Europa wordt wat strenger

De EU wil, na Bulgarije en Roemenië, strenger worden voor nieuwkomers.

De nieuwe aanpak heeft vooral gevolgen voor de resterende Balkanlanden.

Uitbreiden nog wel, maar niet meer op deze manier. De Europese Unie zegt lessen te hebben geleerd van de laatste toelatingsronde met Roemenië en Bulgarije waardoor de EU sinds 1 januari in totaal 27 landen telt.

Tijdens hun bijeenkomst van vorige maand hebben de regeringsleiders van de – toen nog – 25 lidstaten zich achter een nieuwe ‘uitbreidingsstrategie’ geschaard. De belangrijkste wijziging is dat de EU strenger zal zijn voor nieuwkomers.

Want dat is toch wel het katterige gevoel dat in diverse landen is achtergebleven na de toetreding van Bulgarije en Roemenië. Eigenlijk voldeden ze nog onvoldoende aan de eisen van de EU. Aan de bestrijding van corruptie en de onafhankelijkheid van rechtspraak schort nog het een en ander. Desondanks besloot de EU toch het licht op groen te zetten, vooral omdat de EU-leiders zich al eerder hadden gecommitteerd aan een datum.

Niet voor niets zegt de EU in de nieuwe uitbreidingsstrategie dat in het vervolg pas vlak voor het einde van de onderhandelingen met kandidaat-lidstaten streefdata voor feitelijke toetreding zullen worden vastgesteld.

Bovendien zullen „moeilijke kwesties als bestuurlijke en gerechtelijke hervormingen en corruptiebestrijding” in het vervolg al „in een vroeg stadium worden aangepakt”, zo hebben de regeringsleiders afgesproken.

En, ook niet onbelangrijk, „elk land zal op zijn merites worden bekeken”. Roemenie en Bulgarije zijn de afgelopen jaren toch als een twee-eenheid beschouwd. Het leidde er bijvoorbeeld toe dat onderdelen van de voortgangsrapportages in exact dezelfde bewoordingen waren gesteld. Maar de EU neemt zich nu dus voor elke kandidaat afzonderlijk te beoordelen.

De nieuwe strengheid die de EU nu predikt is interessant met het oog op de Balkan. Eerste gegadigde is Kroatië, een land dat qua economisch potentieel nu al sterker is dan Bulgarije en Roemenië. Kroatië werd in 2004 officieel kandidaat-lid, maar de start van de onderhandelingen werd uitgesteld omdat de voormalige Joegoslavische deelrepubliek naar de mening van de EU onvoldoende meewerkte aan het VN-oorlogstribunaal.

Binnen de EU ontketenden buurlanden als Oostenrijk en Slovenië direct een lobby om Kroatië toch zo snel mogelijk toe te laten. In 2005 begonnen de onderhandelingen alsnog en de verwachting is dat ze binnen enkele jaren kunnen zijn afgerond. Maar de EU heeft tevens uitgesproken dat nieuwe lidstaten pas kunnen toetreden als er een nieuw grondwettelijk verdrag is waardoor het EU-bestuur doelmatiger en doorzichtiger wordt.

Macedonië is het volgende land op de kandidatenlijst, maar een datum waarop de onderhandelingen kunnen beginnen is er nog niet. Nog een stap verder van toetreding verwijderd zijn Albanië, Bosnië-Herzegovina en Montenegro, drie landen waarmee de Unie al wel speciale samenwerkingsovereenkomsten heeft.

Servië tenslotte, dat ook aansluiting zoekt, heeft deze speciale status nog niet, omdat dit land zich meer moet inspannen om de van oorlogsmisdaden beschuldigde Radovan Karadzic en Ratko Mladic op te sporen.

Binnen de EU heerst verdeeldheid over deze harde lijn. Zo heeft de Italiaanse premier Romano Prodi bij zijn collega’s aangedrongen op een soepeler houding om de gematigde krachten in Servië te steunen. En daarmee staat de Unie net als bij uitbreidingen in het verleden uiteindelijk toch weer voor een politieke afweging.

    • Mark Kranenburg