Hopelijk blijft broeder Rouvoet standvastig

André Rouvoet heeft minder te duchten van zijn seculiere tegenstanders dan van zijn eigen achterban die voor hem bidt, meent W. Aantjes.

In de afgelopen parlementaire periode is fractievoorzitter André Rouvoet van de ChristenUnie door vriend en vijand geprezen vanwege zijn onafhankelijke optreden, zijn voorbeeldige parlementaire opstelling en zijn zuivere staatsrechtelijke inzichten. Daardoor oefende hij ook aantrekkingskracht uit op kiezers, die geen affiniteit met zijn partij hebben.

Vanwege zijn inzet voor een meer sociaal beleid vormde hij bovendien een bedreiging voor het CDA . Velen, die juist in dit opzicht teleurgesteld waren en daarvoor in het CDA geen gehoor vonden, kwamen ernstig in de verleiding bij wijze van signaalfunctie voor één keer hun stem niet op hun eigen partij maar op de ChristenUnie uit te brengen.

Die verleiding werd alleen maar groter, toen het CDA op de bedreiging reageerde met een serie verdachtmakingen aan het adres van Rouvoet: ‘Een stem op Rouvoet is een stem op Bos’ (fractievoorzitter Verhagen), ‘Rooie Rouvoet’ (minister Wijn), ‘Christelijk GroenLinks’ (Kamerlid Sterk), ‘Anti-Rooms’ (Kamerlid Hessels).

Bij tegenstanders van het CDA deed dit de waardering voor Rouvoet en zijn partij slechts toenemen. Dat de ChristenUnie in haar program over micro-ethische onderwerpen als abortus, euthanasie, homohuwelijk e.d. standpunten inneemt die zij allerminst delen, deed aan die waardering nauwelijks afbreuk.

Zij werden daarin gesterkt door de manier waarop Rouvoet in antwoord op vragen ook over deze onderwerpen een politiek zuiver standpunt innam. Zeker, dit waren punten die voor hem heel zwaar wogen en dat zou hij ook niet verloochenen.

Op deze punten was er echter inmiddels wetgeving die hij weliswaar betreurde, maar die hij als goed democraat wel respecteerde. Zijn opzet was niet bij iedere nieuwe formatie de hele wetgeving weer op zijn kop te zetten, al had hij op deze punten natuurlijk wel wensen die hij bij de formatie zeker aan de orde zou stellen. Maar die lagen op een ander vlak dan het volledig terugdraaien en vervangen van bestaande wetgeving.

Zijn grote bezwaren tegen het beleid van de kabinetten-Balkenende betroffen het sociale beleid, het milieubeleid en het vreemdelingenbeleid. Zou hij bij de formatie worden betrokken, dan zou zijn inzet vooral op díe beleidsonderdelen gericht zijn. Het ligt inderdaad geheel in de lijn van zijn optreden in de afgelopen jaren.

Dit was voor voor- en tegenstanders geruststellend. Het leek een weg, die voor tegenstanders verteerbaar en voor medestanders aanvaardbaar zou kunnen zijn.

Niet zodra echter werd Rouvoet na de verkiezingen en na de informatie-Hoekstra serieus bij de formatie betrokken, of van allerlei kanten barstten geluiden los die de indruk wekten, alsof met het aanschuiven van Rouvoet aan de onderhandelingstafel alle omstreden ethische punten (en alléén deze punten) uit het program van de ChristenUnie integraal tot wet zouden worden verheven.

Nu is dit nog geen reden tot zorg, zolang het politieke tegenstanders betreft. Van hen komt het niet onverwachts en te zijner tijd zal het realiteitsgehalte van hun angstaanjagende voorspellingen wel blijken.

Er zit echter ook een verontrustende kant aan. Die is, dat het vertrouwen van Rouvoets achterban er door aangetast zou kunnen worden en dat de druk uit die kring op hun voorman er door zou kunnen worden gewekt of aangewakkerd: „Zie je wel, zelfs onze tegenstanders verwachten van ons, dat onze eisen vooral op die ethische onderwerpen gericht zullen zijn”. Dat is voor Rouvoets positie bij de onderhandelingen veel bedreigender dan de aanvallen van buitenaf.

Hoe reëel dit gevaar is, blijkt wel uit het verslag in deze krant van 3 januari van de gebedsbijeenkomst die de stichting Schreeuw om Leven van voormalig EO-directeur Dorenbos heeft belegd. Via dit openbare gebed wordt ‘broeder Rouvoet’ opgeroepen en vermaand er in de formatie voor te zorgen, dat abortus en de erop betrekking hebbende wet worden afgeschaft.

Nu heeft dit bidden van Dorenbos c.s. weinig te maken met het bidden in bijbelse zin. Integendeel, het staat er haaks op. Hij kan het nalezen in Matteüs (hoofdstuk 6, vers 5-6): „Wanneer jullie bidden, doe dan niet als de huichelaars die graag op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet. Als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is.”

In die bijbelse weg heeft Dorenbos blijkbaar weinig vertrouwen. Hij koos liever de openbaarheid en knielde liever neer onder het oog van de door hem daartoe uitgenodigde schrijvende en fotograferende pers.

De kans dat God NRC Handelsblad leest, lijkt mij echter niet bijster groot. Blijkbaar ging het Dorenbos helemaal niet zozeer om God als wel om zijn eigen publiciteit.

Op één punt echter valt te hopen, dat het gebed van Dorenbos verhoord wordt, namelijk waar hij bidt: „We bidden voor broeder André Rouvoet, dat hij standvastig blijft”. Laten we hopen, dat dit in het hart van vele partijgenoten van Rouvoet weerklank vindt.

Mr W. Aantjes is oud-fractievoorzitter in de Tweede Kamer voor de ARP en het CDA.

    • W. Aantjes