Koning

Een groepje vrouwen stapt de Amsterdamse metro in. Hun schichtige blikken en hun accent verraden een provinciale herkomst. Het transferium bij station Bijlmer levert vaker zulke onwennige groepjes.

Twee vriendinnen komen apart te zitten, tegenover een ernstig kijkende heer in een kleurrijk Afrikaans gewaad. Op zijn hoofd prijkt een goudkleurig hoofddeksel. Hij is diepzwart. De vrouwen vallen stil.

Bij het Amstelstation verrijst de man in al zijn vorstelijke glorie. Als hij is uitgestapt draait een van de vrouwen zich naar haar groepje: „Driekoningen hè, dat is toch morgen?”

Marleen Helleman