per week, 12 uur, dan kom je niet meer voor in de werkloosheidstatistiek. Andere landen gaan uit van een fulltime werkverband. Maar kijk je naar het aantal mensen dat werkloos is, bijstand krijgt en arbeidsongeschikt is, dan kom je tot de conclusie dat van de beroepsbevolking ruim anderhalf miljoen mensen inactief is. In werkelijkheid is de werkloosheid veel hoger.

„Het is noodzakelijk dat een nieuw kabinet maatregelen neemt om de participatie op te voeren. Dat is hard nodig om de verzorgingsstaat betaalbaar te houden, maar ik vind het ook niet sociaal om mensen in een systeem van uitkeringen gevangen te houden.”

Uw voorstellen klinken radicaal. Weg met het minimumloon, het mes verder in de uitkeringen.

„Mij gaat het allereerst om de internationale concurrentiepositie van Nederland ten opzichte van andere landen in Azië en Oost-Europa. Die concurrentiepositie is essentieel voor onze welvaart.

minimumloon ‘Minimumloon vormt barrière voor onderklasse’

‘Er wordt niet alleen meer een concurrentiestrijd gevoerd op lagere lonen. Landen als India, China, een aantal Oost-Europese landen, concurreren inmiddels ook op kwaliteit, op hoogopgeleid personeel. Binnen vijf jaar zal de productiviteit in deze landen sterk toenemen en zelfs meer stijgen dan bij ons in West-Europa.

„In Nederland kampen we met hoge loonkosten, dat wil zeggen hoge sociale premies – voor de werkloosheidsvoorziening, voor de arbeidsongeschiktheid – en met hoge belastingen. Wat betekent dat? Dat de kansen voor de groep laagopgeleiden in Nederland, maar ook in andere West-Europese landen zoals Frankrijk en Duitsland, slechter worden. Het minimumloon vormt een barrière voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, om überhaupt aan de slag te komen omdat ze door hun lage productiviteit te duur zijn voor werkgevers.

„Het verschil tussen het minimumloon en de gemiddelde uitkering is dermate klein, dat een werkloze niet de deur uitgaat voor pakweg 200 euro extra. Hierdoor blijven mensen die wel kunnen werken in de bijstand zitten. Dat knaagt tegelijkertijd aan hun gevoel van eigenwaarde.

„We moeten de cirkel van uitzichtsloosheid zien te doorbreken die mensen in het stelsel van uitkeringen gevangen houdt. Dat is nooit het uitgangspunt geweest van het Nederlandse sociale stelsel. Het stelsel van uitkeringen diende altijd als tijdelijke overbrugging. Alleen voor mensen die absoluut niet kúnnen werken, zoals zieken of gehandicapten.

„Maar in Nederland wordt leven van de staat door sommigen als een way of life gezien. Afschaffing van het minimumloon en van het vanzelfsprekende recht op bijstand zal tot meer werk leiden, omdat werkgevers eerder personeel zullen aannemen en werklozen een baan eerder zullen accepteren.”

Toch is in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië het wettelijk minimumloon geen belemmering voor een hoge participatie van de beroepsbevolking.

„Deze landen kennen weliswaar een minimumloon, maar op een veel lager niveau dan Nederland. Daarnaast bestaat in Amerika en Groot-Brittannië nauwelijks ontslagbescherming. Ook zijn de uitkeringen lager, zodat de arbeidsmarkt in die landen heel flexibel is ondanks een wettelijk minimumloon.”

Investeer meer in mensen, minder in uitkeringen, stelt u. Aan welke investeringen denkt u?

„Met name de groep laagopgeleiden is door de globalisering kwetsbaar. Zij worden door het hoge tempo van de globalisering, die met het afstoten van banen gepaard gaat, extra bedreigd omdat ze minder kans hebben na ontslag weer aan het werk te komen. Daarom pleit ik voor forse investeringen in het onderwijs voor deze groep.”

Extra geld dus?

„Deze investeringen hoeven geen cent extra te kosten. Het geld dat met het terugdringen van uitkeringen wordt bespaard, kan worden ingezet voor scholing en voor kinderopvang, zodat ook het aantal werkende vrouwen wordt vergroot.

„Waarom kunnen ze in Zweden kinderopvang wel beter regelen? Op deze manier verhoog je de deelname van de beroepsbevolking aan het arbeidsproces, verminder je de financiële druk op het uitkeringenstelsel en ontstaat er meer ruimte om te investeren in menselijk kapitaal. Verbetering van praktijkonderwijs is essentieel. Ook zijn veel flexibeler vormen van onderwijs nodig, zodat werknemers in staat gesteld worden naast hun baan in zichzelf te investeren via bij- of omscholing.

„Het huidige beroepsonderwijs past niet meer bij de huidige situatie. Er is maatwerk nodig. Ook werkgevers moeten hun verantwoordelijkheid nemen.”

Hoe?

„Zij moeten gestimuleerd worden om hun werknemers beter op te leiden, zodat niet alleen de beste werknemers, maar ook laagopgeleiden en ouderen nieuwe kansen krijgen. Een versoepeling van de ontslagbescherming zou hand in hand moeten gaan met de belofte van werkgevers, iedereen die ze willen ontslaan verplicht omscholing aan te bieden.”

Zullen uw voorstellen niet leiden tot meer armoede en ‘working poor’ in Nederland? Tot meer werknemers die twee of drie banen hebben om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen?

„Ik verwacht niet dat er meer ‘werkende armen’ ontstaan. Als sociale premies kunnen worden verlaagd door het terugdringen van uitkeringen, houden werknemers ook meer over. Ik wil het systeem van sociale zekerheid niet afbreken, maar verbeteren.

„Het systeem wordt socialer als mijn voorstellen praktijk zouden worden: werklozen komen aan de slag, werkgevers leveren hun bijdrage en voor de werkelijk zwakken, zieken en gehandicapten, blijven de huidige voorzieningen in tact.

„Is het verlies van zelfrespect van veel werklozen niet juist een teken van armoede? Het huidige systeem ontneemt deze mensen hun zelfvertrouwen, terwijl er juist in deze kwetsbare groep geïnvesteerd moet worden.

„Door de vergrijzing zullen er in de toekomst nog minder mensen werken, waardoor de verzorgingsstaat onbetaalbaar wordt. Alle uitgaven worden immers uit de inkomens betaald. Wat doet Nederland om die situatie te verbeteren? Dat vraagt ook de Europese Commissie zich af.

„In het kabinet durft niemand de feiten onder ogen te zien. Alleen de duur en hoogte van uitkeringen zijn aangepast, maar er zijn geen financiële prikkels geschapen zodat werklozen werkelijk naar een baan gaan zoeken. Een spaarsysteem voor de WW, vergelijkbaar met ons systeem van pensioensparen, is veel effectiever.

„Een werkelijke hervorming van de bijstand en WW is voor een nieuw kabinet onontkoombaar. Doen we niets, dan voorzie ik een hoge werkloosheid, vooral onder de groep laagopgeleiden. Binnen tien jaar worden we toch gedwongen maatregelen te nemen.

„Het huidige systeem is onder druk van de internationale concurrentieverhoudingen niet vol te houden. Dat kunnen we beter voor zijn nu de economie verder aantrekt.”

    • Michèle de Waard