‘Knuttenvrij’, maar nog niet veilig

Eind december werd rond Nederlandse boerderijen nog maar één knut gevangen. Die vlieg brengt de veeziekte blauwtong over. De vraag is nu of het virus de winter overleeft.

Hester van Santen

Net te laat voor de jaarlijkse neologismen-lijst: Nederland is sinds 30 december ‘knuttenvrij’, meldt het ministerie van LNV. Knutten zijn de vliegjes die de dierziekte blauwtong overbrengen. Dus nu de ‘knuttenvrije periode’ is ingegaan, lijkt het er sterk op dat de maandenlange epidemie van de schapen- en runderziekte blauwtong is uitgedoofd. Maar, zeggen wetenschappers: het betekent niet dat het virus is verdwenen.

Sinds half augustus veroorzaakten de knutten, en het blauwtongvirus dat door deze bijtende vliegjes wordt overgebracht, een epidemie die in Europa zonder precedent was. Op meer dan tweeduizend boerderijen in vooral Duitsland, België en Nederland hadden herkauwers blauwtong, wat de export van met name jonge fokkoeien en slachtvee beperkte.

Van de aandoening worden vooral schapen ziek: ze krijgen koorts, ontstekingen in en rond de bek – en soms een blauwe tong. Ongeveer een op de twintig schapen gaat er aan dood. Koeien en andere herkauwers worden ook ziek, maar minder ernstig. In West-Europa woedde de ziekte nooit eerder. Normaal komt het subtropische virus niet noordelijker dan Spanje, Italië of Bulgarije. Maar de laatste berichten over zieke koeien in België en Duitsland dateren alweer van half december. Daarna werd het stil.

En nu is Nederland dus volgens de ambtelijke regels zelfs knuttenvrij, zodat enkele regels voor het binnenlandse vervoer van vee nu verruimd zijn. Zo schrijft de Europese Unie dat voor, volgens regelgeving die afgelopen herfst ter gelegenheid van de West-Europese uitbraak tot stand kwam. In de 24 insectenvallen die op en rond Nederlandse boerderijen geplaatst zijn, mochten elke nacht maximaal negen vliegjes belanden. Die voorwaarde werd ruimschoots gehaald: de Voedsel en Waren Autoriteit vond in de laatste week van het vorige jaar precies één knut. Daarbij steeg het kwik in De Bilt, Vlissingen en Maastricht de afgelopen twee weken niet boven de tien graden, wat een tweede voorwaarde is.

Het komt overeen met de verwachtingen van epidemiologen: als de winter invalt, wordt het te koud voor knutten. „De temperatuur is dusdanig laag, dat de knutten niet vliegen om een bloedmaal te halen”, vertelt Piet van Rijn die epidemioloog is bij het Centraal Instituut voor Dierziekte Controle (CIDC) in Lelystad. „Veel knutten gaan dood, en we gaan er vanuit dat het virus zich onder de vijftien graden niet vermenigvuldigt in de vlieg. Daardoor is de kans op verspreiding minimaal.”

Nu nog 54 dagen wachten, dan is het land volgens de nieuwe EU-regels ook ‘blauwtongvrij’ en kan er in Brussel weer over export van levende schapen en koeien gepraat worden. Mona van Spijk, beleidsadviseur diergezondheid bij de landbouworganisatie LTO-Nederland: „Het geeft geen zekerheid dat dan alle exportbeperkingen worden opgeheven. Maar de getroffen landen hebben, doordat zij in Europa deze regelgeving konden instellen, wel een betere onderhandelingspositie.”

Maar de praktijk blijft weerbarstig. „Nee, het betekent dus niet dat er nu geen knutten meer zijn”, voegt Van Rijn toe. Alle kennis die er over de overleving van knutten is, is gebaseerd op de Culicoides imicola, die in zuidelijke landen de overbrenger is. „Maar hier is dat waarschijnlijk C. dewulfi, en daarvan weten we niet of ie bij tien graden écht in groten getale doodgaat.”

In de praktijk is nooit bepaald of de richtlijnen het opvlammen van het blauwtongvirus na de winter daadwerkelijk tegengaan. Van Rijn: „In Zuid-Europa komt het virus de laatste jaren bijna elk jaar terug. Mogelijk wordt de ziekte daar na de winter steeds opnieuw geïntroduceerd uit zuidelijker gebieden, maar het kan ook dat het virus toch overwintert en weer opvlamt. Dat is moeilijk te bepalen.” Duitsland bleek al iets te optimistisch: het stelde per 1 december al een ‘knuttenvrije periode’ in, maar daarna werden toch nog runderen ziek.

Van Rijn: „Er is discussie over de overwintering. We gaan er nu vanuit dat een ziek dier nog twee maanden besmettelijk is. Maar misschien is dat langer, en dan zou het virus de winter kunnen overleven. We weten ook niet of het virus op kalfjes kan worden overgedragen. En het is denkbaar dat het virus toch in volwassen knutten blijft, als die in de winter niet doodgaan.”

Van Rijn heeft nog geen idee wat er de komende jaren gaat gebeuren. „Het doemscenario is dat blauwtong zich hier blijvend heeft gevestigd. Het positieve scenario is dat het twee of drie seizoenen aanhoudt, en dan weer uitdooft. Dat is in Spanje gebeurd met een vergelijkbare epidemie, die van de Afrikaanse paardenpest.”

Epidemiologisch is er dus weinig over blauwtong bekend, vooral niet over de huidige versie met een onbekende soort knut, in een koeler klimaat en met een ongebruikelijk type virus. Aan het eind van de zomer werd duidelijk dat de uitbraak werd veroorzaakt door het ‘serotype 8’, dat mogelijk uit de Hoorn van Afrika komt. Door de insectenvallen in de gaten te houden, en vanaf het voorjaar bloedmonsters bij vee te nemen, moet over het virus en de knutten meer duidelijk worden.

En als er dan in zo’n val toch weer tien of meer knutten gevonden worden, is Nederland dan niet meer knuttenvrij? Daarvoor zijn de regels nog niet vastgesteld, laat de Voedsel en Waren Autoriteit weten.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel ‘Knuttenvrij’, maar nog niet veilig (4 januari, pagina 8) wordt Piet van Rijn van het instituut CIDC in Lelystad epidemioloog genoemd. Hij is moleculair viroloog.