Onze ramp, volgepropt met kleur

Kunstenaar Amitai Ben David keerde na een lange periode terug in Nederland.

Hij schildert zijn relatie met ons land nu. Confronterend.

Als kind heb ik het boek De ramp bekeken, over de watersnoodramp die Zeeland en Zuid-Holland trof in 1953. Sindsdien heb ik een foto in mijn hoofd (zwart-wit) van een enorme watermassa waar hier en daar een topje van een boom boven uitsteekt en waar ergens in het midden een opgeblazen koe drijft, pootjes in de lucht. Of die foto er werkelijk in staat, weet ik niet eens zeker, maar het is mijn beeld van de ramp: een immense grijze massa water met alleen de dood als herkenbaar element.

Kunstenaar Amitai Ben David blijkt een veel kleurrijker beeld van dezelfde watersnoodramp in zijn hoofd te hebben. Op zijn schilderij A stream of dirty water zien we vanuit helikopterperspectief inderdaad een flinke waterpartij, tot aan de horizon, met soms een vermoeden van een dijk. De huizen op de voorgrond staan gedeeltelijk onder water, maar niet het dramatische ‘alleen het topje nog zichtbaar’. Het zijn geïsoleerde kleurvlakken in een zee van lila, geel en roze. Het lijkt een warme, zonnige dag, al wat later in de middag. Een enorme rust straalt van het doek. Het is, kort samengevat, ontzettend verwarrend.

De Israëlisch/Nederlandse schilder Amitai Ben David (1966) studeerde in 1990 af aan de kunstacademie van ’s-Hertogenbosch en reisde daarna onder meer naar Japan. In 2005 keerde hij terug in Nederland. In Galerie Berendsen hangen zijn twee nieuwste series schilderijen: De ramp en De schoonheid van ons land. De ramp gaat over Nederlands grootste ramp, collectief in ons aller geheugen, volgens de kunstenaar. De andere serie toont onze lokale cultuur: klederdrachten, landschappen en rituelen. Ben David wil in deze onderwerpen zijn eigen relatie met Nederland weergeven. En daaraan een nieuwe politieke en sociale betekenis geven.

Alle mensen op zijn doeken hebben hun hoofd afgewend, een groengekalkt gelaat of zijn überhaupt niet voorzien van menselijke trekken. Of ze zijn, zoals op het werk De kerk gaat uit, als groep van achteren te zien en volstrekt anoniem en inwisselbaar. Alle Volendammers lijken toch op elkaar, met hun witte kapjes en klederdrachtuniformen. Evenals de carnavallende Oeteldonkers, onnozel hossend door de straten, allen met rood aangelopen vlekgezichten en blind voor de huizen die in de fik staan. Het is een groot verschil met zijn eerdere Nederlandse werk, dat vooral bestaat uit heel integere portretten en modelstudies met zeer zorgvuldig uitgewerkte gemoedstoestanden.

Dit is Nederland nu.

Het is een confronterend beeld, dat Amitai Ben David schetst. En vooral zeer uiteenlopend: van geromantiseerde watersnood tot Haagse School in hardcore – water met woeste weerspiegelingen, wolken zwaar aangezet (bij voorkeur dieprood), doeken volgepropt met kleur. En drama, als gevolg daarvan. De werken tonen keihard de vervlakking waar ons land onder lijdt.

Schildert hier iemand die zou willen dat het landschap nog bestond uit krinkelslootjes, knotboompjes en mooie Hollandse luchten? Een rasnostalgist? Nee, Alles lijkt wel herkenbaar, maar is toch onomkeerbaar veranderd. En dat toont Ben David vooral in zijn uitgesproken onderwerpen, kleurkeuze en geforceerde afstand. Overigens zonder een enkele veroordeling, wat toch uitzonderlijk is in deze lik-op-stuk, zeggen-wat-je-denkt-maatschappij.

Amitai Ben David, De Ramp en De schoonheid van ons land. T/m 14 jan. in Galerie Berendsen, Hoogstraat 32, Rotterdam. Do t/m zo 13 -18 uur. Inl: www.berendsengalerie.nl

    • Viola Lindner