Terug naar Hopsi Topsi Land

Hopsi Topsi Land was een een zomerkamp voor kinderen uit betere milieus. In de gelijknamige documentaire vertelt een aantal bekende Nederlanders erover.

Jasper en Martijn Krabbé op de plek waar de vakantiekolonie was gevestigd. Foto Joodse Omroep Joodse Omroep

„Elsje moet naar Hopsi Topsi Land”, zong het duo Neerlands Hoop, alias Freek de Jonge en Bram Vermeulen, in 1971 met lange, klaaglijke uithalen. Het was een nummer als een smartlap, over een meisje dat naar een vakantiekamp werd gestuurd en zich daar hopeloos eenzaam voelde: „Nu is er een week voorbij / en het is nog steeds niet leuk geworden / alle meisjes spelen met de jongens / en ik speel met mijn pop...” Wie het hoorde, wist één ding zeker: achter de bedrieglijk vrolijke naam van dat kamp is door kinderen als Elsje heftig heimwee geleden.

Hopsi Topsi Land heeft, van 1949 tot 1982, echt bestaan. Het lag in ’t Harde, op de Veluwe, en was een particuliere onderneming van een dame die door iedereen tante Rie werd genoemd. Haar zomerkamp in het bos werd bevolkt door kinderen van linkse intellectuelen en kunstenaars, voormalige verzetsstrijders en joodse oorlogsoverlevenden. Tot die laatste categorie behoorde ook de kleine Hella Asser, dochter van tekstschrijver Eli Asser (’t Schaep met de 5 pooten) die later met Freek de Jonge trouwde en sindsdien Hella de Jonge heet. Voor haar is Hopsi Topsi-land een herinnering aan een heerlijke tijd. „Daar had ik best mijn hele leven willen blijven wonen”, schreef ze in haar boek Los van de wereld. „Lekker met mijn blote voeten in het zand lopen en eten aan de houten tafels. Van vermoeidheid na het spelen op een stapelbed in de grote tent in slaap vallen. Winnen. Blij zijn.”

Maar toch opent de documentaire Hopsi Topsi Land, morgenochtend te zien bij de Joodse Omroep, met de treurzang van Bram en Freek, en het melodietje wordt ook nog gespeeld door ex-Hopsi Topsi-kinderen als Vera Beths (viool), Han de Vries (hobo) en Marcel de Groot (gitaar). Zij kijken in de film vertederd en geestdriftig op hun vroegere vakanties terug. Net als het latere Jiskefet-duo Michiel Romeyn en Herman Koch. En weliswaar lag Jeroen Krabbé altijd eerst drie dagen in zijn bedje te huilen van heimwee, maar dat weerhield hem er in de jaren zeventig niet van ook zijn zonen naar Hopsi Topsi Land te sturen. Samen met de kinderen van Rijk de Gooyer en Peter van Straaten.

Heel wat vroegere vakantievierders reisden vorige zomer terug naar die plek in het bos, waar de vroegere speelplaats overwoekerd is geraakt en de houten huisjes bouwvallen zijn geworden. Hun reünie was een initiatief van Marieke Prinsen Geerligs die deze documentaire wilde maken omdat ze zelf ook in Hopsi Topsi Land heeft gelogeerd, en van co-regisseur Frans Weisz. Hun film is meer een sfeerbeeld dan een informatief programma à la Andere tijden. Zelfs de achternamen van de vertellers worden niet vermeld; ze heten hier alleen maar Hella, Vera, Han, Marcel, Michiel en Herman.

Maar hoe zat het nou met het droeve lot van Elsje?

„Freek heeft in de tekst van dat liedje twee dingen door elkaar gehaald”, antwoordt Hella de Jonge desgevraagd. „Het gaat eigenlijk over de joodse vakantiekolonie Jozeboko in Wijk aan Zee, waar het veel strenger aan toeging en waar ik inderdaad heel ongelukkig ben geweest. Die verhalen had hij van mij gehoord. Maar hij heeft de naam Hopsi Topsi Land gebruikt, omdat hij die grappiger vond. Hopsi Topsi zingt ook veel lekkerder dan Jozeboko. Ik weet wel dat tante Rie destijds erg teleurgesteld was, toen ze het liedje voor het eerst hoorde. Voor háár was dat natuurlijk niet zo leuk.”

Dat er een schril contrast bestaat tussen het smartelijke lied en de vele vrolijke herinneringen, wordt ook bevestigd door Julia Emmering, die de film produceerde: „Maar ja, heel veel mensen kennen de naam Hopsi Topsi Land alleen van Bram en Freek. Daar konden we niet omheen.”

Hopsi Topsi Land, morgen, 10.05-10.55 uur, Nederland 2

    • Henk van Gelder