‘Typisch Nederlands om zo cynisch te doen’

Met 79 andere toppers uit het bedrijfsleven stuurde Rein Willems, president-directeur Shell Nederland, een brief naar Den Haag, waarin zij aandacht vragen voor het milieu. Nieuwe regels wil hij niet. „We hebben nieuwe initiatieven nodig.”

„Shell zal nooit tot de schoonste bedrijven behoren. Dat lukt een oliemaatschappij niet”, zegt Rein Willems, president-directeur van Shell Nederland. Foto Bas Czerwinski 22-12-2006, DEN HAAG. REIN WILLEMS DIRECTEUR VAN SHELL NEDERLAND. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Elke dag leest Rein Willems (1945), president-directeur van Shell Nederland, met zijn vrouw een stukje uit de Bijbel. „Op basis van bijvoorbeeld een gedeelte uit Spreuken hebben we het over respect voor elkaar”, zegt Willems, die gereformeerd is. Hij geeft aan dat zijn doen en laten sterk wordt beïnvloed door zijn christelijk geloof.

Zijn periode voor Shell op de Filippijnen vond hij misschien daarom wel de mooiste. „Omdat je ook kon helpen de samenleving op te bouwen.” Hij zat er in het bestuur van een ontwikkelingsbank die kleine leningen uitgaf. „Tegenwoordig noemen we dat microkredieten, maar dat woord kenden we toen nog niet.”

Met een brede grijns vertelt hij hoe hij in dat overwegend katholieke land een protestants-christelijke kerk heeft helpen bouwen in Manila. „Ik heb daarvoor de financiering geregeld door te onderhandelen met een grote projectontwikkelaar daar. Zij mochten appartementen bouwen op de ene helft van de grond, waarop vroeger de gebouwen en de parkeerplaatsen van de kerk stonden. Zij hebben voor ons de nieuwe kerk gebouwd, met daaronder een parkeergarage.”

Is het dan vreemd dat deze twee meter lange, fors gebouwde chemisch technoloog zich ook inzet voor een beter milieu? Vorige maand schreef Willems samen met 79 andere topbestuurders uit het Nederlandse zakenleven een open brief aan het nieuwe, nog te vormen kabinet. Ze doen op persoonlijke titel een oproep om natuur- en milieubeleid hoger op de politieke agenda te zetten. Ze willen dat er meer wordt gedaan om het broeikaseffect tegen te gaan, om beter om te springen met de visbestanden in de wereldzeeën, om het kappen van regenwoud tegen te gaan. „In het leven gaat het niet alleen om je brood verdienen”, zegt Willems.

Ontspannen zit hij op de leren bank in zijn werkkamer, op het hoofdkantoor van Shell in Den Haag. „Het is zinvol om je ook voor je omgeving in te zetten.”

Willems werkt bij Shell, een multinational met de reputatie van vervuiler. De organisatie Milieudefensie is pas weer een campagne begonnen onder de titel ‘Shell, stop de verwoesting van mens en milieu. Gebruik de winst voor het opruimen van je rotzooi’. Beelden van lekkende oliepijpleidingen, van aardgas dat wordt afgefakkeld en daarbij CO2 de lucht instoot. Dat broeikasgas draagt bij aan de opwarming van de aarde, het probleem dat Willems juist zegt te willen bestrijden.

Zodra het over Milieudefensie gaat, reageert Willems gebeten. „Met geen enkele milieuorganisatie heb ik moeite, behalve met Milieudefensie”, zegt hij. „We voeren met iedereen een dialoog, zolang het constructief is. Maar het is moeilijk om met Milieudefensie in gesprek te raken.”

Volgens hem schopt de organisatie steeds tegen dezelfde projecten aan, en baseert zich daarbij op verouderde informatie. Zo zou er op de Filippijnen een oliedepot zijn dat stinkt, en de lokale bevolking blootstelt aan kankerverwekkende stoffen. Willems: „Een onzinverhaal! Ik heb jarenlang in dat gebied gewerkt. Het probleem is opgelost. Er is daar niets meer aan de hand.”

De open brief die u mede heeft ondertekend, riep veel sceptische reacties op. Had u dat verwacht?

„Ik heb er van tevoren wel even bij stilgestaan dat zoiets zou gebeuren. Maar ik heb me er geen moment door laten tegenhouden. Het is typisch Nederlands om zo cynisch te doen over een initiatief van het bedrijfsleven. Met mijn jarenlange ervaring in het buitenland kan ik zeggen dat het negativisme nergens zo erg is als hier. Dat is me erg tegengevallen toen ik hier weer terugkwam.”

Wat verwacht u precies van de overheid? Uit de brief blijkt dat u niet meer regels wil, maar wat dan wel?

„Waar strenge regels toe kunnen leiden, hebben we wel met de fijnstofmaatregelen van de EU gezien. Als die waren doorgegaan, hadden we in Nederland niets meer kunnen bouwen. Er bestaan mooie studies welke milieumaatregelen in het verleden allemaal niet het beoogde effect hebben gehad. We hebben vooral veel nieuwe initiatieven nodig. Die moet de overheid stimuleren. We hebben net met de Taskforce Energietransitie [werkgroep die duurzame energie stimuleert en wordt voorgezeten door Rein Willems, red.] voorgesteld dat de overheid 1 miljard euro extra moet besteden aan maatregelen om de energievoorziening in Nederland te verduurzamen. Bedrijven zullen uit zichzelf nooit meer geld uitgeven zolang ze weten dat ze het niet snel terugverdienen.”

Aan wat voor nieuwe ontwikkelingen denkt u?

„In de taskforce hebben we tachtig mogelijke ontwikkelingen tegen het licht gehouden. Daar hebben we er uiteindelijk 25 van geselecteerd. Denk aan de ondergrondse opslag van CO2, betere isolatie van huizen, rijden op waterstof.”

Dan, met glinsterende ogen: „Weet u wat ik bijvoorbeeld heel mooi vind? Elektriciteit opwekken in gebieden waar zoet en zout water bij elkaar komen. In Leeuwarden is onderzoeksinstituut Wetsus daarmee bezig. Er ligt een plan om bij de Afsluitdijk een elektriciteitscentrale te bouwen die van potentiaalverschillen gebruikmaakt. Als het goed werkt, kan het in alle deltagebieden worden gebruikt. Voor een land als Bangladesh zou het fantastisch zijn.”

Moet Shell niet eerst zelf het goede voorbeeld geven, voordat u de overheid daartoe oproept?

„We experimenteren al met de opslag van CO2. We werken al samen met tuinders in het Westland die CO2 uit onze raffinaderij in Pernis krijgen om de plantengroei in hun kassen te stimuleren. Binnen Shell hebben we ook een ‘Mister CO2’ aangesteld die plannen ontwikkelt om de uitstoot van het broeikasgas te beperken.”

Maar Shell gaat ook fors investeren in de exploitatie van de oliezanden in Canada. En daar komt juist erg veel CO2 bij vrij.

„Dat klopt. In Canada zit nog voor vele jaren aan olie in de grond, maar het kost meer moeite om het te winnen. Oliezanden zijn voor ons belangrijk. We hebben binnen ons concern de doelstelling dat we in 2010 met onze activiteiten 5 procent minder CO2 uitstoten dan in 1990. En dat gaan we halen. We zitten nu al 15 procent onder die doelstelling, maar de CO2-emissies zullen de komende jaren weer wat toenemen, onder andere doordat onze productie van olie stijgt. Shell zal nooit tot de schoonste bedrijven behoren. Dat lukt een oliemaatschappij niet. Maar we doen ons best. We zijn bijvoorbeeld bezig om overal ter wereld te stoppen met het permanent affakkelen van aardgas dat bij de oliewinning vrijkomt. Ook in een land als Nigeria. In 2009 gebeurt het niet meer.”

Waarom steekt Shell niet meer geld in duurzame opwekking van energie?

„We investeren nu jaarlijks 200 miljoen euro in duurzame energie. Als we dat bedrag vertienvoudigen schiet het onderzoek daarmee niet harder op. Ontwikkelingen hebben nu eenmaal een leercurve. Je gaat stapsgewijs voorwaarts, en bij elke stap leer je van je fouten. Dat proces versnel je niet door er opeens heel veel meer geld tegenaan te gooien.

„Ook zouden de aandeelhouders gaan vragen wat we met al dat geld doen. Uit de financiële wereld krijgen we nooit vragen over ons milieubeleid. Sterker nog, onze grote concurrent [Willems wil de naam Exxon zelf niet in de mond nemen, red.] heeft een keer in het jaarverslag opgeteld wat wij, BP en andere oliemaatschappijen investeren in de ontwikkeling van alternatieve energie en gezegd tegen de aandeelhouders: ‘wij geven dat geld allemaal aan u’. De meeste aandeelhouders tonen nooit interesse voor duurzaamheid, met die realiteit hebben wij ook te maken.”

Zijn Amerikaanse aandeelhouders in dat opzicht anders dan Europese?

„Nee. Ze zijn allemaal even hard uit op geld.”

Houdt u bij u thuis rekening met het milieu?

„In de jaren tachtig heb ik mijn vloeren geïsoleerd met polystyreen, een product dat we op ons Shell-lab in Amsterdam hadden ontwikkeld. Het was de tijd dat iedereen daken en muren isoleerde, maar veel kou komt via de grond. Wist u trouwens dat het mogelijk is om het eigen energieverbruik met dat van de buren te vergelijken? Dat heb ik gedaan. Wij zitten op 70 procent van het verbruik van onze buren. Nu stoken wij het ook niet zo warm, dat scheelt.”

En u bent amper thuis ...

Hard lachend: „Daar krijgt u mij niet mee. Ik ben er misschien niet, maar mijn vrouw wel. En de kleinkinderen ook.”

Heeft u een zonneboiler op het dak?

„Nog niet, maar dat gaan we misschien wel doen. Hoewel, mijn vrouw en ik hebben het er ook wel over om na mijn pensionering in een appartement te gaan wonen.”

En spaarlampen overal?

„Ja. En wij letten altijd goed op dat we overal het licht uitdoen als het niet nodig is om het te laten branden.”

Koopt u biologisch voedsel?

„Nee. Maar we gooien nooit restjes weg. Mijn vrouw maakt er de volgende dag de heerlijkste hutspotten van. Wij zijn kinderen van net na de oorlog, en hebben dat van onze ouders meegekregen. Ik vind dat een goede gewoonte. Onze schoonzonen moesten er wel aan wennen. Ze konden kiezen: veel opscheppen, maar dan ook het bordje netjes leegeten, of wat minder opscheppen. Dat waren ze niet gewend. Ja hoor, ze komen nog steeds.”

Heeft u al een Toyota Prius of een andere zuinige hybride-auto?

„Nee, voor mijn werk heb ik een Audi A8 die op diesel rijdt en een roetfilter heeft. Misschien neem ik na mijn pensioen wel een hybride-auto. In ieder geval zal het een kleinere auto zijn. Mijn vrouw heeft nu ook al een kleine auto.”

Bij Shell kun je ook SUV’s leasen, die veel energie slurpen. Klopt het dat u die auto’s in de ban wilde doen?

„Daar hebben we inderdaad over gesproken. Maar er werken bij ons veel buitenlanders. Die zouden raar hebben opgekeken als wij Nederlanders weer met een regeltje waren gekomen. Het is niet verstandig om je werknemers zo te betuttelen. We hebben wel een beroep gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel. Daar luisteren mensen wel naar. We hebben maar weinig SUV’s tussen de lease-auto’s rondrijden.”

Reist u veel met het vliegtuig?

„In mijn huidige functie hoef ik niet veel meer te vliegen. Op vakantie gaan we tegenwoordig naar ons huis in Zuid-Frankrijk, met de auto. Maar vliegen wordt met de goedkope tickets wel steeds aantrekkelijker. Het is overigens niet slechter voor het milieu, heb ik eens uitgerekend. Als je met zijn tweeën in de auto zit, verbruik je per hoofd minstens evenveel energie, vergeleken met een vol vliegtuig.”

De taskforce waarvan u voorzitter bent, pleit voor de ontwikkeling van langetermijnplannen op het gebied van energie. Dat zou de overheid moeten overlaten aan een adviesraad. U heeft geen vertrouwen in de politiek?

„De politiek wordt beheerst door emoties. Het beleid wisselt daardoor vaak. In de jaren zeventig was Nederland leidend op het gebied van windenergie. De overheid stimuleerde de ontwikkeling eerst, maar stopte daar vervolgens weer mee. We verloren onze voorsprong aan Denemarken en Duitsland. Op het gebied van zonne-energie is hetzelfde gebeurd. We hebben een beleid nodig dat over een periode van vijftien tot twintig jaar consistent is.”

In het nieuwe kabinet komen waarschijnlijk twee christelijke partijen, en u gaat volgend jaar weg bij Shell. Bent u al benaderd voor een ministerschap?

„Ik ben ooit in de jaren tachtig vier jaar gemeenteraadslid voor het CDA geweest van een heel kleine gemeente. Ik heb dus wel wat ervaring met de politiek. Maar ik denk niet dat ik er het geduld voor heb. Al die keren dat je in de Tweede Kamer moet opdraven. Dat ben ik niet gewend. En ik ben al 61. Ik denk dat een volgende generatie die posten moet gaan bezetten.”

Brinkhorst was op zijn 67ste nog minister. En het zou toch goed zijn dat iemand uit het bedrijfsleven, die zich toch al maatschappelijk betrokken toont, weer eens minister wordt?

„Laat ik er maar niet te veel over zeggen. We zullen nog wel eens zien.”

Dit is het zesde en laatste deel van een serie vraaggesprekken over de grenzen van publiek en privaat. Die met Elco Brinkman, Herman Franssen, Edith Snoey, Derk Haank en Toni van Hees zijn te lezen op www.nrc.nl/economie.

    • Daan van Lent
    • Marcel aan de Brugh