Buren kijken stiekem mee in de probleemwijk

Een buurt in Almere gaat achteruit. De woningcorporatie wil weten wat de problemen zijn, en huurt mensen in die doen alsof ze er wonen. Creatieve aanpak of sociale spionage?

In de Molenbuurt in Almere-Buiten wil de woningcorporatie ingrijpen voordat de verloedering echt toeslaat. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold almere 01-01-2006 wipmolenstraat foto rien zilvold Zilvold, Rien

Almere, 4 jan. - Twee matrassen, en een koffiezetapparaat. Gordijnen voor de ramen. Meer hadden de medewerkers van bureau Werken aan de stad niet nodig in het huis in de Molenbuurt in Almere-buiten. Het is een jaren-zeventigbuurt met eengezinswoningen, woonerven en verkeersdrempels.

De medewerkers hadden niet meer spullen nodig omdat ze niet echt in het huis woonden. Vanaf oktober sliepen ze er wel geregeld. Soms waren ze er een middag, of alleen een avond. Ze liepen rond in de buurt, deden er boodschappen en maakten praatjes met buurtbewoners. De meeste bewoners wisten niet dat hun buren geen echte buren waren.

Bureau Werken aan de stad maakt voor Woningcorporatie Goede Stede een analyse van problemen in de buurt. De corporatie beheert er twee woongebouwen, met 325 flatwoningen. De onderzoekers verbleven achtereenvolgens in twee verschillende appartementen.

Ton Huiskens was één van hen. Hij zegt: „Als mensen op straat ernaar vragen, zeg ik wel wat ik aan het doen ben, maar tijdens een vluchtig gesprekje op straat begin ik er niet zelf over.” Bewoners die uitgebreid geïnterviewd werden, kregen wel te horen waar het voor was. En zij konden ook een gespreksverslag krijgen.

Het Almeerse initiatief past in een trend, zegt René Scherpenisse, directeur van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV). „Vroeger dachten corporaties meteen aan slopen als er problemen in een wijk waren, nu zoeken ze naar gerichtere oplossingen.”

De SEV subsidieert het experiment in Almere. Scherpenisse: „Deze onderzoeksmethode, doen alsof je in een buurt woont, hoort bij de ontwikkeling dat woningcorporaties steeds preciezer willen weten, wat de problemen zijn. Wij zijn daar een groot voorstander van.”

Eerder dit jaar dook de Molenbuurt op in de Kanskaart van Nederland. Dat klinkt positief, maar het betekent dat de buurt tekenen van beginnende verloedering vertoont, zoals zwerfvuil en hangjongeren. Volgens Ton Huiskens woont „oud wit” er nu naast „jong zwart”. Dat is ook te zien in de buurt. Op een huis van oud wit hangt een bordje met het woord ‘pionier’ erop. Op een huis van jong zwart een satellietschotel.

De corporatie wil weten wat er precies aan de hand is om daarna het „leefklimaat” te kunnen verbeteren, zegt Olga Samwel, manager Woondiensten van Goede Stede. „Zijn er tien gezinnen die overlast geven of heeft de helft van de huishoudens problemen?” Volgens Samwel werkt het beter om dat te doen door veel in de buurt te zijn. „Sommige mensen zijn moeilijk te benaderen, bijvoorbeeld door taalproblemen.”

verloedering Onorthodoxe aanpak werkt in Peperklip

Goede Stede en Bureau Werken aan de stad wilden liever niet dat de Molenbuurt genoemd werd in de krant. Niet dat het project per se geheim moet blijven, zeiden zij. Maar ze hebben het ook niet aangekondigd. Want dan verandert het leven in de buurt en passen mensen hun gedrag aan.

Niet iedereen vindt dit een goede manier. „Het is een vorm van sociale spionage”, zegt Pieter Ippel, hoogleraar in de rechten aan de Roosevelt Academy in Middelburg. „De vraag is of die mensen zich niet opstellen als de verlengde arm van de politie.”

Hoogleraar Pieter Ippel vindt dat het het beste bekend gemaakt kan worden dat zo’n analyse van een wijk gemaakt wordt. „Mij lijkt er niet zoveel op tegen om van te voren aan te kondigen.” Een belangrijke grondslag voor de verzameling van gegevens is, zegt Ippel, dat je moet weten wat er over jou geregistreerd wordt. Er kan „onzuivere informatie” tussen zitten. Buurman A. kan iets zeggen over buurman B. omdat hij een hekel aan hem heeft. Maar omdat mensen niet weten dat ze worden beoordeeld, kunnen ze daar ook geen bezwaar tegen maken.

Olga Samwel en bureau Werken aan de Stad zeggen dat de onderzoekers nooit op adresniveau rapporteren. Het is dus niet zo, zegt Samwel, dat de informatie van een buurman die klaagt over nummer 64 bij de woningcorporatie terechtkomt. Ton Huiskens: „Wij zijn helemaal niet geïnteresseerd in individuele gevallen.”

Hoogleraar Ippel vraagt zich af of het bij de globale analyse blijft. „Als blijkt dat mensen anderen bedreigen, moet je daar toch iets mee." Ton Huiskens zegt dat mensen in die gevallen worden doorverwezen naar de politie. „Daarin zijn wij gewone burgers.” Belangrijk is, zegt Ippel, dat er een ethische commissie is die controleert of deze ‘sociale spionnen’ op een nette manier opereren. Zo’n commissie is er, zegt Huiskens. Bureau werken aan de stad laat zijn rapportages onder meer controleren door het Verweij Jonker instituut en de Erasmus Universiteit.

Desondanks vindt Ippel dat terughoudend met dit middel moet worden omgegaan. „Het moet alleen worden ingezet als op een andere manier de informatie niet los te krijgen is. Waarom geen inloopspreekuur bijvoorbeeld?”

Staf Depla, Tweede-Kamerlid voor de PvdA zegt dat dat soms niet werkt. In sommige wijken zijn de bedreigingen zo ernstig dat niemand dúrft te klagen. „Daar belt iemand bij je aan en die zegt: ‘jij gaat hier weg want mijn zus komt hier wonen’.”

Depla vindt dat corporaties nog verder kunnen gaan. „Wat mij betreft hoeven dit soort onderzoekers hun conclusies niet globaal te rapporteren. Ik vind dat ze best huisnummers kunnen doorgeven waar iets speelt.”

Bureau Werken aan de Stad werkt ook in Hoofddorp, Tilburg en Zwolle. En ze boekten een opvallend succes in de Rotterdamse Peperklip. Dat gebouw van architect Weeber was ernstig aan het verloederen. Zwerfvuil, pissen in de lift, kinderwagens en winkelwagentjes in de hal. Ook daar deden medewerkers van Bureau Werken aan de Stad alsof ze bewoners waren. Ze kwamen tot verrassende conclusies. Een daarvan was dat het vuil er te vaak werd opgehaald, vier, vijf keer in de week. De verantwoordelijkheid voor een schoon gebouw was bij de bewoners weggehaald.”

Er kwamen onorthodoxe oplossingen. De deuren van de bergingen gingen naar binnen open, en waren daardoor makkelijk in te trappen. Dus kwamen er dure, zware deuren, die naar buiten open gingen. Dat is tegen bepaalde bouwregels, omdat je daarmee de doorgang voor anderen kunt versperren, maar het werkte wel. Nu geeft 78 procent van de bewoners aan dat ze trots zijn op hun woning. Dat was 11 procent.

De sleutels van het appartement in Almere zijn ingeleverd bij de corporatie. Nu gaat het bureau nadenken over oplossingen. Daarna worden alle bewoners ingelicht en betrokken bij eventuele maatregelen. Een oplossing kan sloop zijn, maar dat hoeft niet. „Huizen slopen omdat maar een klein deel van de bewoners je niet bevalt is lang niet altijd de beste optie”, zegt Huiskens. „Je kunt ook anders gaan nadenken over een gebouw.” Als mensen steeds maar kort willen blijven, kan een corporatie dat vervelend vinden omdat mensen geen band met de buurt opbouwen. Maar je kunt ook inspelen op de behoefte aan tijdelijke woningen en ze gemeubileerd verhuren.